Kleumend aan de zijlijn van de tennisbaan van jongste zoon (incognito, want in bivakmuts, capuchon, en onooglijke moonboots) aanschouwt onze Jorinde het tafereel eens in helikopterview. En denkt daarbij van alles.

1. Ménsen wat is het koud. Staan al die ouders hier uit vrije wil? Ik bedoel: we kunnen ook met z’n allen in de kantine gaan zitten, met uitzicht op de baan. Ben ik een ongeïnteresseerde moeder als ik de live geluidsregistratie graag verruil voor de verwarming?

 

More content below the advertising

2. Wat ben ik blij dat oudste turnt. Binnen. Oké, ook als het dertig graden is. En op zondagochtend om negen uur, tijdens competities. Met freerunning als neveneffect en een soort permanente staat van angst aan mijn kant, voor botbreuken en ander engs. Dat is natuurlijk ook geen pretje.


3. Nope, klappertanden aan de zijlijn is erger. 


4. Wintertennis, wie heeft dat nou weer bedacht? Hockey doen ze tenminste nog in de zaal als het vriest.


5. Kijk ‘m nou staan, dat arme schaap met z’n miniracket. In skihandschoenen. SKIhandschoenen, ja. Is dit eigenlijk wel verantwoord? Nou ja, hij lacht. Of is dat een van kou vertrokken grijns?


6. Het ziet er wel ongelooflijk schattig uit. Een soort kaboutertjes in sumoworstelpakken. O wacht, daar ben ik nu een reuzenversie van. Ik hoop dat niemand me herkent.


7. Waarom noemen ze de kerststop van vier weken in vredesnaam winterstop, als de lessen half januari, wanneer de winter nog maar net begonnen is, alweer starten? Winterstop – yeah, right. Nou ja, bij voetbal duurt ‘ie soms maar twee weken.


8. Aan de andere kant: bij skaten zes maanden.


9. Vroeger bestond dit echt niet. Toch?


10. Vroeger had ik ook niet kunnen bedenken dat ik bevroren naast een sportveld zou staan in mijn vrije tijd, trouwens. En er nog van zou genieten ook. Tenminste, van dat heerlijke kereltje met zijn knappe service, dan. Niet van de kou. Hemel, wat is het koud.


11. Nou, die andere ouders bekijken het maar: ík ga in de kantine zitten.


12. Hebben ze hier wijn? Of beter: chocomel met rum? Ik kan het natuurlijk echt niet maken dat te bestellen om twee uur ’s middags. 


13. Bitterballen dan? Ze zullen wel denken. Het is hier geen kroeg. Als ik nou de rest van de ouders gewoon ook trakteer op bitterballen? Dan bestelt er vanzelf wel iemand een wijntje bij. 


14. De rest van de dag doen wij mooi niks meer. Met kruik onder een deken met z’n drieën spelletjes doen op de bank. En dan een zelfgebakken cake in de oven.


15. Of we gaan schaatsen. We hebben het nu toch al koud. En tegen de tijd dat we er zijn is het zéker tijd voor rum.


16. Hè gezellig, winter. Mag van mij nog wel even duren.