bankrekening rugklachten werken
Beeld: Shutterstock

Ontwerpster Meike (43) woont samen met Gijs en is moeder van Olivia (12), Tommy (8) en Louis (2). Vanwege ernstige rugklachten is ze voor tachtig procent afgekeurd. 

"Ik krijg net de brief binnen van de Kamer van Koophandel met het bericht dat mijn ontwerpstudio na tien jaar uit het handelsregister is geschreven. Van die paar klusjes per jaar, kon ik nog net de accountant betalen. Ik wist dat het zou gebeuren, maar het was toch confronterend.
 

More content below the advertising

Officieel fulltime moeder

Ik ben nu officieel een fulltime moeder. En huisvrouw. Van de week moesten we ons voorstellen bij de zangles die ik met een paar moeders van school volg. De docente wilde weten voor welk beroep we onze stem gebruiken. Eh… voor het vak ‘mijn kinderen zeggen dat ze hun spullen moeten opruimen?’ Gek eigenlijk, dat ik dat zo moeilijk vind. Alsof fulltime moeders niet ook hard werken. Misschien heb ik er moeite mee omdat ik mijn leven zo anders had voorgesteld.

Het was altijd mijn droom arts te worden. In afwachting van een plek op de geneeskundeopleiding, begon ik aan een studie psychologie. En toen werd ik geveld door een ernstige hernia. De operatie die ik daarvoor moest ondergaan, verliep niet goed. Het duurde twee jaar voor ik weer een beetje kon lopen. Ik kwam in de Wajong terecht: een arbeidsongeschiktheidsuitkering voor jongeren.
 

Het ging altijd om ernstige rugklachten

Het waren moeilijke jaren. In de collegebankjes zitten lukte niet meer. Iedereen ging verder met zijn leven, bij mij ging het altijd om mijn rugklachten. Alsof dat mijn identiteit vormde. Die klachten heb ik nu, zeventien jaar later, nog steeds. Ik kan niet lang staan, zitten of bewegen. Overdag moet ik veel rusten. Uit eten gaan is lastig. Naar de bioscoop ga ik alleen als de film niet te lang duurt. En als vrienden een feestje geven dat pas rond negen uur ’s avonds begint, is de kans klein dat ik kom. Tegen die tijd is mijn emmer energie wel zo’n beetje leeg. 

Mijn Wajong-uitkering bedraagt € 870. Mijn man is meubelmaker. Hij verdient gemiddeld € 3000 bruto per maand. Na aftrek van onze hypotheek van € 736 en de huur van zijn studio van € 800, blijft er weinig over. Toch kan ik er goed van rondkomen. Boodschappen doe ik één keer per week bij de Lidl. Het scheelt dat we in een buurt wonen met veel creatievelingen en eenverdieners. Niemand heeft een dikke auto voor de deur staan, niemand gaat in de meivakantie naar Ibiza. Ik merk wel aan vriendinnen dat zij meer te besteden hebben. Laatst zouden we gezamenlijk een kraamcadeau kopen. Toen ik hoorde om welk bedrag het ging, moest ik afhaken.
 

Een onmisbaar vangnet

Omdat ik toch iéts wilde doen, ben ik een parttime opleiding tot interieurstylist gaan volgen. Samen met een vriendin begon ik een eigen bedrijfje in woonaccessoires en tassen die ik zelf ontwerp. Alles wat ik daarmee verdiende, veel was het niet, ging van mijn uitkering af. Na de geboorte van ons derde kind lukte het me niet meer er genoeg tijd in te stoppen. 

Binnenkort word ik voor het eerst in jaren opgeroepen voor een herkeuring. Dat zet mijn situatie weer op scherp. Aan de ene kant is mijn uitkering een onmisbaar vangnet. Ook vind ik het voor Gijs fijn dat ik financieel bijdraag aan ons huishouden. Hij drukt me altijd op het hart hoe belangrijk mijn rol als moeder is en dat ik het heel goed doe met de kinderen, maar het wringt toch. Ook voor de buitenwereld heb ik vaak het gevoel dat ik me moet verantwoorden voor het Wajong­geld dat ik ontvang. Ik heb drie kinderen, dat is óók zwaar, zou ik dan niet gewoon moeten kunnen werken?
 

Lees ook
Bankrekening: 'Mijn kind liet mij inzien dat ik verloskundige wil worden' >


 

Ik bén niks, ik móet iets

Soms vraag ik me af of die zekerheid van die uitkering, hoe laag het ook is, niet remmend werkt. Ik vind het heerlijk mijn kinderen iedere middag van school te kunnen halen. Ik weet zelf nog hoe fijn ik het als kind vond dat mijn moeder altijd thuis was. Maar er zijn ook momenten dat het lijkt of ik de hele dag vul met het eindeloos verplaatsen van stapeltjes was en speelgoed. Dan denk ik: ik bén niks, ik móet iets. Waarna ik me in een vlaag van paniek verdiep in een opleiding, en of dat haalbaar is.

Het zou prettig zijn volstrekt onafhankelijk te zijn, maar als het niet lukt, heb ik helemaal niks meer. Nog los van mijn klachten: wat te doen met mijn gigantische gebrek aan werkervaring en het feit dat ik de digitale boot volledig heb gemist? Ik leef al bijna twintig jaar een offline leven. Gesolliciteerd heb ik nog nooit. Ik heb niet eens een cv.
 

Het grootste geluk

Er zijn ook goede kanten. Zo zie ik het als winst dat ik dankzij mijn lichamelijke beperking mijn creatieve talent én mijn emotionele kant heb kunnen ontwikkelen. Ik ben nogal ambiteus, loyaal en consciëntieus van aard. Als ik arts was geworden, was ik vast in een soort koker gestapt, een uitgestippeld carrièrepad. Dan had ik de kinderen er een beetje ‘bij’ gedaan. Nu besef ik: dat ik die drie kinderen heb kunnen krijgen ondanks mijn aandoening, dát is het grootste geluk. Als ik naar vriendinnen kijk die wel carrière maken, zou ik niet met ze willen ruilen. Wij hebben geen iPad in huis en geen geld voor verre vakanties; we kunnen wél op een zonnige dinsdagmorgen spontaan gaan picknicken in het park. Wij hebben iets veel belangrijkers: tijd.” 
 

Dit artikel heeft eerder in Kek Mama gestaan.

 

 

Meer Kek Mama? Neem nu een abonnement en profiteer van leuke aanbiedingen!