vlokkentest

Met een vlokkentest kun je tijdens de zwangerschap zien of jouw ongeboren kind een genetische afwijking heeft. Maar hoe werkt zo'n test precies? Wij leggen het uit.

De vlokkentest wordt uitgevoerd vanaf elf weken tot dertien weken zwangerschap. De gynaecoloog haalt met een slangetje of naald weefsel (ook wel 'vlokken' genoemd) van de placenta uit de baarmoeder. Dit kan op twee manieren: via de buikwand of via de vagina. Welke techniek gebruikt wordt, bepaalt de arts tijdens de ingreep: het is afhankelijk van de positie van de placenta en de ligging van de baarmoeder. 

Article continues after the ad

Goed om te weten: na een vlokkentest is er een risico op een miskraam door de ingreep: 1 op 500 vrouwen kreeg na afloop een miskram.

 

Via de vagina

Wordt er weefsel afgenomen via de vagina? Dan gebruikt de gynaecoloog een dun slangetje, dat met een eendenbek en onder begeleiding van een echo wordt ingebracht. Het inbrengen van de spreider kan een vervelend gevoel geven, maar het afnemen van weefsel is niet pijnlijk. Een verdoving is daarom niet nodig.

 

Lees ook
Alles wat je wilt weten over prenatale screenings >

 

Via de buikwand

Tijdens een vlokkentest via de buikwand wordt de huid wél verdoofd. Daarna prikt de arts met een dunne naald tot in de moederkoek en worden de vlokken opgezogen- veel vrouwen omschrijven dit gevoel als 'menstruatiepijn'. 

 

En dan? 

Als er weefsel via de vagina is afgenomen, kun je een paar dagen last hebben van vaginaal bloedverlies. Na een behandeling via de buikwand kun je lichte buikpijn ervaren. 

De uitslag is meestal binnen twee weken bekend en wordt telefonisch doorgegeven. Is de uitslag afwijkend? Dan kun je vaak al een dag daarna langskomen voor een gesprek met de arts over de mogelijke vervolgstappen.

Bron: radboudumc.nl

 

Meer Kek Mama? Volg ons op Facebook >