Meer driftbuien sinds school weer begonnen is? Volgens een expert komt dat hierdoor

adhd nee kinderen Beeld: Canva
Elsemieke Tijmstra
Elsemieke Tijmstra
Leestijd: 9 minuten

De hele zomervakantie had je een relatief gezellig kind. Oké, eentje die om 21.30 uur nog in zwemkleding rondliep en geen idee meer had welke dag het was, maar wél gezellig. En toen begon school.

Lees verder onder de advertentie

Ineens wordt er gehuild om sokken, is het ontbijt een principiële kwestie en eindigt iedere ochtend in ruzie. Doet je kind gewoon moeilijk? Volgens een expert in neurowetenschap is er vaak iets heel anders aan de hand.

Het begin van een nieuw schooljaar vraagt nogal wat van kinderen. Nieuwe juf of meester. Ander lokaal. Misschien nieuwe klasgenoten. Een wekker die ineens weer vroeg gaat. Stilzitten, opletten, luisteren, sociale situaties inschatten en de hele dag doen wat er van je wordt verwacht.

En dan kom jij ’s middags gezellig vragen hoe school was. “WEET IK NIET.” Oké dan. Volgens therapeut en neurowetenschapper Robyn Gobbel, auteur van Raising Kids with Big, Baffling Behaviors, is gedrag dat wij als opstandig of lastig bestempelen vaak een teken dat het zenuwstelsel van een kind simpelweg vol zit.

Lees verder onder de advertentie

Oftewel: die hysterische huilbui omdat jij de verkeerde beker hebt gepakt, gaat waarschijnlijk niet écht over die beker.

Een nieuwe schoolperiode kost het brein extra energie

Volgens Gobbel verwerkt ons brein voortdurend enorme hoeveelheden informatie. Tegelijkertijd is het steeds bezig met één belangrijke vraag: ben ik veilig? Bekende situaties zijn voor het brein relatief makkelijk te verwerken. Nieuwe situaties kosten meer energie. En laat het begin van een schooljaar nou één grote verzameling nieuwe prikkels zijn.

Lees verder onder de advertentie

Een ander lokaal, andere plek in de klas, nieuwe regels, nieuwe gezichten en misschien zelfs een nieuwe school. Ook wanneer je kind ogenschijnlijk vrolijk naar binnen huppelt, kan dat behoorlijk wat van zijn mentale capaciteit vragen.

Gooi daar een slechte nacht, honger of een vervelende eerdere ervaring op school bovenop en de emmer kan al aardig vol zitten voordat de eerste bel überhaupt is gegaan. Een driftbui lijkt daardoor misschien uit het niets te komen, maar volgens Gobbel is dat zelden zo.

‘Opstandig’ gedrag is vaak een signaal

Dat betekent trouwens niet dat je je verbeeldt dat je kind strontvervelend doet. Een kind dat weigert zijn schoenen aan te trekken, overal ‘nee’ op zegt of van ieder ontbijt een onderhandeling op leven en dood maakt, kan behoorlijk opstandig overkomen. Alleen is ‘opstandig’ volgens Gobbel niet het eindpunt van de analyse.

Lees verder onder de advertentie

Het is het begin. Volgens haar ontstaat dat gedrag vaak wanneer het zenuwstelsel in een soort beschermingsstand staat. Je kind heeft zoveel energie gebruikt om met school en alle verwachtingen daaromheen om te gaan, dat er weinig ruimte meer over is. En dan is ‘NEE!’ soms ongeveer alles wat er nog uitkomt.

Een uitgebreide preek over gedrag heeft op zo’n moment weinig zin. Een kind dat volledig overloopt, heeft simpelweg geen ruimte om jouw TED Talk over respectvol communiceren in zich op te nemen. Dat gesprek kan later. Eerst die emmer weer een beetje leeg.

En daarom ontploft je kind juist ná school

Dan heb je natuurlijk nog die andere variant. Op school: een engel. Thuis: binnen vier minuten volledig ingestort omdat de banaan doormidden brak. Ook daar is volgens Gobbel een logische verklaring voor.

Jezelf de hele dag reguleren kost energie. Je kind heeft geluisterd, gewacht op zijn beurt, samengewerkt, stilgezeten en misschien twintig keer besloten níét te schreeuwen dat dat ene jongetje of dat ene meisje irritant is.

En dan ziet hij jou. De veilige persoon. De plek waar al die opgebouwde spanning er eindelijk uit mag. Gezellig voor jou? Niet bepaald. Maar het kan juist betekenen dat je kind zich bij jou veilig genoeg voelt om de boel even volledig los te laten. Dus… eigenlijk een compliment. Soort van.

Dit doen ouders vaak – en het helpt niet altijd

Het vervelende is natuurlijk dat een gestrest kind ook iets doet met jouw zenuwstelsel. Zeker wanneer jij om 08.12 uur nog een broodtrommel staat te vullen, je over zeven minuten moet vertrekken en iemand op de grond ligt te gillen omdat zijn broek ‘raar voelt’.

Dan schieten we volgens Gobbel gemakkelijk in reacties die goed bedoeld zijn, maar niet altijd helpen. Bijvoorbeeld het gevoel wegredeneren: “Maar gisteren vond je school nog hartstikke leuk.” Of meteen met oplossingen komen: “Dan vragen we straks toch of je ergens anders mag zitten?” Of het kleiner maken: “Kom op, zo erg is het toch niet?”

Lees verder onder de advertentie

Het probleem is dat je daarmee voorbijgaat aan wat je kind op dát moment voelt. Dat betekent niet dat je eindeloos moet bevestigen dat school inderdaad één grote verschrikking is. Volgens Gobbel wil je eigenlijk twee boodschappen tegelijk geven:

  • Ik zie dat dit moeilijk voor je is.
  • En ik vertrouw erop dat jij hier doorheen komt.

Zo maak je schoolochtenden iets minder explosief

Dé perfecte ochtendroutine bestaat helaas niet. Wat voor het ene kind werkt, bezorgt het andere kind waarschijnlijk spontaan nog een driftbui. Gobbel adviseert daarom vooral om kleine dingen uit te proberen.

Denk aan je kind rustig wakker maken in plaats van vanuit beneden drie keer zijn naam te roepen. De verlichting langzaam aanzetten. Een duidelijk visueel ochtendritueel ophangen, zodat niet alles onthouden hoeft te worden. Of tijdens het ontbijt muziek aanzetten en er iets gezelligers van maken. Kleine experimenten dus. Werkt het? Houden. Werkt het niet? Weg ermee.

Lees verder onder de advertentie

Een belangrijke verandering begint volgens Gobbel bovendien bij de ouder zelf. Probeer ervoor te zorgen dat jij niet al volledig overprikkeld bent voordat de kinderen überhaupt hun ogen hebben geopend. Makkelijker gezegd dan gedaan, uiteraard. Maar misschien betekent het dat je zelf tien minuten eerder opstaat. Eerst koffie drinkt. Je aankleedt voordat de rest wakker is. Of zoveel mogelijk de avond ervoor klaarlegt.

Niet omdat je vanaf nu een Pinterest-moeder met perfect gelabelde bakjes moet worden (of misschien ben je die moeder al, ook goed, you do you). Maar omdat een ouder die om 07.55 uur zelf zijn schoenen niet kan vinden meestal weinig kalmerend effect heeft op een kind dat zijn gymtas kwijt is.

Je kind ligt al krijsend op de grond. Wat nu?

Stel: te laat, je kind is volledig over de rooie. Volgens Gobbel hoef je jezelf dan niet te dwingen om een soort zenmonnik te worden die fluisterend tussen de rondvliegende schoenen zit. Probeer vooral verbonden te blijven met jezelf. Merk op wat er in jóú gebeurt. ‘Oké, ik sta zelf ook op ontploffen.’ Adem.

Lees verder onder de advertentie

Let op je stem, je woorden en wat je lichaam doet. En probeer vervolgens niet alleen naar het gedrag van je kind te kijken, maar naar wat daaronder zit. Soms is het enige doel van zo’n moment ervoor zorgen dat iedereen veilig blijft totdat de storm voorbij is. Meer hoeft niet. Vaak komt er vanzelf een moment waarop je kind iets ontspant. Dán kan een knuffel, slok water of rustige zin ineens wel binnenkomen.

En wat als het op school óók niet lekker gaat?

Merk je dat je kind niet alleen thuis, maar ook op school moeite heeft met de overgang? Dan kan het helpen om de leerkracht erbij te betrekken. Gobbel adviseert om daarbij niet meteen binnen te komen met een klacht, maar vanuit nieuwsgierigheid en samenwerking. Aangeven wat je thuis ziet, vragen wat de leerkracht in de klas merkt en samen bekijken wat kan helpen.

Lees verder onder de advertentie

Het doel is niet om gedrag goed te praten. Het doel is begrijpen waar het vandaan komt, zodat je er iets mee kunt. En vergeet daarbij vooral niet dat die leerkracht in september waarschijnlijk óók een zenuwstelsel heeft dat op standje overleven staat, met dertig kinderen in de klas die allemaal nog moeten wennen.

Wanneer moet je wél aan de bel trekken?

De meeste kinderen wennen uiteindelijk aan het nieuwe schoolritme. Alleen gaat dat niet altijd in een keurige rechte lijn. Misschien huilt je kind de eerste week iedere ochtend twintig minuten en in week vier nog maar twee keer. Misschien gaat het drie dagen fantastisch en volgt daarna ineens weer een ochtend rechtstreeks uit de hel. Dat betekent niet meteen dat je terug bij af bent. Geef het tijd.

Lees verder onder de advertentie

Zie je na een aantal weken helemaal geen verbetering? Blijven de problemen even intens of worden ze juist erger? Dan adviseert Gobbel om met school te overleggen en samen te kijken of er meer ondersteuning nodig is. Dat kan bijvoorbeeld via iemand binnen school of, als daar aanleiding toe is, met hulp van buitenaf.

Vroeg hulp inschakelen betekent niet dat je meteen van het ergste moet uitgaan. Het betekent vooral dat je niet langer blijft aanmodderen dan nodig is.

En als jij morgenochtend tóch uit je slof schiet…

…ben je waarschijnlijk niet de enige. Begrijpen waar het gedrag van je kind vandaan komt, betekent helaas niet dat je vanaf nu iedere driftbui liefdevol opvangt terwijl jij sereen je koffie drinkt. Soms ben je moe. Soms moet je gewoon naar je werk. En soms heb je om 08.03 uur simpelweg niet de mentale capaciteit voor een existentiële discussie over waarom de blauwe sokken absoluut niet kunnen.

Maar misschien helpt het om de volgende keer één ding te onthouden: je kind probeert je niet bewust het bloed onder de nagels vandaan te halen. Dat gedrag dat eruitziet als dwarsliggen, kan ook een kind zijn dat eigenlijk zegt: Het is me even te veel. En als je dát ziet, ziet die driftbui er misschien ineens net een beetje anders uit.

Volgens een andere expert hebben de gelukkigste kinderen ouders die elke ochtend deze negen dingen doen. Je leest het hier.

Bron: Motherly

Voeg ons toe als voorkeursbron

Meest bekeken

Facebook Twitter Whatsapp E-mail