Sara van Gorp

Sara van Gorp is moeder van zoons Ko (8) en Toon (3) en hoofdredacteur van Kek Mama.

‘De koek was op’ of ‘We waren gewoon te verschillend’. Ik vond het nogal een dooddoener als mensen dat zeiden. Maar intussen snap ik het hoor. Je verzint gewoon maar iets om er vanaf te zijn als iemand vraagt waarom je bent gescheiden. Wat moet je ook op een borrel of tijdens een etentje met mensen die je niet echt goed kent. Elk uitgebreider antwoord is nog te kort omdat er zoveel kanten zijn en de weg ernaartoe lang. Lekker makkelijk oordelen ook als je er zelf niet in zit. Was ik zelf ook best goed in met mijn: ‘Als je kinderen hebt, ga je gewoon niet uit elkaar. Punt.’

En dan dineer ik ineens op een avond dat de jongetjes bij papa zijn met een krentenbol, drie lepels Nutella en een bak chips. Wel met zelfgemaakte dipsaus, zo ben ik dan ook wel weer. Ondanks alles moet ik toch een beetje om mezelf grinniken als ik het ook nog eens staand aan het aanrecht opeet.
 

'Straks moet ik het missen'

Als ik ’s ochtends om zeven uur joelend met Toon overgooi met een ballon bedenk ik me dat ik m’n lenzen moet indoen zodat ik hem beter kan zien. Zijn uitgelaten snoetje wil ik helemaal in me opnemen, straks moet ik het drie dagen en drie nachten missen. Ik slik stiekem de tranen weg zoals zo vaak als ik ze net weer zie of voordat ze naar hun andere huis gaan.

Van de weeromstuit koop ik een bed van 1.40 meter breed omdat ik geen eilandbed meer wil, en ik blijk er ook nog prima in te passen met twee rondspollende jongetjes. Op Marktplaats snor ik voor mijn nieuwe huis een vintage tv-kastje op waarin een minischerm past. Zonder overleg, al waren we het over huisaankopen altijd eens. Op die mega-tv na dan.

En wat geniet ik van een avond uit met collega’s waarin we onder tafel liggen van het lachen tot de tranen over onze wangen rollen, nu van de lol. En dan tot vier uur in de lampen hangen en een gat in de dag kunnen slapen, dat is er ook.
 

Overvol

Ik verbaas me dat het leven soms kan lijken op Pompeï terwijl alles toch voortdendert. En dat ik mijn spitsuurleven hiervoor overvol vond, terwijl ik er nu het Funda-klaar maken van het huis ook nog bij heb, plus al het papierwerk en de emotielawines, zonder echt om te vallen. Nou nog wat verzinnen voor etentjes en borrels met die ene vraag.
 

Het Kek Mama Liefdesboek staat bomvol herkenbare, ontroerende en openhartige verhalen over relaties. Zoals moeders die nog steeds blij zijn met hun jeugdliefde, het bijzondere dagboek van een jaar relatietherapie, stellen die extreem verschillen en toch supergelukkig zijn. En verhalen over scheiden, die staan er ook in. Het nummer koop je hier.

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

stiekem zwanger kind of ik
Beeld: 123RF

Stiekem de pil in de kliko gooien en je man voor een voldongen feit stellen: “Lieverd, ik weet dat je er niet op zit te wachten, maar ik ben lekker toch zwanger.”

Denise (45) had een relatie met een twaalf jaar jongere man toen ze op haar 38ste werd overvallen door een niet te stuiten kinderwens. Inmiddels is dochter Isabeau zes. Ze ziet haar vader één zondag per maand.

“Natuurlijk wist ik dat ik me in een onmogelijke situatie had gemanoeuvreerd. Ik was bijna veertig en had klapperende eierstokken. Hij was 26, net afgestudeerd, amper uit de luiers. Voor mij was het vrij simpel: als ik een kind wilde, was het nu of nooit. Mijn vriend zag een baby als een bedreiging voor zijn vrijheid en de carrière die hij wilde maken.
 

'Denk snel'

Toen ik hem vertelde dat ik intens verlangde naar een kind, wilde hij tijd om na te denken. Hij wilde mij niet kwijt, maar verheugde zich op een paar vrije, onbezorgde jaren voordat hij zich zou settelen. ‘Denk snel’, zei ik. Waarop ik de pil in de kliko mikte en geen woord meer vuilmaakte aan het onderwerp. Twee maanden later was ik zwanger.
 

'Het is het kind of ik'

Mijn vriend was overdonderd en zei: ‘Het is het kind of ik.’ Nou, die keuze was makkelijk. Een paar weken later gingen we uit elkaar. De controles bij de verloskundige, de pretecho – ik heb het allemaal alleen gedaan. Vrienden en familie hielpen me met het bij elkaar scharrelen van een babyuitzet en ik vond een baan als stylist die ik goed kon combineren met de zorg voor een baby. Ex en ik spraken af dat hij een minimale rol in de opvoeding zou spelen, maar wel in beeld zou blijven. Ons kind had het recht een band op te bouwen met ons allebei, daar waren we het over eens.
 

Lees ook
Stiekem zwanger: 'Het was de genadeklap voor onze relatie' >

 

Rots in de branding

Toen ik weeën kreeg, stond mijn ex binnen vijf minuten op de stoep. Hij heeft me fantastisch begeleid tijden de bevalling. Hij was mijn rots in de branding, maar het veranderde niks aan onze beslissing. We zijn goed bevriend gebleven; hij koestert gelukkig geen wrok. Eens in de maand is Isabeau een zondag bij hem, en hij komt op haar verjaardag. Daar is iedereen tevreden mee. Isa weet niet beter, haar vader maakt haar van dichtbij mee en behoudt toch zijn vrije leven, en ik heb het kind waar ik zo hard naar verlangde. Financieel bijdragen aan haar opvoeding hoeft hij van mij niet, hoe hard ik daardoor af en toe ook op een houtje moet bijten.

Een beetje lullig voelt het wel, dat ik mijn ex destijds zo voor het blok heb gezet. Ik had natuurlijk ook voor een anonieme donor kunnen kiezen, maar dacht dat ik geen tijd te verliezen had. Nou ja, iedereen is nu gelukkig met de situatie en daar gaat het om.”
 

Dit verhaal is er één van een interviewserie in Kek Mama Magazine en is al een keer eerder gepubliceerd.

 


 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

slaan man
Beeld: Unsplash

Bianca (38) geeft haar vriend af en toe een flinke klap. En ook weleens een trap. “Als ik een man was, zouden we spreken van huiselijk geweld.”

“‘Ik bedoelde het niet zo.’ Dat zei mijn vader altijd als hij me had geslagen. Omdat ik niet luisterde. Brutaal was. Mijn kamer niet opruimde. Of gewoon, omdat hij een rotbui had. Wat je ook fout doet, een klap heb je nooit verdiend – dat weet ik als geen ander. En toch doe ik mijn vriend hetzelfde aan. Om daarna steevast te zeggen: ‘Ik bedoelde het niet zo.’
 

Het mooiste en het slechtste

Alex haalt het mooiste in me naar boven, en het slechtste. Na vijftien jaar ben ik nog steeds verliefd op hem, maar bij ruzie gaat het meteen fout. Zo vaak hebben we die ruzies trouwens niet, misschien is dat wel ons probleem. We zijn allebei geen praters. Zo stapelen ergernissen en frustraties zich op tot het uiteindelijk tot een uitbarsting komt.

Alex checkt dan uit; is dagenlang in zichzelf gekeerd en emotioneel onbereikbaar. Dat drijft mij weer tot waanzin, met uit pure wanhoop soms een klap tot gevolg. Mijn kinderen van acht en negen heb ik nooit met een vinger aangeraakt, maar ik vrees de dag dat ze helse pubers worden. Ik weet niet of ik mijn woede dan kan beheersen.
 

Hij zwijgt, ik mopper

De eerste keer dat ik mijn zelfbeheersing verloor, hadden Alex en ik ruzie over niks. De kinderen waren vier en vijf, ik had net mijn baan opgeschroefd van drie naar vier dagen per week. Alex wilde even naar de kroeg, ik baalde dat ik er opnieuw alleen voor stond met de kinderen. In plaats van dat ik mijn frustratie uitsprak, gromde ik iets van ‘eikel’ waarop hij besloot niks meer te zeggen. Zo verlopen onze ruzies altijd: hij zwijgt, ik mopper, maar tot een gesprek komen we niet.

Toen de kinderen na het eten in bad zaten, dook hij voor me langs om zijn portemonnee te pakken en te vertrekken, waardoor ik mijn evenwicht verloor en me tegen de tafel stootte. ‘Au! Is het nou klaar!’, schreeuwde ik en voor ik het wist gaf ik hem een harde klets.
 

Het watje van de klas

Ik had nog nooit iemand geslagen. Op de middelbare school was ik het watje van de klas. De keer dat ik op mijn dertiende de jongens­-wc werd in
getrapt en mijn rugzak naar mijn hoofd geslingerd kreeg: ik liet het gelaten over me heen komen. De middag dat ik van mijn fiets werd getrokken en ze mijn maandverbandjes uit mijn tas haalden en over het fietspad strooiden: ik heb een week lang griep gefaked. Nooit ben ik voor mezelf opgekomen, nooit heb ik mijn vader een tik teruggegeven. Ik was een deurmat, thuis en op school.
 

'Hij mocht de klappen vangen voor mijn rotjeugd'

En nu was ik 34 en mocht Alex alsnog de klappen vangen voor mijn rotjeugd. Letterlijk. Omdat hij een avondje voor zichzelf wilde.

Hij keek me verbijsterd aan, na die eerste klap – de afdruk van mijn hand gloeide op zijn wang. Ik stond als aan de grond genageld, minstens zo erg geschrokken. Ik huilde en zei duizend keer sorry en wierp me in zijn armen. Hij weerde me af en liep zwijgend de deur uit. Ik vreesde dat hij voorgoed was vertrokken.

Een uur later kwam hij thuis, zijn afspraak had hij afgebeld. ‘Dit moeten we echt anders doen’, zei hij. ‘We moeten met elkaar blijven praten schat, altijd.’ Opmerkelijke woorden voor iemand die zich nooit uit, maar ik beaamde het, waarop we elkaar zoenden en nooit meer ergens over repten. Tot het een paar maanden later opnieuw gebeurde. En een paar maanden later nog een keer. En nu zijn we vier jaar verder – sinds een paar maanden gelukkig wel in relatietherapie om dit op te lossen. Want dat ik issues heb is duidelijk, maar ook Alex heeft het nodige te leren.
 

Normale ergernissen waardoor ik ontplof

Ik sla Alex heus niet structureel het huis door, maar ik heb hem de laatste vier jaar al zeker een keer of twintig een mep verkocht. Of een schop. Omdat hij een foute opmerking maakt over mijn figuur. Zijn eigen plan trekt en mij als Mien Poets beschouwt. Omdat hij vier keer achter elkaar de kinderen niet van de opvang kan halen of mijn verjaardag vergeet. Normale ergernissen waardoor ik buitensporig ontplof. Het gebeurt me gewoon.

Ik heb hem zelfs weleens een trap tegen zijn scheenbeen gegeven toen hij vredig lag te slapen, omdat ik razend was dat ik na een nacht spoken met de kinderen om zes uur moest opstaan om te gaan werken terwijl hij de hele dag ging duiken. ‘Kappen Bianc’, riep hij, maar draaide zich vervolgens om en liet me alsnog in mijn eentje opdraaien voor het ontbijt en het aankleden van de kinderen. Na het duiken kwam hij vrolijk thuis, alsof er die ochtend niks was gebeurd.
 

Hij doet niks terug

Ik leer van onze psycholoog die woede te beheersen door – je gelooft het niet – simpelweg tot tien te tellen. Even de ruimte te verlaten. En pas nadat mijn woede is gezakt het gesprek aan te gaan. Alex is natuurlijk tien keer zo sterk als ik, maar hij heeft me gelukkig nog nooit met een vinger aangeraakt. Hij incasseert de klap en pakt hooguit mijn pols, maar doet niks terug. Ik zou het begrijpen als het wel een keer gebeurt. Dat voor hem ook een keer de maat vol is en hij zijn beheersing verliest. Hoe raar het ook klinkt uit mijn mond, ik denk dat ik hem dan zou verlaten. Ik heb genoeg klappen gekregen in mijn leven.
 

'Ik wíl hem helemaal geen pijn doen'

Ik moet er niet aan denken dat ik hem verlies door mijn gewelddadige gedrag. Dat de kinderen een warm gezin kwijtraken. Want dat is het stomme: het gros van de tijd hebben we het heerlijk. Dan maken de kinderen croissantjes op zondagmorgen en ontbijten we met z’n allen in ons bed. Maken strandwandelingen met de hond, terwijl de kinderen van de duinen rollen en wij met onze armen om elkaar doorslenteren. Alex en ik genieten van concerten, denken hetzelfde over de opvoeding en als ik droom over de toekomst, zie ik ons oud en grijs op een bankje uitkijken over de rivier die door onze stad stroomt.

Ik wíl hem helemaal geen pijn doen, maar het lijkt wel of er na die eerste klap een rem is losgeschoten die veel oud zeer op slot hield, en nu krijg ik die rem er niet meer op. Gelukkig leer ik dat met behulp van onze psycholoog steeds beter. Ik realiseer me dat het een teken is van zwakte, en dat ik onze relatie ermee kapot maak. Hoe kun je van iemand verwachten dat hij respectvol een gesprek met je aangaat nadat je hem zojuist hebt mishandeld. Mijn vader dreef me na elke klap verder bij hem vandaan. Op zijn begrafenis heb ik geen traan gelaten.
 

'Welk voorbeeld geef ik ermee?'

Onze omgeving heeft geen idee. Geen vent die toegeeft dat­ie wordt geslagen door zijn eigen vrouw. Als een man mept, heet het huiselijk geweld. Als een man een klap krijgt van zijn echtgenote is hij een watje. Zelf kijk ik ook wel uit erover te reppen, ik schaam me kapot. Ik ben geen haar beter dan mijn vader. Ik ben bang dat Alex me er uiteindelijk net zo om zal haten – om nog maar te zwijgen over de kinderen als ze er ooit lucht van krijgen. Dan kan ik wel inpakken als moeder. Wie accepteert nou van zijn ouder dat hij de andere ouder slaat? En belangrijker: welk voorbeeld geef ik daarmee?
 

Praten

Gek genoeg praat ik met mijn kinderen wel. Over hun dromen en wat ze gelukkig maakt, over hun angsten en teleurstellingen. Wanneer zij iets doen wat niet mag of me kwetst, leg ik uit waarom. Volgens mij lukt dat heel aardig. Ik begrijp niet waarom dat met Alex dan niet gaat. Het is natuurlijk een wisselwerking: ruziemaken is nooit de schuld van een van de twee. Onze liefde is sterk en we zijn elkaars beste maatjes.

Dat blijkt ook uit onze relatietherapie; ik ben sindsdien niet één keer uit mijn slof geschoten. We vinden elkaar grappig en de seks is goed. Ik moet leren mijn slechte jeugdervaringen niet te koppelen aan negatieve gevoelens over Alex. Hij moet leren zich niet voor me af te sluiten bij een meningsverschil. Bovendien mag hij zich best wat actiever opstellen als vader.

‘Wat zie ik veel liefde bij jullie’, zegt de therapeut. Dat klopt. Als Alex en ik ons onvermogen weten om te buigen, staat onze relatie als een huis. Een huis waarin ik voor altijd met hem wil wonen.”
 

Dit artikel staat in het Kek Mama Liefdesboek 2018 en is al een keer eerder gepubliceerd.


 

 


Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >