Met de zomervakantie voor de deur vragen steeds meer ouders naar volgapparatuur voor hun kinderen: leveranciers verkopen in deze periode bijna twee keer zo veel, schrijft De Telegraaf.
Lees verder onder de advertentie
Dat blijkt uit onderzoek van researchbureau Sherloq.
Eén op de drie ouders
Ruim één op de drie ouders volgt hun kind(eren) via gps. De andere 65 procent heeft geen tracker, maar overweegt wel om er een te nemen. Vooral de ‘volg mijn vrienden’-functie op smartphones is populair, maar ook gps-horloges en zendertjes die bijvoorbeeld ingebouwd zijn in een sleutelhanger, worden steeds vaker verkocht. Ouders uit de Randstad zijn overigens het bezorgdst: bijna de helft geeft hun kind een volgsysteem mee als ze naar buiten gaan.
Hoewel zo’n zendertje voor ouders misschien een veilig gevoel geeft, denkt pedagoog Herald Hofmeijer dat kinderen zich hierdoor niet optimaal kunnen ontwikkelen. “Afspraken over de buurt waarin ze mogen spelen en hierin af en toe fouten maken, hoort bij het opgroeien: we leren tenslotte van onze fouten”, zegt hij in De Telegraaf. “Wie bij elke verkeerde stap onmiddellijk vermanend wordt gebeld, ontwikkelt geen vermogen om zelf afwegingen te maken.”
Natuurlijk hoop je dat je kind later een beetje aardig is voor de mensen om zich heen. Dat-ie iemand helpt die valt, niet voordringt bij de bakker en ooit uit zichzelf zijn broer of zus een koekje aanbiedt. Dat laatste is misschien wat ambitieus. Maar hoe leer je een kind eigenlijk om vriendelijk en empathisch […]
Suzes oudste zoon mag sinds kort zelfstandig van school naar huis, maar komt de laatste tijd steeds laat uit school. Als ze op een middag besluit te kijken waar hij blijft, ontdekt ze de reden voor zijn dagelijkse vertraging.
Kinderen hebben niet veel nodig om zich urenlang te vermaken. Geef ze een lege doos en ze bouwen een huis. Een oude deken wordt een tent, een pollepel een microfoon en een wc-rolletje is binnen drie seconden een verrekijker. En soms hebben ze aan een zolder genoeg.
Erica’s dochter heeft een half jaar verkering met een jongen die ze tijdens de vakantie heeft ontmoet. Ze zijn allebei vijftien en stapelgek op elkaar. Alleen woont hij anderhalf uur verderop. Daarom wil ze bij hem blijven slapen. Erica vindt dat prima, maar haar man denkt daar héél anders over.
Toen we de naam van onze zoon bekendmaakten, waren mijn ouders niet bepaald enthousiast. Vooral de buitenlandse uitspraak vonden ze maar overdreven. Ik dacht dat ze er vanzelf aan zouden wennen. Inmiddels is mijn zoon vier en spreken opa en oma zijn naam nog steeds anders uit.
Je ouders konden ontzettend veel van je houden en je tóch niet altijd geven wat je emotioneel nodig had. Volgens psychologen kunnen de gevolgen daarvan zelfs als volwassene nog merkbaar zijn. En soms zit dat in kleine dingen.