schoonmoeder scheiding
Beeld: Pexels

Het boterde nooit echt tussen Esther (39) en haar schoonmoeder. Zes jaar geleden barstte de bom, en verbrak ze het contact. Niet veel later zegde haar man hun huwelijk op.

“‘Kind’, zei mijn schoonmoeder toen ik haar voor het eerst de hand schudde om me voor te stellen, ‘wat heb jíj jezelf nou aangedaan?’ Ronald en ik waren vierentwintig, zaten volop in de festivalscene en waren sinds een halfjaar vreselijk verliefd.

Zijn moeder keek misprijzend naar de tatoeage op mijn bovenarm. ‘Generatiekloofje’, dacht ik nog, ‘ze went er wel aan.’ Maar ze ging verder: ‘Nou, en dan zo’n ring in je neus, wat zeggen je ouders daarvan?’ Ze had haar eigen naam nog niet eens genoemd. ‘Nou, ook aangenaam’, dacht ik, maar zat het beleefdheidsbezoekje vriendelijk uit. Nog geen uur na ons vertrek hing ze bij mijn man aan de telefoon. Hoe had hij in vredesnaam voor een type als ik kunnen kiezen?

 

Zijn achtergrond was me om het even

Ronald groeide op in een welgesteld gezin. Flinke villa, een nanny in huis, en met Hemelvaart of andere lange weekends ‘even op tussendoortje’ naar Kuala Lumpur of Dubai – dat idee. Zijn vader was altijd van huis voor werk, zijn moeder was er voor de kinderen. Haar verschijning naar de buitenwereld was – en is nog steeds - van levensbelang voor haar; haar hele leven speelt zich af op de bridgeclub, de tennisbaan en bij de kapper.

Ik ben opgegroeid in flats. Geld voor vakanties was er nooit, en voor oppas al helemaal niet, maar mijn ouders zorgden er altijd voor dat het mijn broertje en mij aan niets ontbrak. Daar werkten ze hard voor; ik ken de waarde van geld en heb hun voorbeeld altijd gevolgd. Wat Ronalds achtergrond was, was mij om het even. Ik viel op hém, op die donkere bos krullen, zijn afgetrapte legerkisten, zijn vrolijke karakter en de liefde die we deelden voor muziek. En hij was net zo gek op mij.

 

‘Hoe zijn jullie op zó’n naam gekomen?’

‘Ze draait wel bij’, zei Ronald – achteraf tegen beter weten in. We trouwden, en vier jaar later werd onze zoon Nick geboren. Alle mijlpalen die we tot dan toe hadden beleefd, kregen een donkere sluier dankzij de oordelen van zijn moeder. Het eten op onze bruiloft: te min. Mijn familie: te eenvoudig. Dat we dol waren op kamperen: armoedig - Ronald was opgevoed in luxe resorts. Onuitstaanbaar, vond ik haar.

Ronalds vader liet het allemaal maar gebeuren. Áls hij er al eens was, verbleekte hij in de schaduw van zijn vrouw, en dook met een krant in de hoek van de kamer - zwijgend.

Nick was amper drie uur oud, toen ze mijn ziekenhuiskamer binnenkwam en nog vóór een ‘gefeliciteerd’ wist uit te brengen: ‘Goh, Níck, zei je? Hoe zijn jullie nou op zó’n naam gekomen?’ Ik stond bol van de hormonen. Was uitgeput en kon überhaupt alleen maar huilen. ‘Zo’n naam?’, zei ik, ‘wat bedoel je daarmee?’ Ieder weldenkend mens zegt dan iets aardigs, toch? Maar nee hoor: ‘Tja, het ligt niet helemaal op het niveau van onze familie’, sprak ze. Ik dacht dat ik gek werd. Ze was voor het eerst oma geworden en zij maakte zich druk om het ‘niveau’ van zijn naam? En wat wás dat niveau dan precies?

 

Lees ook:
‘Soms lijkt het wel of mijn vriend een relatie heeft met zijn moeder, in plaats van met mij’ >

 

‘Ach, toch nog een BMW in de familie’

Ronald zag hoe ik ontplofte, en nam zijn ouders mee voor een kop koffie. Geen haar op mijn hoofd die eraan dacht mijn baby aan haar uit handen te geven. ‘Ik ben er klaar mee’, zei ik toen Ronald in zijn eentje bij ons terugkwam. ‘Ik wil niet elke keer dat ik haar zie veroordeeld en neergesabeld worden. Als ons kind en ik te min zijn, dan moet het contact hier maar stoppen.’

Natuurlijk reageerde ik hormonaal en te heftig. Het was wel zijn moeder. Maar in de jaren daarna bleven de vernederingen komen. Trok ik Nick een shirtje aan met een Disney-figuur, vond zij het ordinair. Zat ik hem te voeden op familieverjaardag, diende ik dat elders te doen, ‘in discretie’. Toen mijn ouders hem voor zijn eerste verjaardag een loopauto gaven, sprak ze de gevleugelde woorden: ‘Ach, kijk nou, toch nog een BMW in jullie familie.’

De relatie tussen Ronald en mij kwam onder druk te staan toen ik zijn moeder een vaste oppasdag weigerde. Natuurlijk mocht ze haar kleinkind altijd zien, maar de zorg uit handen geven aan iemand aan wie ik zo’n hartgrondige hekel had, ging me echt te ver. Ronald vond dat zijn moeder dezelfde kans verdiende als mijn moeder, die wel eens in de week oppaste.

 

‘Sommige lijnen zijn niet bedoeld om voort te zetten’

Toen zwanger worden van een tweede kind niet lukte, ging het snel bergafwaarts met onze relatie. De medische molen trok een wissel op ons huwelijk, en dat vergrootte de onderhuidse spanningen die er al waren. Na drie jaar – Nick was inmiddels vijf – besloten we onze kinderwens te laten rusten: als het kwam, dan kwam het, en zo niet, dan niet. ‘Een wijs besluit’, oordeelde mijn schoonmoeder. ‘Sommige lijnen zijn niet bedoeld om voort te zetten.’ Even dacht ik nog dat ze lijn van de medische molen bedoelde, die we bewandelden. Maar waar ik stiekem voor vreesde bleek waar: ze bedoelde onze bloedlijn.

Ik heb gezegd dat ze kon vertrekken en heb het contact verbroken. Daarna was het bijna elke dag ruzie tussen Ronald en mij. Hij vond dat ik hem dwong te kiezen tussen mij en zijn moeder, ik vond dat hij zijn vrouw moest steunen. Ik stelde voor dat hij op familieverjaardagen alleen ging met Nick, hij vond dat ik het liet afweten. Dat was niet zo: ik gunde Ronald en Nick het contact met hun familie, ik koos er alleen zelf niet meer voor me zo denigrerend te laten behandelen.

 

Huilend gescheiden

‘Misschien had mijn moeder gelijk’, sprak Ronald op een avond, drie jaar geleden. ‘Misschien zijn onze achtergronden te verschillend, en gaan onze werelden gewoon niet samen.’ Onze werelden? We hadden al twaalf jaar onze eigen, gelukkige wereld! Bovendien: zijn moeder heeft niet het eeuwige leven: was hij bereid voor haar te kiezen en zijn gezin er voor de rest van zijn leven voor te verlaten?

Hij deed het. Huilend heb ik de scheidingspapieren ondertekend. Ik wilde hem niet kwijt, maar mijn zelfrespect was me meer waard. Nick is ondertussen elf en sinds twee jaar wonen we met z’n tweetjes – wederom op een flatje. Om de week gaat hij naar zijn vader, want die rol vervult Ronald fantastisch. Mijn zelfvertrouwen heeft wel een flinke deuk opgelopen. Sinds kort heb ik een vriend die me op handen draagt. Even wennen, maar het voelt heel fijn. Ronald is nog single. Ik hoop dat hij ooit onder het juk van zijn moeder vandaan komt, in elk geval voordat hij een nieuwe vrouw tegen het lijf loopt.”
 

Dit artikel is al een keer eerder gepubliceerd.

 


 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

latten samen oud aparte huizen
Beeld: Unsplash

Het kan raar lopen in het leven. Dan heb je samen kinderen, maar kun je niet bij elkaar wonen. “In het weekend zijn we heel even een gewoon gezin.”

Lisa (29) heeft een latrelatie met Henk (39), ze hebben twee dochters: Jip (5) en Saar (2).

“De Amerikanen zeggen het zo mooi: he is not the marrying type. Ik hoef bij Henk niet aan te komen met romantische fantasieën over een koets, Sissi-jurk en een servies voor de uitzet. Daar doet hij niet aan. Henk is een grote, stoere vent, een echte vrijbuiter met een eigen autosloopbedrijf. Hij heeft graag zijn eigen rotzooi om zich heen, zegt-ie. Hij wil samen oud worden, maar wel in aparte huizen. Zelfs nu we twee kinderen hebben.
 

Het leeuwendeel van de opvoeding

Henk hoefde niet per se kinderen. Hij gunde mij het moederschap, maar dan moest ik wel het leeuwendeel van de opvoeding op me nemen. Ik heb lang gepiekerd hoe ik dat moest aanpakken. Ik run een eigen kapsalon en we wonen op een uur afstand van elkaar. Uiteindelijk werd mijn moeder de oplossing. Na de dood van mijn vader kwam ze bij mij in de straat wonen en zij helpt me nu met de meisjes. Op werkdagen breng ik de kinderen naar school en het kinderdagverblijf. Oma haalt hen op, vouwt wasgoed en maakt het avondeten.

Als ik uit mijn werk kom, eten we samen, daarna gaat zij naar huis en breng ik de kinderen naar bed. Henk probeert de maandag vrij te houden, dan heb ik ook mijn vrije dag. Dan brengen we samen Jip naar school en doen we iets leuks met Saar. Tegen elf uur ’s avonds gaat hij naar zijn eigen huis en dan zien we hem pas vrijdagavond weer, als ik met de kinderen naar hem toekom.

De volgende dag passen mijn schoonouders op, want dan moet ik werken en rijd ik op en neer. Als ik zaterdagmiddag om vijf uur thuiskom, hebben we heel eventjes een echt gezin.
 

Lees ook
'Doordeweeks is papa er altijd, ze hoeft hem dus niet vaak te missen' >


'Ik miste zijn armen om me heen'

Inmiddels kan ik er goed mee leven, maar in het begin vond ik het bar ongezellig. Ik miste de armen van Henk om me heen na een zware werkdag, baalde dat we alleen seks hadden op zaterdagavond en maakte continu ruzie per app omdat ik vond dat hij te laks reageerde op mijn berichtjes. Sinds we elke avond van acht tot negen met elkaar bellen, gaat het beter.

Onze situatie is wel zo rustig, besef ik nu. Henk is een nachtdier, gaat niet voor tweeën naar bed en heeft altijd vrienden over de vloer. Supergezellig, maar zijn tempo is niet vol te houden. Doordeweeks geniet ik daarom extra van de stilte. Als de meiden in bed liggen en Henk en ik hebben gebeld, kijk ik nog even tv en om tien uur ga ik lekker slapen.

Ik moet er alleen niet aan denken dat mijn moeder ooit wegvalt, want dan stort dit kaartenhuis finaal in. Zij is de stabiele factor in ons gezin, die ervoor zorgt dat de meisjes de broodnodige regelmaat krijgen.”
 

Dit verhaal is er één van een interviewserie in het Kek Mama Liefdesboek 2018 en is al een keer eerder gepubliceerd.

 

 

 


Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

mijn man heeft een hobby

Hij zal maar elke avond op de bank liggen. Of nooit iets doen in het huishouden. Nee, deze mannen zijn werkelijk voorbeeldige vaders en echtgenoten. Alleen: die blóódy hobby.

Toen Job, de man van Annieck (36) een chopper kocht, verheugde ze zich op hele weekends op de motor. Helaas. “Het was een droom van ons beiden, een motor. Maar toen ik zeven jaar geleden zwanger raakte, kon ik mijn motorles wel opdoeken. Job reed af. Zodra de baby oud genoeg was om een nachtje te logeren, konden we hele weekends toeren met mij achterop, fantaseerden we.

Maar met zijn rijbewijs op zak en een kersverse baby rijker, vond Job het rijden toch een beetje tricky. Je bent kwetsbaar, met zoveel PK’s tussen je benen en alleen een laagje leer tussen jou en het asfalt.

Onze tweede zoon werd geboren. En toen die vorig jaar naar de basisschool ging, zag Job zijn kans schoon. Met de kinderen van half negen tot drie onder de pannen, ontvouwde zich voor ons een wereld vol vrijheden. Mogelijkheden tot uitjes. En dus: motorrijden.

 

Hermans Huis

In het plaatselijke suffertje stond een aanbieding voor een chopper. ‘Een Harley-Davidson, cool!´, riep ik. Dat bleek niet helemaal het geval, maar het betrof wel een look-a-like: zwart met veel chroom, een hoog stuur en een zadel dat met gemak ruimte bood aan zelfs uitgedijde versies van ons twee.

Jobs bod werd zonder schroom geaccepteerd, en voordat onze kinderen ‘stoer’ konden zeggen, was onze garage omgebouwd tot Hermans Huis. Geen grap, zo noemt mijn man zijn motor: Herman. Zijn nieuwste vriend door dik en dun, en die sinds de aanschaf op de eerste plek komt – ver voor mij en de kinderen.

In Job is iets wakker geworden wat ik nog niet eerder had gezien, sinds Herman bij ons woont. Was ik degene die in de afgelopen zeven jaar de complete zorg voor het gezin voor mijn rekening nam, als het om de motor gaat geeft Job bijna zijn leven. Hij sleutelt en poetst en geeft gas en poetst nog een keer: in zo’n apparaat gaat heel wat tijd zitten. Meer dan in een gezin met twee enthousiaste testosteronballen, weet ik nu.

 

Lees ook:
Mijn man heeft een hobby: ‘Die vissen kosten ons minimaal 150 euro per maand’ >

 

Job chopt

Het is nu een jaar geleden dat de chopper onderdeel van ons leven werd, en ik ben een grote illusie armer. Het woord ‘chopper’ is niet afgeleid van het sexy chop-chop-chop-geluid wanneer je de motor start, maar van het Engelse woord voor ‘hakken’. Je koopt zo’n ding blijkbaar niet primair om erop te toeren, maar om hem letterlijk uit elkaar te hakken. Wist ik veel.

Dus sta ik alleen langs de lijn bij voetbal. En lees in mijn eentje verhaaltjes voor tijdens kinderbedtijd in de weekends. Zijn moeder heeft Job al maanden niet gezien, en niet bij elk etentje is hij standaard aanwezig. Job chopt. Dag en nacht. Oude rockmuziek uit de speakers in de garage, potje bier – of twee, of drie – ernaast.

We hebben nog niet één keer gereden. Ik vraag me af of het ooit zijn bedoeling is. Dus spaar ik hard voor mijn eigen street fighter, en ben ondertussen halverwege mijn rijlessen. Kan Job over een paar maanden mooi bij de kinderen blijven als ‘ie toch aan het poetsen is; maak ik ondertussen met een vriendin de mooiste dijkroutes van Nederland onveilig.”
 

Dit artikel is al een keer eerder gepubliceerd.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >