Mila: ‘Ik wacht al een jaar lang op die Tikkie van €800’
Soms loopt een simpele Marktplaats-aankoop nét even anders dan gepland. Wat begon als een droomvondst voor een prikkie, veranderde in een verhaal dat Mila een jaar later nog steeds bezighoudt.
Beeld: Canva
Steeds meer gezinnen wereldwijd bestaan uit slechts één kind. Of dat nu een bewuste keuze is of niet, het betekent dat een groeiend aantal kinderen opgroeit zonder broers of zussen.
Maar wat doet dat eigenlijk met het brein en gedrag van deze enigkinderen?
Tot nu toe leverde onderzoek gemengde en soms tegenstrijdige antwoorden: sommige studies suggereren dat enigkinderen sociaal vaardiger en beter op school zijn, andere dat ze juist vaker gedragsproblemen hebben. Onderzoekers van het Tianjin Medical University General Hospital en andere instituten in China gingen op zoek naar meer duidelijkheid. In hun recente studie, gepubliceerd in Nature Human Behaviour, onderzochten ze hoe het opgroeien zonder broers of zussen het volwassen brein en gedrag beïnvloedt.
“Met de wereldwijde toename van gezinnen met slechts één kind is het cruciaal om de effecten van het opgroeien zonder broers of zussen (GWS) op het volwassen brein, gedrag en de onderliggende mechanismen te begrijpen”, schrijven Jie Tang, Jing Zhang en hun collega’s.
Voor hun analyse gebruikten ze data van de CHIMGEN-cohort, met 2397 zorgvuldig gematchte paren van deelnemers: één enigkind tegenover één persoon met broers of zussen. Ze keken naar hersenstructuur, hersenfunctie, cognitieve vaardigheden, persoonlijkheid en mentale gezondheid.
Wat bleek? Enigkinderen vertoonden specifieke patronen in hun hersenen en gedrag: een hogere integriteit van taalvezels, een lagere integriteit van motorische vezels, een groter cerebellumvolume, een kleiner cerebraal volume en lagere frontotemporale spontane hersenactiviteit. Tegelijkertijd waren er positieve verbanden met cognitieve prestaties en mentale gezondheid.
Interessant is dat veel van deze effecten niet direct door het al dan niet hebben van broers of zussen worden veroorzaakt, maar door de omgeving: sociaaleconomische status, moederlijke zorg en familiale steun spelen een grote rol. Dat betekent dat interventies die de ervaringen en mogelijkheden van enigkinderen verrijken, daadwerkelijk hun hersenontwikkeling, mentale gezondheid en gedragsuitkomsten kunnen verbeteren.
Het cliché van het ‘verwende enig kind’ klopt dus niet zomaar. Het brein en gedrag van enigkinderen blijken complex en sterk beïnvloed door de omgeving waarin ze opgroeien, en dat biedt volop kansen om hun ontwikkeling positief te sturen.
De 11 dingen die je als ouder van een enig kind écht moet weten, volgens een psycholoog? Je leest het hier.
Bron: Tianjin Medical University General Hospital