Nienke Plas interview

Nienke Plas is absoluut een van de grappigste vloggers van het land. Haar handelsmerk is haar Amsterdamse babbel, hilarische expressiviteit, grove humor en een tikkie absurdisme. ''Vroeger moest ik om alles huilen, mijn zus noemde me jankepoester.'' Meer lezen van dit interview? Ga naar Kek Mama.

''Ik heette Plas, had een beugel en een lichaam als een tandenstoker. Screw my life: natuurlijk was ik een makkelijk mikpunt. Andere meiden in de klas zagen er al uit als Heidi Klum, ik moest nog, ja hoe zeg je dat, ... een beetje bijtrekken. Een dikke jongen uit mijn klas ging er het hardst in, die moest me echt elke keer hebben. Mijn moeder heeft hem daarom weleens uitgescholden voor doorregen varkenslap. Ach, het is niet zo dat ik werd opgewacht en toestanden, maar ik baalde er wel van. Gelukkig ontmoette ik na een paar jaar mijn beste vriendin en toen kwam het allemaal goed. Jennifer is brutaal, ze leerde me dat ik gewoon mijn bek moest opentrekken. En ja, toen was het aan.” Dat ‘aan’ betekent dat Nienke Plas allang niet meer gepest wordt. Als social comedian heeft ze een fanbase opgebouwd die zich uitbreidt als een olievlek. Skyhigh gaat ze. Zo zette ze zich op de kaart met haar beruchte Weekbreker: een YouTube-filmpje van vijf, zes, zeven minuten stand-up comedy. Haar handelsmerk is haar Amsterdamse babbel, hilarische expressiviteit, grove humor en een tikkie absurdisme. Beste vriendin Jennifer: “Ze speelt geen rol, Nienke is echt zo. Dit is hoe zij verhalen vertelt.”

 

Blij worden van Frenky-Dean

Haar huis in Amsterdam-West is strak opgeruimd. Samen met Resley heeft ze zoon Frenky-Dean (2 jaar) en heel knap: op rondslingerend speelgoed kun je haar niet betrappen. Ze wijst trots naar twee opbergkisten. “Ik heb die dingen gekocht onder het mom: niet te veel prikkels voor je kind. Stiekem waren het gewoon te veel prikkels voor mij, ik kan niet tegen al die kleurtjes joh, ik bleef maar achter hem aan opruimen.” Frenky-Dean heeft haar relatie met Resley nogal veranderd. “Alsof we nu meer beseffen wat liefde betekent. We delen samen zoiets bijzonders, alles wat hij doet is geweldig. Je hebt daardoor elke dag wel een celebration: jaa hij lacht, jaa hij kan dit, jaa hij doet dat. Natuurlijk zijn poepluiers niet leuk en borstvoeding heeft ook niet veel goeds gedaan, maar het feit dat je zo blij wordt van je kind en dat kunt delen met je partner, dat is toch top?” 

 

'Hij was geen seriemoordenaar'

Af en toe kijkt Nienke op haar telefoon. Ze hebben vanavond een première en Resley is er in zijn eentje op uit om voor haar kleding te shoppen. Iets wat hij vreselijk vindt. Verwoed stuurt hij haar foto’s ter goedkeuring. De twee ontmoetten elkaar tijdens het uitgaan. Zo’n ontmoeting waarvan twee versies bestaan. Die van hem: “Ze liep langs en ik dacht: ach, laat ik haar nummer vragen.” Die van haar: “Ik was met een wat jongere vriendin op een saai feestje toen ik hem zag staan. Ik zei tegen haar 'watch and learn.' Ik keek hem aan en daarna weer even weg. Toen keek ik weer. Iedereen weet, als je twee keer naar een man kijkt, dan heb je interesse. Vervolgens liep ik nonchalant langs hem en ik wist gewoon dat hij me zou aanspreken. En ja hoor, dat deed-ie.” Met haar nummer in zijn telefoon verliet ze heel stoer het vroegere Marcanti om te wachten op een taxi. Dat wachten duurde lang en inmiddels kwam ook Resley naar buiten. Hij bood aan de twee meiden naar huis te brengen. Even twijfelde Nienke, tot ze zijn auto zag staan. “Een Peugeot-station die hij van zijn moeder had geleend of zo. Hij is in ieder geval geen seriemoordenaar, dacht ik. Die rijdt niet in zo’n burgerlijke auto.” Haar telefoon gaat. Het is Res. “Ja”, zegt Nienke met een knipoog. “Mooie jas. Ja. Heel mooi. Ja, schoenen zijn ook leuk.”

 

Begin van de relatie

Ze was op slag verliefd. En hij op haar. De eerste date lukte het haar nog net hem niet mee naar huis te nemen, na date twee kwam hij bij haar thuis. “Komt Resley binnen met een tas, waar hij een stapeltje uithaalt. Joggingbroek, T-shirt, boxer, lenzenvloeistof en een lenzenbakje. Vraagt-ie: waar kan ik dit neerleggen? Ik denk dat ik hier vaker ga komen, dus het is wel handig als ik hier wat spullen heb. Ik vond het zo schattig. Hij is zo’n grote gast, maar bleek gewoon een soft ei. Hup, ik wat kleren opzij schuiven. Hier heb je een plekje, jongen.” Ze vieren dit jaar hun tienjarig jubileum als stel, maar het was echt niet altijd rozengeur en maneschijn. Zo moest Nienke in het eerste jaar erg wennen aan zijn Surinaamse temperament. “Daar komt een volúme uit, dat wil je niet weten. Hij verkoopt me nog eens een dreun, dacht ik toen we de eerste keer ruzie hadden. Maar hij bleek gelukkig verre van agressief. Wat wel was: in het begin was hij heel onzeker. Dus als ik wegging belde hij me gerust vijftig keer om te vragen waar ik was. Dat is 49 keer te veel. Het werd een probleem want ik ben niet het type dat in een gouden kooi gaat zitten. We hebben er veel gesprekken over gevoerd en op een dag was het ineens over. Alsof hij zich realiseerde: dit is het me niet waard, ze is zo leuk, ik moet dit wel veranderen.”

 

Koudwatervrees

Vier jaar geleden kochten ze een huis. Nienke: “Vrienden van Resley kregen kinderen en ook mijn beste vriendin Jennifer werd moeder. De tuthola. We hadden altijd de deal dat we tegelijk zwanger zouden zijn, ging zij stiekem effe eerst. Toen wilde ik natuurlijk ook. Ik voelde een drang, terwijl het huis nog niet eens af was. Weet je, als je samen besluit voor een kind te gaan, is er altijd één die het net iets meer wil dan de ander. Ik was die enthousiastere persoon. En ik raakte dus zwanger.” Dingetje: Resley kreeg koudwatervrees. Hij dacht dat zijn leven voorbij was. “Ja, timing...”, zucht Nienke. “Hij wist niet eens meer of hij met mij verder wilde. Ik dacht: really dude? We waren al zeven jaar samen, kom op nou. Maar hij twijfelde overal aan, was ongelukkig op zijn werk. Op dat moment maakte ik een keuze: ik liet hem uitrazen. Ga maar lekker feesten met je vrienden, ga maar je ding doen – zolang je maar geen andere vrouwen neukt. Ik dacht: dit gaat niet om jou, maar om mij en de gezondheid van mijn kind. Hij zorgde voor stress, dan zat ik liever chill in mijn eentje op de bank. Steek ik wel een kaars aan. Een beetje eenzaam, maar wel zen.

 

'Het besef kwam er'

Hij heeft gefeest tot ik zeven maanden zwanger was. Op een dag kwam hij thuis van zijn werk en zei hij: 'Jeetje Nienke, sorry dat ik zo'n lul ben geweest.' Hij is zich gaan verdiepen in wat hij doormaakte en ontdekte dat veel meer mannen last hebben van dit soort gevoelens als ze bijna vader worden. Het besef dat hij niet de enige was en dat het gevoel vanzelf zou overgaan, veranderde hem totaal. En toen was hij er weer. Ik heb hem oprecht niks kwalijk genomen, maar hij had het ook niet later moeten doen hoor, dat bijkomen van zijn angsten, want kort daarna werd onze zoon al geboren.”

Dit artikel staat in Kek Mama 08-2017. Het nummer koop je hier.

 

Renske Koelewijn

Heb je al twee bijna pubers, krijg je zomaar na tien jaar toch nog een derde.

Renske Koelewijn (37) is getrouwd met Rinke (39) en moeder van Lisa (12), Maud (10) en Fleur (5 maanden)

“Mijn man en ik zaten zowat tegen het plafond aan toen ik zwanger bleek van de derde. Waren onze dochters net wat ouder en zelfstandiger – en konden we ook weer eens met z’n tweeën de hort op – gingen we ineens tien jaar terug in de tijd.
 

Hoe dan ook welkom

Abortus was voor ons geen optie: mijn man en ik zijn gelovig en ons kind was hoe dan ook welkom. Neemt niet weg dat ik in het begin best in paniek was. Opnieuw gebroken nachten, basisschoolperikelen en zwembadsessies: ik wist niet of ik het nog wel wilde. Na een paar weken raakte ik steeds meer aan het idee gewend – en keek ik er enorm naar uit om weer een babylijfje te knuffelen.

Dat gevoel werd alleen maar sterker toen we onze dochters over de zwangerschap vertelden. Je had die meiden moeten zien, helemaal door het dolle heen. “Ik wilde altijd nog een broertje of zusje, en nu ik het niet meer verwachtte, krijg ik er een”, huilde mijn oudste dochter. Ze weken geen moment van mijn zijde, plukten continu aan mijn buik en gingen een paar keer mee naar de controles – wat dat betreft heb ik deze zwangerschap bewuster dan ooit meegemaakt.
 

Onbezorgd

Met mijn jongste dochter ben ik stukken relaxter dan tien jaar geleden. Vroeger wilde ik bijvoorbeeld thuis zijn als mijn dochters hun middagslaapje deden, maar met twee oudere kinderen is dat niet altijd mogelijk. Nu slaapt Fleur gewoon in de kinderwagen tijdens de sportles van mijn middelste dochter. Dat onbezorgde geldt trouwens niet voor alles: in het begin zat ik soms met de handen in het haar als Fleur langere tijd bleef huilen – en dat terwijl ik dacht rationeler te zijn. Wat dat betreft zijn mijn hormonen in tien jaar tijd niks veranderd.
 

Lees ook
Waarom drie kinderen opvoeden makkelijker is dan één kind >

 

Social media

Kijkend naar het moederschap spelen er wel andere dingen dan tien jaar geleden. Neem social media: mijn oudste dochter zit weleens op Instagram en plaatst graag babyfoto’s. Ik ben alert op wat ze online gooit: wel selfies met haar zusje, maar geen foto’s van Fleur in bad – je weet immers nooit waar die beelden terecht kunnen komen. Bizar, daar hoefde ik vroeger nooit rekening mee te houden.

Sowieso heeft die hele internetwereld een transformatie doorgemaakt. Tijdens mijn eerste zwangerschap waren er misschien een paar websites met zwangerschapsinformatie, nu moet je jezelf een weg banen door honderden blogs en vlogs. Ergens wel fijn dat je zo veel informatie kunt krijgen, maar iedereen heeft online een mening, of het nou om borstvoeding, middagslaapjes of wipstoeltjes gaat. Ik lees al die dingen niet, zou er alleen maar knettergek van worden. De vorige keren is het me ook gelukt zonder blogs.”

De hele portrettenserie staat in Kek Mama 10-2018.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

spaarde stiekem nieuw interieur
Beeld: Unsplash

Isabel (36) spaarde de nieuwe huisinrichting die haar man Huib (38) niet wilde, stiekem bij elkaar van het boodschappenbudget. "Als we elke dag goeie wijn konden drinken, dan kon dat ook wel aan een ongeschonden tafel."

“We woonden al tien jaar op dezelfde meubels. De bank die we kochten toen we gingen samenwonen, was doorgezakt door het gespring van onze zonen van vijf en acht, en van onze eettafel kon ik me het oorspronkelijke uiterlijk niet eens meer herinneren, dankzij vingerverf, tomatensausvlekken, en butsen door peuterdriftbuien. Geen gezicht, vond ik. Armoedig en ongezellig, terwijl ik onze jongens wilde opvoeden in een warm en knus huis.

Onzin, vond Huib, toen ik nieuw meubilair voorstelde voor onze eengezinswoning. Wist ik dan wel wat dat kostte? En met al dat testosteron in huis, was de helft van die zuurverdiende meubels binnen een mum van tijd toch weer gesloopt, dacht hij.

Ik kon me geen ander gezin voor de geest halen dat – ondanks kinderen van dezelfde leeftijd – in een afbraakpand leefde als het onze; met dat slopen zou het dus wel meevallen. Bovendien: oude meubels nodigen niet bepaald uit tot voorzichtig doen met je bessensiroop, of de mayo voorzichtig op je bord spuiten, in plaats van met een slecht gerichte kwak op tafel. Dus hoe breng je je kinderen dan netter gedrag bij?

 

Exorbitant bronwater

Huib was niet te vermurwen. We kwamen ruim rond met het inkomen dat we hadden, maar een compleet nieuw interieur was wel wat overdreven qua luxe, stelde hij. Hij vindt die dingen gewoon niet belangrijk. Ik vond eerder onze wekelijkse uitgaven aan boodschappen wat exorbitant, want waarom wil iemand per se het meest exclusieve bronwater uit flessen drinken, en alleen wijn van de plaatselijke, peperdure slijter?

Op de vijfhonderd euro aan boodschappen – exclusief die wijn - per maand, wist ik stiekem en met een beetje creativiteit als snel zo’n honderdvijftig tot tweehonderd te besparen, die ik apart zette op mijn eigen rekening. Onze flessen wijn van gemiddeld meer dan een tientje, verruilde ik voor exemplaren van maximaal vier euro. In plaats van biologische vleeswaren, gaf ik de kinderen vaker pindakaas op brood. En dacht je dat Huib het merkte, toen ik de pasta van zijn favoriete trattoria, verving door het betere merk van de plaatselijke prijzenknaller? De flessen exclusief bronwater die hij daarbij dronk, vulde ik gewoon bij uit de kraan.

 

‘Je hebt ons toch niet aangemeld bij een woonprogramma?’

Dat tikt aan, kan ik je vertellen. Mijn gedroomde eettafel, had ik op deze manier in zes maanden bij elkaar gespaard. Het bedrag voor de reusachtige loungebank waar ik al jaren op aasde, volgde negen maanden later. Omdat Huib toch nooit inspraak wilde in ons interieur, bestelde ik ze in één keer, en liet ze bezorgen toen hij op zakenreis was.

Huib kreeg bijna een hartverzakking toen hij bij thuiskomst de voordeur opende. ‘Wat is dit?’, riep hij verschrikt. ‘Je hebt ons toch niet opgegeven voor zo’n vreselijk woonprogramma? Of ons in de schulden gestoken?’

‘Relax’, zei ik, ‘ik had je ook kunnen opgeven voor Mijn man is klusser, maar de oude badkamer zit er nog steeds in. Ik heb gewoon ons eetpatroon wat aangepast.’

 

Lees ook:
‘Mijn man komt te snel klaar’ >

 

Hilariteit met vriendinnen

Er was niet zoveel wat hij er tegenin kon brengen. We konden nog steeds op vakantie, we aten nog elke avond onze buiken rond en de kinderen liepen niet in te kleine kleren. Van de wisseling in wijn en water had hij nooit wat geproefd. Dat heb ik hem trouwens tot op de dag van vandaag ook niet verteld, maar het is voer voor hilariteit op avonden met vriendinnen.

Huib was niet zo blij dat ik achter zijn rug om had gehandeld, maar gaf toe dat dat nieuwe interieur er met zijn medeweten nooit gekomen was. En nu het er zo stond, gezellig afgestyled met verse bloemen en wat kaarsen, vond hij het toch wel een vooruitgang.

Toen we weken na mijn eenmansactie en zijn eenmalige boosheid, een avond samen op de bank hingen, zei hij: ‘Nu de rest zo mooi is, moeten we het tv-meubel en de eetkamerstoelen misschien ook maar aanpakken.’ Daar liet ik geen gras over groeien: op mijn favoriete meubelsites liet ik meteen de mooiste spullen zien.

Op de dag dat ze werden bezorgd, hebben Huib en ik er een mooie fles wijn op gedronken. We hoefden nu toch niet meer te sparen.”
 

Dit artikel is al een keer eerder gepubliceerd.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >