eenoudervakantie
Beeld: Unsplash

Het leek haar iets voor zielige types: zo’n vakantie voor alleenstaande ouders. Maar ja, leuk voor de kinderen en beter dan een camping met stelletjes die je straal negeren. En zo kwam het dat Julia met haar zoontjes op een landgoed in Toscane belandde.

Voorzichtig rij ik de zanderige oprijlaan van het landhuis op en parkeer onder de hoge bomen. Het is bloedheet in de auto – mijn airco doet het al jaren niet meer – en ik heb meer dan duizend kilometers gereden met twee stuiterende zoons op de achterbank. We zijn hongerig, plakkerig en gaar. Dit is het dus, denk ik, we zijn er echt. Dit is de eerste dag van de eenoudervakantie waar ik zo tegen opzie. Ik ben met mijn besluit op eenoudervakantie te gaan niet over één nacht ijs gegaan. Wanneer leg je je erbij neer dat je tot een bepaalde doelgroep behoort?
 

Eenoudervakantie

In mijn geval heeft dat een beetje tijdje nodig gehad. Ik hou er niet van in een hokje te passen, laat staan het hokje ‘gebroken gezin’. Om het hele concept van eenoudervakanties hangt toch een beetje een sneu aura. We kunnen dus rustig stellen dat mijn verwachtingen nogal laag waren toen ik deze reis boekte.

Er zijn drie dingen waar ik als een berg tegen opzie: dat vakanties als deze een soort verkapte dating-opportunity zijn waar single papa’s en mama’s handenwrijvend naar uitkijken. Dat ik dramatische scheidingsverhalen moet aanhoren.

En dat ik word geconfronteerd met olijke groepsactiviteiten – ik zou bij god niet weten waarom ik in een jeu de boules-team zou moeten enkel en alleen op basis van mijn burgerlijke staat.
 

Ontvangst

“Hallo!” Een leuke jongen komt aangeslenterd, brede glimlach. Ik schat hem in als werkstudent, het blijkt de zoon van een van de vakantiegangers. Hij komt hier al zo veel jaren dat hij kind aan huis is. Ongevraagd pakt hij een paar tassen uit de achterbak en nodigt de kinderen uit voor limonade en een rondleiding over het terrein. Blijkbaar weet hij precies waarmee je een alleenreizende ouder een groot plezier doet.
 

'Dit was de bedoeling'

We zijn hier nog geen vijf minuten en mijn kinderen zijn al verdwenen. Anderhalf uur later, al onze spullen staan inmiddels in een simpele kamer in het landhuis, hebben ze zich aangesloten bij een zwerm kinderen die enthousiast de landerijen doorkruist. Dit was de bedoeling, daarvoor ben ik hier.

Ik wilde zo graag op pad met mijn mannen: ze groeien razendsnel, als ik nu geen jeugdherinneringen maak aan zonovergoten vakanties met krekelgetsjilp en klaprozen, is de kans verkeken. Ik ging als kind altijd kamperen. Vakantie is voor mij buiten zijn, de natuur in, nieuwe mensen ontmoeten. Ik wilde niet voor de zoveelste keer mee met vrienden en familie, ik wilde onze éigen vakantieherinneringen scheppen. Van ons drieën. Als gezin. Niet langer als aanhang van een andermans gezinsgeluk. Bovendien heeft zo’n eenoudervakantie ook pluspunten: niet in mijn uppie voor de tent zitten, een boek kunnen lezen, geen tekst en uitleg en geen clichés hoeven aanhoren als: “Wat stoer, alleen met je kinderen op vakantie, ik zou het niet kunnen hoor!”
 

Schild

Het terrein is volledig omheind, er zijn trampolines, een kinderboerderijtje, een zwembad en een riviertje. Er kan niets gebeuren, ik heb geen enkele reden de jongens terug te roepen. Maar ja, nu ben ik wel mijn menselijke schildjes kwijt: zolang ik me met de welpen kan bezighouden, kan ik net doen alsof ik mijn omgeving niet opmerk. Want er zijn andere mensen en het worden er steeds meer. Er is plek voor zo’n dertig volwassen in dit landhuis, en ze komen allemaal vandaag aan. Als dekmantel neem ik een dik boek mee. Ik nestel me strategisch op een plek waar ik eens goed kan bekijken waar ik eigenlijk terecht ben gekomen.

Bij het zwembad zit een man met een bril, oudere kinderen. Rechts een klein gezelschap. Hoogblonde vrouw, praat te hard. Nog wat mensen. Links van mij een jonge vader ogenschijnlijk erg druk met zijn dochtertjes in de weer – onze blikken kruisen elkaar per ongeluk en we knikken ongemakkelijk. Het gelach wordt steeds luider. Meer en meer mensen sluiten zich bij dat groepje aan. Ik krimp een beetje. Dear lord. Kennen al deze mensen elkaar? Deze bestemming had toch als unique selling point dat het géén groepsreis was. Ik voel me heel ongemakkelijk. Had ik hier beter over na moeten denken?

Bang dat al mijn slechte vermoedens uit gaan komen, ga ik die avond tegelijk met de jongens naar bed. De volgende ochtend staat de zon al vroeg hoog aan de hemel. Nu het aankomen en uitpakken en settelen achter de rug is, gaat iedereen zijn eigen gang. Het terrein is slim opgezet: er zijn grote tafels waaraan je gezamenlijk kunt eten, maar ook genoeg hoekjes en zitjes waar je alleen of met je kinderen kunt aanrommelen. Er is een zaal vol spellen die dient als jeugdsoos, maar er is ook een kleine buitenbar waar de kinderen juist niet mogen komen zonder ouder.
 

Lees ook
5 vakantietips voor alleenstaande ouders >

 

Ontdooiingsproces

Vannacht heb ik goed en diep geslapen – dat helpt bij mijn ontdooiingsproces. Ik voel me al snel op mijn gemak en mijn sociale, vrolijke kant komt zowaar weer bovendrijven. Het is vermakelijk om te merken dat ik niet de enige ben die enigszins beschroomd ten tonele is verschenen. Er lijkt een soort onderlinge code te bestaan niet te veel te praten over de scheidingen die we achter de rug hebben: de vragen beperken zich tot hoelang geleden, vechtscheiding of niet, dan door naar de weersverwachting. Bovendien is niet iedereen gescheiden: er zijn ook Bommoeders op de landerijen, en een alleenreizende moeder wier echtgenoot een tijdje in het buitenland werkt.

Er zijn wel groepsactiviteiten, maar die zijn voor de kinderen. De ouders zijn allemaal lui en blijven rond het zwembad hangen als er maskers worden geknutseld en vuurtjes gestookt met een vrijwilligersmeisje dat geschapen is voor verantwoorde kinderanimatie met natuurlijke materialen en fantasierijke verhalen. Zo’n type met wie je kinderen op artistiek en educatief niveau veel beter af zijn dan met jou. Dat is lekker doorlezen in de ligstoel.

En de ouders, die zijn helemaal niet zo sneu. In ieder geval niet sneuer dan ik. Ik vertoef tussen allerhande types: een bankdirecteur, een galeriehouder, een ontwerpster, een personeelscoach. We blijken niet iets stoms maar iets leuks gemeen te hebben: allemaal hadden we zin in een echte zomervakantie en allemaal hebben we gedacht: fuck it, dan maar zo’n eenoudergebeuren, leuk voor de kinderen.
 

Het beste ervan maken

Langzaam maar zeker ontstaat er een groepsdynamiek. Steeds vaker schuif ik ’s ochtends bij het ontbijt aan bij een paar vaste gezichten omdat onze kinderen met elkaar aan een tafeltje willen zitten. Gingen we er op de eerste dag er nog zelf opuit voor lunchboodschappen, na een paar dagen is er al een roulatieschema van wie er naar de supermarkt rijdt en meteen brood meeneemt. We beginnen op elkaars kinderen te letten: “Doris is hier, ze gaat zo met ons mee badmintonnen.” “Nee joh, ga lekker wandelen, ik let wel even op Lucas.”

Er beginnen dingen op te vallen. Zo is er een Brabantse moeder die zich overduidelijk heeft voorgenomen een sappige vader aan de haak te slaan. De moeders keurt ze geen blik waardig, de vaders mogen rekenen op geïnteresseerde vragen en begripvolle blikken. Twee vaders windt ze om haar vinger, de arme mannen lijken het niet door te hebben. Aan de rand van het speelveld is het een schaamteloos en zeer vermakelijk schouwspel. We trekken steeds meer met elkaar op. Bij de enige familie-activiteit, de wekelijkse jeu de boules-competitie, kan ik ‘mijn’ team natuurlijk niet laten zitten en – o ironie – sta ik fanatiek te gooien. Er ontstaat een brugklaskampgevoel: we moeten het met elkaar rooien, laten we er dan maar het beste van maken.
 

Pleisterplaats

En waar het buitenbarretje de eerste dagen nog mondjesmaat werd bezocht, wordt het er ’s avonds als de kinderen op bed liggen steeds drukker. De boeken zijn uitgelezen, de Toscaanse zomeravonden zijn lang en zwoel en we zijn niet meer verlegen: de bar wordt een pleisterplaats. Ik moet bekennen: het is heerlijk om als single ouders onder elkaar te zijn. Mijn angst dat het de hele tijd over scheiden zou gaan, blijkt volkomen onterecht. We lijken allemaal opgelucht dat we het er niet over hoeven te hebben. Het is wel duidelijk waarom je hier verzeild bent geraakt. Die paar mensen die toch uitvoerig hun wel en wee willen bespreken, hebben elkaar ook gevonden en zitten voorovergebogen en serieus in een hoekje. De rest van ons wil gewoon ontspannen.

Er is drank. Er is muziek. Er is lol. Het is bizar, maar de avonden worden leuker en leuker – beter dan toen ik nog op gezinsvakanties ging met een papa en een mama en kinderen. Dan is het snel stelletje-stelletje, wijntje bij jullie, wijntje bij ons. Dit gemêleerde gezelschap van eenlingen wordt me zowaar dierbaar. Er is zelfs een papa met wie ik het wel heel goed kan vinden – de man met wie ik op de eerste dag een ongemakkelijke blik wisselde. We eindigen precies een week later alleen bij een kampvuur. Zoenen en zo, ontzettend puberaal maar o wat heerlijk.
 

De allerlaatste vakantiedag

Op de allerlaatste vakantiedag staan we snikkend bij onze ingepakte auto’s. De kinderen omhelzen hun vakantievriendjes, wisselen mailadressen uit en ruilen vriendschapsarmbandjes. De volwassenen omhelzen hun vakantievrienden, wisselen mailadressen uit en willen helemaal niets ruilen. Ik heb het gedaan, een eenoudervakantie. En het was een van de beste beslissingen in mijn leven.


Dit artikel staat in het Kek Mama Zomerboek 2018.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

stiekem zwanger kind of ik
Beeld: 123RF

Stiekem de pil in de kliko gooien en je man voor een voldongen feit stellen: “Lieverd, ik weet dat je er niet op zit te wachten, maar ik ben lekker toch zwanger.”

Denise (45) had een relatie met een twaalf jaar jongere man toen ze op haar 38ste werd overvallen door een niet te stuiten kinderwens. Inmiddels is dochter Isabeau zes. Ze ziet haar vader één zondag per maand.

“Natuurlijk wist ik dat ik me in een onmogelijke situatie had gemanoeuvreerd. Ik was bijna veertig en had klapperende eierstokken. Hij was 26, net afgestudeerd, amper uit de luiers. Voor mij was het vrij simpel: als ik een kind wilde, was het nu of nooit. Mijn vriend zag een baby als een bedreiging voor zijn vrijheid en de carrière die hij wilde maken.
 

'Denk snel'

Toen ik hem vertelde dat ik intens verlangde naar een kind, wilde hij tijd om na te denken. Hij wilde mij niet kwijt, maar verheugde zich op een paar vrije, onbezorgde jaren voordat hij zich zou settelen. ‘Denk snel’, zei ik. Waarop ik de pil in de kliko mikte en geen woord meer vuilmaakte aan het onderwerp. Twee maanden later was ik zwanger.
 

'Het is het kind of ik'

Mijn vriend was overdonderd en zei: ‘Het is het kind of ik.’ Nou, die keuze was makkelijk. Een paar weken later gingen we uit elkaar. De controles bij de verloskundige, de pretecho – ik heb het allemaal alleen gedaan. Vrienden en familie hielpen me met het bij elkaar scharrelen van een babyuitzet en ik vond een baan als stylist die ik goed kon combineren met de zorg voor een baby. Ex en ik spraken af dat hij een minimale rol in de opvoeding zou spelen, maar wel in beeld zou blijven. Ons kind had het recht een band op te bouwen met ons allebei, daar waren we het over eens.
 

Lees ook
Stiekem zwanger: 'Het was de genadeklap voor onze relatie' >

 

Rots in de branding

Toen ik weeën kreeg, stond mijn ex binnen vijf minuten op de stoep. Hij heeft me fantastisch begeleid tijden de bevalling. Hij was mijn rots in de branding, maar het veranderde niks aan onze beslissing. We zijn goed bevriend gebleven; hij koestert gelukkig geen wrok. Eens in de maand is Isabeau een zondag bij hem, en hij komt op haar verjaardag. Daar is iedereen tevreden mee. Isa weet niet beter, haar vader maakt haar van dichtbij mee en behoudt toch zijn vrije leven, en ik heb het kind waar ik zo hard naar verlangde. Financieel bijdragen aan haar opvoeding hoeft hij van mij niet, hoe hard ik daardoor af en toe ook op een houtje moet bijten.

Een beetje lullig voelt het wel, dat ik mijn ex destijds zo voor het blok heb gezet. Ik had natuurlijk ook voor een anonieme donor kunnen kiezen, maar dacht dat ik geen tijd te verliezen had. Nou ja, iedereen is nu gelukkig met de situatie en daar gaat het om.”
 

Dit verhaal is er één van een interviewserie in Kek Mama Magazine en is al een keer eerder gepubliceerd.

 


 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

slaan man
Beeld: Unsplash

Bianca (38) geeft haar vriend af en toe een flinke klap. En ook weleens een trap. “Als ik een man was, zouden we spreken van huiselijk geweld.”

“‘Ik bedoelde het niet zo.’ Dat zei mijn vader altijd als hij me had geslagen. Omdat ik niet luisterde. Brutaal was. Mijn kamer niet opruimde. Of gewoon, omdat hij een rotbui had. Wat je ook fout doet, een klap heb je nooit verdiend – dat weet ik als geen ander. En toch doe ik mijn vriend hetzelfde aan. Om daarna steevast te zeggen: ‘Ik bedoelde het niet zo.’
 

Het mooiste en het slechtste

Alex haalt het mooiste in me naar boven, en het slechtste. Na vijftien jaar ben ik nog steeds verliefd op hem, maar bij ruzie gaat het meteen fout. Zo vaak hebben we die ruzies trouwens niet, misschien is dat wel ons probleem. We zijn allebei geen praters. Zo stapelen ergernissen en frustraties zich op tot het uiteindelijk tot een uitbarsting komt.

Alex checkt dan uit; is dagenlang in zichzelf gekeerd en emotioneel onbereikbaar. Dat drijft mij weer tot waanzin, met uit pure wanhoop soms een klap tot gevolg. Mijn kinderen van acht en negen heb ik nooit met een vinger aangeraakt, maar ik vrees de dag dat ze helse pubers worden. Ik weet niet of ik mijn woede dan kan beheersen.
 

Hij zwijgt, ik mopper

De eerste keer dat ik mijn zelfbeheersing verloor, hadden Alex en ik ruzie over niks. De kinderen waren vier en vijf, ik had net mijn baan opgeschroefd van drie naar vier dagen per week. Alex wilde even naar de kroeg, ik baalde dat ik er opnieuw alleen voor stond met de kinderen. In plaats van dat ik mijn frustratie uitsprak, gromde ik iets van ‘eikel’ waarop hij besloot niks meer te zeggen. Zo verlopen onze ruzies altijd: hij zwijgt, ik mopper, maar tot een gesprek komen we niet.

Toen de kinderen na het eten in bad zaten, dook hij voor me langs om zijn portemonnee te pakken en te vertrekken, waardoor ik mijn evenwicht verloor en me tegen de tafel stootte. ‘Au! Is het nou klaar!’, schreeuwde ik en voor ik het wist gaf ik hem een harde klets.
 

Het watje van de klas

Ik had nog nooit iemand geslagen. Op de middelbare school was ik het watje van de klas. De keer dat ik op mijn dertiende de jongens­-wc werd in
getrapt en mijn rugzak naar mijn hoofd geslingerd kreeg: ik liet het gelaten over me heen komen. De middag dat ik van mijn fiets werd getrokken en ze mijn maandverbandjes uit mijn tas haalden en over het fietspad strooiden: ik heb een week lang griep gefaked. Nooit ben ik voor mezelf opgekomen, nooit heb ik mijn vader een tik teruggegeven. Ik was een deurmat, thuis en op school.
 

'Hij mocht de klappen vangen voor mijn rotjeugd'

En nu was ik 34 en mocht Alex alsnog de klappen vangen voor mijn rotjeugd. Letterlijk. Omdat hij een avondje voor zichzelf wilde.

Hij keek me verbijsterd aan, na die eerste klap – de afdruk van mijn hand gloeide op zijn wang. Ik stond als aan de grond genageld, minstens zo erg geschrokken. Ik huilde en zei duizend keer sorry en wierp me in zijn armen. Hij weerde me af en liep zwijgend de deur uit. Ik vreesde dat hij voorgoed was vertrokken.

Een uur later kwam hij thuis, zijn afspraak had hij afgebeld. ‘Dit moeten we echt anders doen’, zei hij. ‘We moeten met elkaar blijven praten schat, altijd.’ Opmerkelijke woorden voor iemand die zich nooit uit, maar ik beaamde het, waarop we elkaar zoenden en nooit meer ergens over repten. Tot het een paar maanden later opnieuw gebeurde. En een paar maanden later nog een keer. En nu zijn we vier jaar verder – sinds een paar maanden gelukkig wel in relatietherapie om dit op te lossen. Want dat ik issues heb is duidelijk, maar ook Alex heeft het nodige te leren.
 

Normale ergernissen waardoor ik ontplof

Ik sla Alex heus niet structureel het huis door, maar ik heb hem de laatste vier jaar al zeker een keer of twintig een mep verkocht. Of een schop. Omdat hij een foute opmerking maakt over mijn figuur. Zijn eigen plan trekt en mij als Mien Poets beschouwt. Omdat hij vier keer achter elkaar de kinderen niet van de opvang kan halen of mijn verjaardag vergeet. Normale ergernissen waardoor ik buitensporig ontplof. Het gebeurt me gewoon.

Ik heb hem zelfs weleens een trap tegen zijn scheenbeen gegeven toen hij vredig lag te slapen, omdat ik razend was dat ik na een nacht spoken met de kinderen om zes uur moest opstaan om te gaan werken terwijl hij de hele dag ging duiken. ‘Kappen Bianc’, riep hij, maar draaide zich vervolgens om en liet me alsnog in mijn eentje opdraaien voor het ontbijt en het aankleden van de kinderen. Na het duiken kwam hij vrolijk thuis, alsof er die ochtend niks was gebeurd.
 

Hij doet niks terug

Ik leer van onze psycholoog die woede te beheersen door – je gelooft het niet – simpelweg tot tien te tellen. Even de ruimte te verlaten. En pas nadat mijn woede is gezakt het gesprek aan te gaan. Alex is natuurlijk tien keer zo sterk als ik, maar hij heeft me gelukkig nog nooit met een vinger aangeraakt. Hij incasseert de klap en pakt hooguit mijn pols, maar doet niks terug. Ik zou het begrijpen als het wel een keer gebeurt. Dat voor hem ook een keer de maat vol is en hij zijn beheersing verliest. Hoe raar het ook klinkt uit mijn mond, ik denk dat ik hem dan zou verlaten. Ik heb genoeg klappen gekregen in mijn leven.
 

'Ik wíl hem helemaal geen pijn doen'

Ik moet er niet aan denken dat ik hem verlies door mijn gewelddadige gedrag. Dat de kinderen een warm gezin kwijtraken. Want dat is het stomme: het gros van de tijd hebben we het heerlijk. Dan maken de kinderen croissantjes op zondagmorgen en ontbijten we met z’n allen in ons bed. Maken strandwandelingen met de hond, terwijl de kinderen van de duinen rollen en wij met onze armen om elkaar doorslenteren. Alex en ik genieten van concerten, denken hetzelfde over de opvoeding en als ik droom over de toekomst, zie ik ons oud en grijs op een bankje uitkijken over de rivier die door onze stad stroomt.

Ik wíl hem helemaal geen pijn doen, maar het lijkt wel of er na die eerste klap een rem is losgeschoten die veel oud zeer op slot hield, en nu krijg ik die rem er niet meer op. Gelukkig leer ik dat met behulp van onze psycholoog steeds beter. Ik realiseer me dat het een teken is van zwakte, en dat ik onze relatie ermee kapot maak. Hoe kun je van iemand verwachten dat hij respectvol een gesprek met je aangaat nadat je hem zojuist hebt mishandeld. Mijn vader dreef me na elke klap verder bij hem vandaan. Op zijn begrafenis heb ik geen traan gelaten.
 

'Welk voorbeeld geef ik ermee?'

Onze omgeving heeft geen idee. Geen vent die toegeeft dat­ie wordt geslagen door zijn eigen vrouw. Als een man mept, heet het huiselijk geweld. Als een man een klap krijgt van zijn echtgenote is hij een watje. Zelf kijk ik ook wel uit erover te reppen, ik schaam me kapot. Ik ben geen haar beter dan mijn vader. Ik ben bang dat Alex me er uiteindelijk net zo om zal haten – om nog maar te zwijgen over de kinderen als ze er ooit lucht van krijgen. Dan kan ik wel inpakken als moeder. Wie accepteert nou van zijn ouder dat hij de andere ouder slaat? En belangrijker: welk voorbeeld geef ik daarmee?
 

Praten

Gek genoeg praat ik met mijn kinderen wel. Over hun dromen en wat ze gelukkig maakt, over hun angsten en teleurstellingen. Wanneer zij iets doen wat niet mag of me kwetst, leg ik uit waarom. Volgens mij lukt dat heel aardig. Ik begrijp niet waarom dat met Alex dan niet gaat. Het is natuurlijk een wisselwerking: ruziemaken is nooit de schuld van een van de twee. Onze liefde is sterk en we zijn elkaars beste maatjes.

Dat blijkt ook uit onze relatietherapie; ik ben sindsdien niet één keer uit mijn slof geschoten. We vinden elkaar grappig en de seks is goed. Ik moet leren mijn slechte jeugdervaringen niet te koppelen aan negatieve gevoelens over Alex. Hij moet leren zich niet voor me af te sluiten bij een meningsverschil. Bovendien mag hij zich best wat actiever opstellen als vader.

‘Wat zie ik veel liefde bij jullie’, zegt de therapeut. Dat klopt. Als Alex en ik ons onvermogen weten om te buigen, staat onze relatie als een huis. Een huis waarin ik voor altijd met hem wil wonen.”
 

Dit artikel staat in het Kek Mama Liefdesboek 2018 en is al een keer eerder gepubliceerd.


 

 


Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >