Opvoedtantes Els en Do

De opvoedtantes Els en Do beantwoorden opvoedvragen met een knipoog en stellen zichzelf voor: “Wij zijn geboren voordat de pil was uitgevonden, kwamen ter wereld zonder dat onze ouders daarom hadden gevraagd en werden te hooi en te gras opgevoed. Zelf kregen wij heel bewust kinderen en daarom voelen we tot op de dag van vandaag (ze zijn inmiddels 32, 20 en 18) de plicht hen permanent gelukkig te maken. We kennen dus twee opvoedingsstijlen van nabij, en blijven onverminderd op zoek naar de gulden middenweg.

Hier lees je een van de vragen, mét antwoord.

Onze vijfjarige dochter en haar tweejarige broertje kunnen heerlijk samen spelen. Vooral als ze samen stout zijn, zijn het de beste vrienden. Maar soms gaat het mis en trekt zoonlief zijn zus aan haar haren naar beneden en slaat erop. Ik vraag me af of ik moet ingrijpen of dat ik ze het zelf moet laten uitvechten. En mag ik mijn dochter zeggen dat ze best mag terugduwen?

 

Kinderen leren van ruzies

Wij raden u aan alleen in te grijpen als u ziet dat een van de twee echt het onderspit delft. Kinderen leren onmetelijk veel van ruziën. Zeker met broers en zussen. Die kunnen ze namelijk niet kwijtraken, een kans die wel aanwezig is bij vriendjes of vriendinnetjes. U hebt dus eigenlijk een heel fijn probleem dat u deelt met ouders van Timboektoe tot New York. Relatief weinig met Chinezen, die tot voor kort maar één kind mochten krijgen waardoor half China de veilige arena moest ontberen waarin broers en zusjes elkaar ongestraft kunnen belagen.

 

Vertrouwen

Fysiek dreigt hier weinig gevaar. Het zou anders liggen als uw vijfjarige uw tweejarige bedreigde, maar u hebt een wijze oudste die ziet hoe de verhoudingen liggen en niet haatdragend is. Uw dochter mag haar broertje best wegduwen als hij aan haar haren trekt, maar vertel haar dat pas vlak voor er bloed vloeit. Wij hebben er alle vertrouwen in dat ze zich niet laat ondersneeuwen als het eropaan komt. En dat haar broertje van haar tolerante houding leert.

Ook een opvoedvraag? Mail ’m naar elsendo@kekmama.nl

Mariette Middelbeek uitspraken
Beeld: Getty

Mariette zei ooit best coherente dingen, maar sinds ze kinderen heeft, is dat wel voorbij. 16 dingen waarvan je niet dacht dat je ze ooit zou zeggen.

Ooit, in een prekindertijdperk, was ik best normaal, vond ik zelf. Niet dat alles wat ik zei nou meteen relevant was voor – ik noem maar wat – de wereldvrede, maar er was nog wel enige logica in te ontdekken. Nu niet meer. Nu heb ik twee kinderen en zeg ik zonder knipperen heel vreemde dingen. ‘Lieverd, een soepstengel is geen kikker’, probeerde ik Casper dit weekend bijvoorbeeld uit te leggen.
 

Misverstand

Het bleek hier te gaan om een hardnekkig misverstand, want ik moest deze zin een keer of twintig herhalen, voordat hij eindelijk begon door te krijgen dat er toch wel degelijk verschil zit tussen die twee. Tegen die tijd dachten de buren – we waren in de tuin – waarschijnlijk dat ik iets te diep in het roséglas had gekeken dan wel rijp was voor het gesticht. Ikzelf kijk al niet eens meer op van dit soort uitspraken, ik kraam tegenwoordig nogal veel dingen uit waarvan ik nooit had gedacht dat ik ze ooit zou zeggen. Zoals dit: 

  1.  ‘Nou dag bruggetje, lekker slapen!’ (En dan zwaai ik er ook nog bij. Gewoon op straat.) 
     
  2. ‘Waarom heb je eigenlijk een slipper in je mond?’ 
     
  3. ‘Wil je geen politieauto tegen de muur smijten, alsjeblieft?’ 
     
  4. ‘Kom, pak je bouwhelm, dan gaan we naar de supermarkt.’ (Casper verlaat het huis liever niet zonder zijn blauwe Gamma-helm.) 
     
  5. ‘Je mag best een onderbroek op je hoofd, maar liever niet op straat.’ 
     
  6. ‘Niet slaan met een vliegtuig! En ook niet met een trekker!’ 
     
  7. ‘Wat had ik gezegd over eten uit de vuilnisbak?!’ 
     
  8. ‘Kijk, hier is je mokaat!’ (Nee, ik zou geen peutertaal gaan praten tegen mijn kind. Ik niet. Ook niet als ik mokaat heel schattig zou vinden en ik het niet over mijn hart kon verkrijgen hem uit te leggen dat zo’n ding eigenlijk tomaat heet.) 
     
  9. ‘De iPad is moe. Leg de iPad maar onder een deken.’ 
     
  10. ‘Heb jij de boer gezien die hoort bij dat dansende varken met dat rokje aan?’ (En dan weet mijn man dus ook gewoon wat ik bedoel.) 
     
  11. ‘Je kunt een lantaarnpaal niet opeten.’ 
     
  12. ‘Kom, dan gaan we tandenpoetsen met de aap.’ (Niet dat het helpt: zelfs de supersonische apen-tandenborstel voorkomt niet het geschreeuw dat doet vermoeden dat ik Caspers tanden poets met een kettingzaag.) 
     
  13. ‘Wil je niet aan het oor van de hond likken, alsjeblieft?’ 
     
  14. ‘Waarom ligt de afstandsbediening in de wc?’ 
     
  15. ‘Als je nu ophoudt met gillen, krijg je een kindersurprise-ei.’  (Ik nam me ooit voor ongevoelig te worden voor peutergezeur en -gegil. Het is mislukt.) 
     
  16. ‘Ik snap wel dat je boos bent, maar ik probeerde alleen maar je leven te redden.’

 

Dit artikel is al een keer eerder gepubliceerd.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

kind vertelt niet gepest
Beeld: Unsplash

Veel ouders denken 'het wel aan hun kind te merken' of gaan ervan uit dat hun kind het zelf wel vertelt als hij gepest wordt. Maar nieuw onderzoek wijst uit dat kinderen niet alleen vaker gepest worden dan gedacht, maar het ook vaak aan niemand vertellen.

De nieuwe cijfers die RTL Nieuws publiceerde zijn schokkend: Dertig procent van alle kinderen wordt weleens gepest. Eén op de 14 kinderen is zelfs meerdere keren het slachtoffer van pestgedrag. Van alle gepeste kinderen geeft 1 op de 3 aan nooit aan iemand - niet thuis, niet aan een docent en niet aan een vriendje - te hebben verteld dat ze worden gepest. Dat blijkt uit onderzoek van vijf universiteiten en het Trimbos Instituut.

 

Verborgen houden

Hoofdonderzoeker Bram Orobio de Castro vertelt aan RTL Nieuws geschrokken te zijn van het hoge percentage kinderen dat het pesten voor alles en iedereen verzwijgt. 'We dachten dat het aantal kinderen dat gepest wordt in de praktijk wat groter zou zijn, maar dat het op deze schaal was, daar waren we van onder de indruk.' Volgens de onderzoeker houden kinderen het pesten verborgen omdat ze vrezen voor de gevolgen: 'Ze zijn vaak bang dat volwassenen niet goed met die informatie omgaan. Dat ze het aan iedereen vertellen. Of dat je de reputatie van huilebalk krijgt, omdat je bij volwassenen geklaagd hebt.' Daarnaast speelt schaamte een rol: veel kinderen denken ten onrechte dat het hun eigen schuld is dat ze worden gepest.

 

Lees ook
PERSOONLIJK: Column Anke: Pesten >

 

In vertrouwen

Sinds 2015 zijn scholen wettelijk verplicht om ieder jaar te monitoren of de leerlingen zich veilig voelen op school. Het tegengaan van pesten valt ook onder deze plicht. In hun onderzoek vroegen de onderzoekers kinderen zelf naar pesten en gepest worden. 79 procent van de gepeste kinderen zei dat het pesten al meerdere schooljaren duurde. 'Dat geeft aan dat de kinderen zelf bevragen essentieel is om pestgedrag op scholen in kaart te brengen,' aldus hoogleraar Orobio de Castro. Volgens hem moeten docenten in gesprek met leerlingen om erachter te komen wat er echt onderling speelt: 'Als je het niet aan de kinderen die gepest worden in vertrouwen vraagt of ze gepest worden, dan kun je er dus heel ver naast zitten.'

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >