Volgens een juf voelen ouders zich hier het meest schuldig over als het gaat om hun kinderen
Beeld: Canva
In gesprekken met ouders en uit haar eigen ervaring als moeder en leerkracht ziet Tal Mone een opvallend patroon terugkomen.
Steeds vaker gaat het over de vraag: wanneer is een kind klaar voor de basisschool? En misschien nog wel belangrijker: waarom voelt het alsof die keuze zo snel gemaakt moet worden?
Schuldgevoel bij ouders
Wat haar vooral opvalt, is dat spijt meestal maar één kant op lijkt te gaan. Ouders die achteraf denken dat hun kind misschien te vroeg is gestart, spreekt ze regelmatig. Andersom hoort ze het nauwelijks. Als leerkracht en ouder wil Tal het onderwerp daarom van beide kanten bekijken. Niet als oordeel, maar als reflectie op hoe we naar ontwikkeling kijken.
Druk van ‘klaar zijn’
Volgens Tal lijkt er onder ouders een soort onuitgesproken vergelijking te ontstaan. Op de kinderopvang, in online oudergroepen en in alledaagse gesprekken komt steeds vaker de vraag terug of een kind niet “al toe is aan de basisschool”, soms zelfs vóór de vijfde verjaardag.
Redenen
Achter die vraag zitten verschillende motivaties. Een belangrijke reden, zegt ze, is financieel. Kinderopvang is duur, terwijl school relatief weinig kost. Voor sommige gezinnen is de overstap dus niet alleen een pedagogische keuze, maar ook een praktische verlichting.
Geen oordeel
Zelf herkent ze die druk. Als alleenstaande ouder weet ze hoe zwaar de kosten kunnen wegen en hoe ingewikkeld het kan zijn om keuzes te maken die niet alleen goed voelen, maar ook haalbaar zijn. Daarom onderstreept ze dat ze geen oordeel heeft over ouders die hun kind om die reden eerder laten starten.
Wat betekent ‘klaar voor school’?
Toch blijft één argument haar bezighouden: het idee dat een kind “er gewoon aan toe is.” Maar wat betekent dat eigenlijk? Volgens Tal wordt dat vaak gekoppeld aan slimheid, taalontwikkeling of nieuwsgierigheid. Een kind dat zich verveelt op de opvang lijkt al snel klaar voor de volgende stap. Daar plaatst ze kanttekeningen bij. Schoolrijpheid gaat volgens haar om veel meer dan alleen cognitieve vaardigheden.
Meer dan leren alleen
Tal verwijst naar haar eigen dochter, geboren in april. Op papier had zij met vier jaar en tien maanden al kunnen starten op school. Academisch en sociaal had ze dat waarschijnlijk best gered, zegt ze. Toch koos ze bewust voor uitstel. In overleg met de kinderopvang besloot ze haar dochter nog wat langer in haar vertrouwde omgeving te laten. En dat bleek een waardevolle periode. Volgens haar zijn veel kinderopvanglocaties bovendien bereid mee te denken met ouders die twijfelen over de timing.
Emoties, vriendschappen en spelen
Het grootste aandachtspunt bij een vroege start ligt volgens Tal niet bij rekenen of taal, maar bij de sociaal-emotionele ontwikkeling. Kinderen moeten nog leren omgaan met emoties, samenwerken, conflicten oplossen en hun plek vinden in een groep.
Meer tijd
En in die fase is tijd een belangrijke factor. Daarom benadrukt ze ook wat kinderopvang in haar ogen zo waardevol maakt: de ruimte om kind te zijn. Spelen zonder doel, fantaseren, verkleden, bouwen, ontdekken en gewoon even nergens aan hoeven voldoen. In al haar jaren als leerkracht en ouder hoorde Tal nog nooit iemand zeggen dat diegene spijt had van ’te laat’ starten. Wat ze wel vaak hoort, is dat ouders achteraf meer tijd hadden willen nemen.
Eerder onthulde een juf welke cadeaus leerkrachten níét meer willen krijgen. Je leest er hier meer over.
Beluister onze nieuwste podcast-aflevering hieronder!
Bron: Tal Mone
Kek Mama leesdeals
Lees Kek Mama nu met korting of luxe cadeau