‘Eet dat maar niet, daar word je dik van’, of: ‘Ik wil echt van mijn buikje af.’ Geen schokkende uitspraken, maar toch hebben ze meer effect op je kinderen dan je denkt. Want taal doet ertoe, zeker wat bodypositivity betreft.
Lees verder onder de advertentie
“Ik geloof in bodypositivity. In een wereld waarin lichamen in alle vormen en maten er mogen zijn. En ik wilde graag geloven dat ik mijn kinderen ‘body positive’ opvoed. Ik noem eten niet ‘ongezond’, maar ‘voedzaam’ of ‘minder voedzaam’. Als ik het over lekkers heb, bedoel ik niet alleen snoep, chips of chocola, maar ook fruit en nootjes horen daarbij. En ik corrigeer mezelf als ik iets tegen mijn kinderen zeg wat ik eigenlijk niet aan ze wil meegeven. Ik had het idee dat ik lekker bezig was, tot de afgelopen ramadan. Mijn oudste van zeven wilde graag een dagje meedoen met vasten. Dat vond ik prima, maar ik was wel benieuwd naar de reden erachter. Hij: “Dan ga ik niet zoveel snoepjes vragen.” Ik: “Maar waarom wil je minder snoepjes vragen?” Hij: “Omdat ik al een buikje begin te krijgen.” Voor de duidelijkheid: mijn kind is lang en slank. Geen buikje te bekennen. Een paar dagen later zei mijn jongste van drie: “Als JJ zoveel snoepjes eet, krijgt hij een bigi bere (dikke buik), net als ik.” Daar zit je dan, met je goede bedoelingen.
Lees verder onder de advertentie
Blijkbaar krijgen kinderen meer mee dan ik dacht. Ineens kwam het besef: wat als de manier waarop wij naar ons eigen lichaam kijken de blauwdruk wordt voor hoe zij naar zichzelf leren kijken? Wanneer besef je dat het dieper zit? Als ouder zit ik continu in een spagaat tussen twee dingen: ik wil dat mijn kinderen ontspannen omgaan met eten, maar ook dat ze gezond opgroeien. In de praktijk betekent het dat ik vooral let op wat zíj eten, maar veel minder op wat ik zelf uitstraal.
Vergelijken
Mijn kinderen hoeven hun bord niet leeg te eten, want als je lichaam zegt dat het genoeg is, is het genoeg. Maar bij snoep en chocola merk ik dat ze minder goed lijken aan te voelen wanneer hun lichaam verzadigd is, dus grijp ik sneller in. Dan bepaal ík wanneer het genoeg is. Tegelijkertijd ben ik zelf al anderhalf jaar bezig om mijn lichaam te veranderen. Ik eet anders, sport meer en maak regelmatig opmerkingen tegen mijn man over mijn buik. Pas door wat mijn kinderen zeiden, had ik door dat zij dit ook horen en zien. Ik was zo bezig met wat ik hun leerde over eten, dat ik vergat dat ze vooral leren van wat ik doe.
Lees verder onder de advertentie
Om te begrijpen waar dat begint, sprak ik met klinisch diëtist Islem Mechani. Want wanneer ontstaat lichaamsbewustzijn bij kinderen eigenlijk? Kinderen ontwikkelen al verrassend vroeg een beeld van hun lichaam, legt ze uit. “Rond de leeftijd van drie à vier jaar beginnen kinderen te begrijpen dat hun lichaam zichtbaar is voor anderen. Vanaf ongeveer zes jaar worden ze gevoeliger voor vergelijking met leeftijdsgenoten.” Ook krijgen kinderen rond die leeftijd meer besef van hoe hun lichaam anders is ten opzichte van de rest en wat men als ‘mooi’ classificeert. Dat is ook het moment waarop kinderen gaan nadenken over verschillen. Wie is groter, kleiner, dunner, dikker en wat betekent dat eigenlijk?
Ik ben van mening dat vergelijken op zich geen probleem hoeft te zijn. Zien dat lichamen verschillen is simpelweg kunnen zien. Het gaat in mijn optiek pas mis wanneer er een waardeoordeel wordt gekoppeld aan bepaalde lichamen. Wanneer ‘anders’ verandert in ‘beter’ of ‘slechter’. Bij de oudste viel het mij niet op dat er al een negatief lichaamsbeeld was ontstaan, dus vroeg ik Mechani naar de signalen waar ik bij de jongste op moet letten. “Kinderen kunnen stiller worden, zich terugtrekken of zich schamen. Bijvoorbeeld bij het omkleden. Soms spreken ze het ook letterlijk uit: ‘Ik ben te dik.’” En soms geeft je kind aan eruit te willen zien als iemand anders.
Lees verder onder de advertentie
“Ouders zijn in de vroege jaren de belangrijkste spiegels”, zegt Mechani. “Hoe zij praten over hun eigen lichaam, hoe ze omgaan met eten en met emoties rondom voeding, vormt de basis voor hoe een kind zichzelf ziet.” Dat komt binnen. Want je kunt nog zo bewust praten over voeding, maar als je ondertussen zucht voor de spiegel of klaagt over je buik, blijft dát hangen. Kinderen luisteren, maar ze kijken nog beter. “Kinderen pikken vooral non-verbale signalen op”, zegt Mechani.
Verkeerd signaal
Wat het ingewikkeld maakt: veel ouders – ik ook – proberen controle te houden. Zeker als het om snoep gaat. Ik dwing mijn kinderen niet hun avondeten op te eten, maar bij snoep bepaal ik wanneer en hoeveel. En dat zeg ik ook hardop. Goed bedoeld, maar misschien ondermijn ik daarmee juist wat ik wil bereiken. “Veel ouders willen beschermen, maar raken verstrikt in controle”, zegt Mechani. Dat betekent niet dat grenzen verkeerd zijn. Maar wel dat de manier waarop je ze stelt ertoe doet.
Taalgebruik doet er ook toe, want kleine opmerkingen kunnen meer doen dan je denkt. Mechani deelt voorbeelden van opmerkingen die wij als ouders beter kunnen vermijden. “Zinnen als ‘dat is niet zo gezond voor jou’, ‘heb je dat echt nodig’ of ‘ik moet op mijn lijn letten’ lijken onbeduidend, maar ze kunnen kinderen het gevoel geven dat eten iets is om je schuldig over te voelen.” Ook grapjes blijven hangen. Een opmerking over een ‘buikje’ – guilty as charged – of iemand een ‘grote eter’ noemen: kinderen slaan het allemaal op.
In complimenten zit eveneens een valkuil, legt Mechani uit. ‘Wat zie je er dun uit’ klinkt positief, maar legt de focus op uiterlijk. Volgens haar moet je voorzichtig zijn met labels, zoals eten als ‘goed’ of ‘slecht’ bestempelen, of lichamen als ‘mooi’ of ‘lelijk’. En straffen, maar ook belonen, met eten kan óók een verkeerd signaal afgeven. Allemaal ogenschijnlijk kleine dingen, maar juist die vormen samen het grotere plaatje dat je kind ervan maakt.
Lees verder onder de advertentie
Vergeet niet: jij bent niet de enige invloed. Zodra kinderen de wereld in gaan, krijgen ze van alle kanten signalen mee over hoe lichamen eruit zouden moeten zien. Van familieleden die achteloos iets zeggen over een ‘stevig’ kind tot de constante stroom aan beelden op social media, waarin één ideaal vaak de norm lijkt.
Tegenwicht
Ook wij als ouders dragen daaraan bij. In wat we delen, wat we zeggen en hoe we naar onze kinderen kijken. Onbewust krijgen zij mee: zo wordt er naar mij gekeken. En dat kan impact hebben op hun zelfbeeld. “Het kan leiden tot onzekerheid en vergelijken”, zegt Mechani. “Soms zelfs tot het vermijden van activiteiten. Hoe jonger kinderen hiermee in aanraking komen, hoe groter de impact.”
Lees verder onder de advertentie
Wat werkt dan wél? Ik wil immers weten hoe ik mijn kinderen naar een positief lichaamsbeeld begeleid. Je kunt de wereld niet buitensluiten, maar thuis hopelijk wel tegenwicht bieden. Dat klopt volgens Mechani. De grootste winst zit ’m in een simpele verschuiving: focus op wat een lichaam kan, in plaats van hoe het eruitziet. “Praat over functie in plaats van vorm. Bijvoorbeeld: ‘groenten helpen je lichaam sterk te blijven’, of: ‘je lichaam geeft zelf aan wanneer het genoeg heeft gehad’”, vertelt ze. Het doel is om eten te normaliseren en lichamen neutraal te benaderen. “Dan ontstaat er automatisch meer rust en zelfvertrouwen bij kinderen.”
Tekst gaat verder onder de podcast
Dat zit vaak in ogenschijnlijk simpele dingen: vaste, ontspannen eetmomenten, een gevarieerd aanbod zonder druk en ruimte om te luisteren naar honger- en verzadigingsgevoel. Maar ook in hoe je zelf met eten omgaat. Ook buiten de eettafel kun je veel betekenen. Door complimenten te geven over wat een kind kan in plaats van hoe het eruitziet. Door te laten zien dat iedereen anders is, bijvoorbeeld door de keuze van (prenten)boeken, films en series. Door samen te koken en te proeven. En door kinderen te laten ervaren wat hun lichaam allemaal kan – rennen, dansen, klimmen – zonder dat daar een doel of oordeel aan hangt. En misschien wel het belangrijkste: mild zijn voor jezelf. Want hoe jij naar je eigen lichaam kijkt, is uiteindelijk de les die het hardst binnenkomt.
Lees verder onder de advertentie
Perfect bestaat niet
Wat ik de afgelopen jaren merk: zodra het over opvoeden gaat, kan het al snel gevoelig liggen. Adviezen van experts roepen soms weerstand op – logisch ook, want niemand zit te wachten op het gevoel dat je het niet goed doet. Wat mij betreft is er geen perfecte manier van opvoeden, iedereen doet wat past bij zijn of haar gezin. Tegelijkertijd kan het waardevol zijn om af en toe stil te staan bij wat we doen en zeggen en welk effect dat kan hebben. Niet omdat het anders móét, maar omdat je er bewuster naar kunt kijken. Misschien herken je jezelf hierin. Of misschien ook niet, en zet het je alleen even aan het denken. Wat je ermee doet is helemaal aan jou. Voor mij betekent het dat ik opnieuw kijk naar wat ik zeg, naar wat ik doe en naar hoe ik naar mezelf kijk. En dat probeer ik steeds vaker te doen met een milde, positieve blik.
Meer over taal
Je zoon opvoeden met respect voor vrouwen? Nog effe niet nodig, denk je als je naar je engeltje kijkt. Maar voor je het weet is ie een puber die ‘kech’ een normaal woord vindt. Educate your son, in dit artikel deelt Marije dat je er niet vroeg genoeg kan beginnen.
Dit artikel verscheen eerder in Kek Mam Born to be free.
Dat een bevalling zich niet laat plannen, blijkt wel uit het bevallingsverhaal van Romee Abrahams. Terwijl op het erf het grote verjaardagsfeest van haar vader in volle gang was, dienden de weeën voor haar tweede zoon Alfie zich aan.
Anouk is trotse echtgenote van Erwin en mama van vier meiden: Aurélie (12), Emeline (10), Vieve (8) en Lilou (5). In hun levendige huishouden is het soms één en al chaos, maar liefde, gelach en spontane dansfeestjes voeren steevast de boventoon. Anouk deelt vol enthousiasme haar avonturen in het ouderschap.
De juffen op school noemen Pilar ‘tante’, terwijl ze heus wel weten hoe het zit: voor Laura en Daniël is ze hun vrouw, en als een tweede moeder voor hun dochters Rosa (9) en Carmen (7). “We zijn gewoon een gezin.”
Tijdens de nieuwjaarsnacht van 2000 op 2001 brak er brand uit in café De Hemel in Volendam. Melanie Klene (40) overleefde de ramp, maar liep ernstige brandwonden op. Inmiddels is ze moeder van twee zoons (11 en 8). De gebeurtenis is verweven in haar gezin en heeft haar gevormd tot wie ze nu is.
Melissa Ramakers Quekel (29) leeft met een zeldzame stofwisselingsziekte en kampt met complexe gezondheidsproblemen. Ze is afhankelijk van sondevoeding en draagt een glucose-sensor. Ondertussen zet ze alles op alles om er voor haar dochters Lotte (2,5) en Elise (1) te zijn.
Floor is al 25 jaar juf op een basisschool en moeder van Lotje (17) en Abel (19). Ze heeft een relatie met Roderik en is bonusmoeder van Kiki (10) en Feline (13). Op haar werk heeft ze te maken met 28 kleuters en 56 ouders. Maar wie is ze nou eigenlijk wat aan het leren? […]