Marieke: ‘Je denkt dat je bij je derde bevalling alles wel hebt meegemaakt – en toen ging de stagiaire onderuit’
Je denkt dat je bij je derde bevalling alles wel hebt gezien. Dat niets je meer kan verrassen. Maar nee, Marieke werd zéker nog verrast.
Eigen beeld
Voor Lukas (8) is het heel normaal: na school naar opa en oma. Even voetballen, een potje schaken en – misschien wel het allerleukst – eieren rapen bij de kippen in de tuin. Zijn opa, Maarten Frankenhuis (83), geniet van die momenten.
Ze zien elkaar vaak. De band tussen hen is hecht, bijna vanzelfsprekend. Maar achter die ogenschijnlijk gewone grootvader schuilt een verhaal dat allesbehalve gewoon is.
Meneer Frankenhuis is Joods. Een groot deel van zijn familie werd tijdens de Tweede Wereldoorlog vermoord in Auschwitz. Zijn ouders wisten op tijd onder te duiken en overleefden de oorlog, maar de verliezen waren groot.
“Vrijwel dagelijks denk ik aan mijn vermoorde familieleden”, vertelt meneer Frankenhuis. “Aan wat zij hebben moeten doorstaan en hoe hun leven is geëindigd.” Eén verhaal raakt hem nog altijd diep: dat van zijn neefje Karel. Een Amsterdams jongetje van zeven jaar en drie maanden oud. “Ik noem die maanden er bewust bij”, zegt meneer Frankenhuis. “Op die leeftijd is dat nog zo belangrijk.”
Karel werd samen met zijn ouders opgepakt en via Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd. Slechts vier dagen na hun arrestatie werden ze vermoord. “Je denkt aan wat zo’n kind nog voor zich had. Dromen, ideeën, plannen… Het is moeilijk te bevatten dat dat hem allemaal is afgenomen. Misschien wilde hij wel directeur van Artis worden, zoals zoveel Amsterdamse kinderen. Hij zou het vast leuk hebben gevonden, dat zijn kleine neefje van toen uiteindelijk écht directeur van Artis is geworden.”
Zelf ontsnapte meneer Frankenhuis ternauwernood aan datzelfde lot. Als baby van zes maanden werd hij ondergebracht bij verschillende onderduikadressen. Zijn eerste maanden bracht hij door bij een boerenfamilie in Usselo, daarna volgden meerdere adressen. Het laatste jaar woonde hij bij een gezin in Almelo, waar hij ook de bevrijding meemaakte. “Dat was de eerste keer dat ik naar buiten mocht.”
De overgang terug naar zijn ouders was niet eenvoudig. “Het duurde weken voordat ik meeging met die mensen die zeiden dat ze mijn papa en mama waren.” Over de oorlog werd thuis nauwelijks gesproken. “Het verdriet zat te diep”, vertelt meneer Frankenhuis. “De focus lag op de toekomst: studeren, werken, doorgaan.” Toch liet het verleden hem nooit los. Hij leest en schrijft nog altijd veel over de Tweede Wereldoorlog.
Wat hij van zijn ouders herkent, is het zwijgen. Ook hij vertelde zijn eigen kinderen lange tijd weinig over zijn ervaringen. “Ik realiseer me dat ik daarin dezelfde fout heb gemaakt”, geeft hij eerlijk toe. “Maar het is belangrijk dat we blijven vertellen, om herhaling te voorkomen. Al is het helaas inmiddels wel duidelijk dat dat laatste ijdele hoop is.”
Deze overtuiging bracht meneer Frankenhuis ertoe om als gastspreker zijn verhaal te delen, onder andere op scholen en bij herdenkingen. “Je hoopt dat jongeren begrijpen wat er is gebeurd. Niet alleen als geschiedenisles, maar als iets wat mensen echt is overkomen en ook in de huidige tijd overkomt.”
Voor Lukas is het verhaal van zijn opa moeilijk voor te stellen. “Het moet een heel vreemde ervaring zijn geweest”, zegt hij. “Ik kan me dat eigenlijk niet goed voorstellen.”
Pas toen hij samen met zijn opa een presentatie voorbereidde voor de Nationale Kinderherdenking in Madurodam, spraken ze er uitgebreider over. “Het zette me wel aan het denken”, vertelt hij. “Het moet echt een rottijd zijn geweest voor kinderen.”
In hun gezin wordt er niet voortdurend over gesproken, maar het verhaal is er wel. Op de achtergrond, als iets dat bij de familie hoort. Er ligt geen taboe op het onderwerp, maar meneer Frankenhuis vindt het niet zinvol om zijn kinderen en kleinkinderen constant met de oorlog te belasten.
De betrokkenheid bij de Nationale Kinderherdenking kwam voor meneer Frankenhuis via een uitnodiging om samen met Lukas te spreken. Voor hem is dat meer dan een eer. Het is een verantwoordelijkheid.
“Herdenken gaat niet alleen over het verleden”, zo stelt hij. “Het gaat ook over de vraag wat wij zelf zouden doen. Zou ik zelf zo dapper zijn geweest om iemand te helpen, met gevaar voor mijn eigen leven? Het is makkelijk om daar nu ‘ja’ op te zeggen”, voegt hij toe. “Maar in die tijd was niets vanzelfsprekend.”
In gezinnen zoals dat van Lukas en zijn opa leeft de geschiedenis voort in verhalen, herinneringen en momenten van reflectie. Niet altijd op de voorgrond, maar wel aanwezig. Juist dat maakt het zo belangrijk om over de oorlog te blijven delen.
Niet alleen om te herinneren wat er is gebeurd, maar ook om stil te staan bij wat het betekent voor nu. Want achter elk verhaal schuilt een leven dat nooit geleefd kon worden. En een vraag die nog altijd relevant is: Wat zou je zelf doen?
Meer informatie over de Nationale Kinderherdenking 2026 vind je hier.