Vroeger, en dan bedoelen we toen onze opa’s en oma’s jong waren, was het heel normaal om een groot gezin te hebben. Van vier kinderen keek in ieder geval niemand vreemd op. Tegenwoordig is dat wel anders, en geldt vooral: hoe meer kinderen, hoe meer ongevraagde opmerkingen…
Lees verder onder de advertentie
Lisa, hoofdredacteur van Kek Mama én moeder van vier kinderen, weet als geen ander welke opmerkingen en vooroordelen je hoort wanneer je een ‘groot’ gezin hebt.
Opmerkingen als moeder van 4 kinderen
Benieuwd naar wat ze zoal heeft gehoord? Ze vertelt hieronder twaalf opmerkingen die, ja écht, allemaal tegen haar zijn gezegd.
‘Vier?!’
Dat is eigenlijk de standaard eerste reactie van mensen. Beeld je daarbij in: opgetrokken wenkbrauwen tot de haargrens, plus een hoge stem en dan heb je het wel ongeveer. Dan lach ik altijd vriendelijk en herhaal: ‘Ja, vier…’
‘Pfff, ik moet er niet aan denken, ik heb mijn handen al vol aan twee’
Prima, dan denk je er toch niet aan. Ik zeg toch ook niet dat ik er niet aan moet denken om ‘maar’ twee kinderen te hebben?
‘Zijn ze allemaal van dezelfde vader?’
Tsja, deze zullen veel moeders van grote gezinnen herkennen, zeker wanneer er een beetje leeftijdsverschil tussen zit, zoals bij mij. In mijn geval zijn ze inderdaad allemaal van dezelfde vader, maar ook als dat niet zo zou zijn. Wat dóet het er toe? Hou die opmerking dus maar voor je.
‘Maar… hoe oud ben je dan?’
Blijkbaar moet je vrij oud zijn als je vier kinderen hebt, nooit geweten. Toch lijkt iedereen nóg verbaasder te zijn als je onder de veertig bent.
‘Was het gepland?’
Serieus, vraag je dat ook aan iemand met één of twee kinderen?
‘Ga je voor een elftal?’
Nou, nee. Tussen vier en elf zit ook nog best wel een verschil, voor de rekenwonders onder ons.
‘Met vier, dan voeden ze elkaar ook een beetje op toch?’
Nou, gelukkig hebben ze ook ouders, maar ja, ze leren wel dingen van elkaar. Ze zijn ook heel zorgzaam en helpen mee met kleine dingen en dat is iets heel moois.
‘Heb je weleens van condooms gehoord?’
Ja, dit is serieus tegen me gezegd en nee, dat is niet oké.
‘Hoe dóe je dat allemaal?!’
Nou gewoon, net als iedereen, blijven ademen. Nee, serieus, je groeit daar als moeder in mee, dat is gewoon je leven en ik weet niet beter.
‘Oh, maar dat ben jij wel gewend hè’
Deze opmerking hoor je vooral wanneer andere kinderen heel druk zijn. En ja, ik ben inderdaad wel wat gewend, maar dat betekent niet dat het oké is dat jouw kind de hele buurt bij elkaar schreeuwt.
‘Wilde je altijd al een groot gezin?’
Niks mis met deze vraag, maar stel hem niet aan een wildvreemde moeder op straat.
‘Wel gezellig, zo’n volle eettafel’
En even een positieve om af te sluiten, want het ís inderdaad vaak heel gezellig en soms ook heel ongezellig aan onze eettafel.
In ons Kek Mama magazine lees je de mooiste verhalen, herkenbare columns en de leukste fashion en lifestyle tips. Abonneer je nu voor slechts € 29,95 per jaar en ontvang de glossy als eerste op je deurmat.
Het moederschap is prachtig, vervullend… en soms gewoon keihard overleven. En toch fluisteren veel ouders hun uitputting liever weg dan dat ze hem hardop uitspreken. Want toegeven dat je eraan onderdoor gaat? Dat voelt al snel als falen.
Relatie uit, huis leeg, camper volgeladen. Lianne Kooistra (42) trekt de komende tijd met dochter Keetje (3) door Europa. In haar columns schrijft ze over hun tijdelijke leven op vier wielen. Je kunt haar avonturen ook volgen op Instagram.
Ben je op zoek naar een te leuke eyecatcher voor in de kinderkamer? Dan hebben wij dé musthave gespot: een opblaasbare poef in de vorm van Nijntje. En je scoort ‘m ook nog eens voor een leuke prijs.
Denk je aan een gezonde zwangerschap, dan denk je waarschijnlijk meteen aan de moeder. Stoppen met roken en alcohol, gezond eten, genoeg rust: alle adviezen lijken op haar gericht. Maar dat beeld klopt niet meer, blijkt uit een nieuwe Britse studie.
Je kent het wel. Je gaat “even langs” bij je ouders en voor je het weet zit je weer in een soort auditie van je leven: “Werk je nog steeds daar?” “Is dat wel handig met de kinderen?” “Je ziet er moe uit…”