scheiding schuldgevoel
Beeld: Shutterstock

Aan opvoeden deed Maike Jeuken niet meer na de scheiding. Het was allemaal al zielig genoeg.

Natuurlijk hoopte ik ooit een Oscar in ontvangst te nemen. Voor die moerderrol. Want – wauw – zoals ik die vervulde: such and outstanding perfomance... Maar in de dagelijkse praktijk stelde ik mijn kinderen vaak teleur. Die Oscarnominatie kon ik dus op mijn moederbuikje schrijven.
 

More content below the advertising

Compenseren

“Mam! Waarom hebt je mijn doelpunt niet gezien?!” “Maar alle andere moeders lopen wél mee met de avondvierdaagse.” “Omdat je te laat kwam heb je mijn dansje gemist.” “Ik ben áltijd de laatste die bij de opvang wordt opgehaald...” Bladiebladiebla. Man man, wat voelde ik me dan schuldig. En schuldgevoel is a bitch. Ik heb ze echt weleens afgesnauwd als ik een kater had of ze tot stilte gemaand op een thuiswerkdag. En - altijd hetzelfde liedje - dan wilde ik het als de sodemieter compenseren; met een lekker ijsje, nog eventjes naar de speeltuin. of alles goedmaken met een extra lange bedknuffel. Zo, ook weer opgelost. Kind blij en ik verlost van mijn schuldgevoel. Over tot de orde van de dag.

Tot ik ging scheiden. Toen bleek het huis-tuin-en-keuken-schuldgevoel opeens een eitje. Nu ontnam ik ze hun veilige gezin. Da's een ander verhaal. Want je kinderen een scheiding aandoen, zie dát maar eens te compenseren. Eigenlijk vond ik het altijd best onzin, dat schuldgevoel van gescheiden ouders. Kom op zeg, je weet toch wat je doet? Je gaat toch niet over één nacht ijs? Aan het besluit om te scheiden gaan indrukwekkend veel afwegingen vooraf. Van hart­, hoofd­ en bijzaken. Zo’n beslissing neem je weloverwogen. Waarom dan schuld en schuldgevoel? Inmiddels weet ik uit ervaring dat het naast elkaar kan bestaan.
 

Schuldgevoel

Scheiden was een moeilijke maar bewuste keuze. Er is heel veel verdriet geweest en dat is er soms nog steeds. Maar er is – in ons geval – geen schuldige aan te wijzen. “Allebei de partners zijn verantwoordelijk voor het niet laten slagen van een relatie”, zei iemand in de wijze-­woorden-regen die mij bij mijn scheiding overspoelde. Dat inzicht was voor mij belangrijk. Maar toch. Het maakte mij niet immuun voor het scheidingsschuldgevoel. Want jawel, ook ik raakte ermee ‘besmet’.

Toen we net uit elkaar waren – ik had me weleens stabieler gevoeld – nam het idiote vormen aan; ik voelde me niet alleen schuldig naar de kinderen toe, maar tegenover ongeveer de hele wereld. Kijk mijn ouders eens verdrietig zijn. Scheiden mag aan onze kant familietraditie lijken, toch had ik ze dit graag bespaard. Of onze gezamenlijke vrienden; wat moesten zij nou met de traditionele jaarwisseling? Nee, dan de situatie op mijn werk. “Doe even wat rustiger aan”, opperde de bedrijfsarts. Vond ik dat weer zielig voor m’n collega’s die al het werk moesten overnemen. Och, wat had de wereld te lijden onder mijn daden. Nu hielden deze jankgedachten gelukkig niet lang aan, maar het schuldgevoel naar m’n kinderen toe, dát bleek een stuk hardnekkiger.
 

Lees ook
Jan legt het nog een keer uit: schuldgevoel >

 

'Ik maakte er echt een potje van'

Een superconsequente en didactisch verantwoorde moeder ben ik nooit geweest en dat werd na de scheiding niet veel beter. Sterker: toen maakte ik er pas echt een potje van. Ieder spoor ontbrak aan mijn toch al niet zo rijke assortiment aan principes. Bord niet leeg en toch een toetje? Welja, is goed. Nog één extra potje gamen? Vooruit dan maar (de zes potjes daarna zijn trouwens ook akkoord). Bijna alles vond ik best, zolang het maar gezellig bleef. Ik wilde rust aan m’n kop en blije kinderen. Ellende was er namelijk al genoeg. Achteraf bezien was dit misschien gewoon ‘overleven’. En soms had het ook wel wat: met z’n allen een film kijken in mijn bed? Count me in. Goh, zijn ze nou allemaal in slaap gevallen? Fuck it, dan maar een nacht met z’n vijven in het grote bed. Ik heb zelfs een kinderverjaardag – sans gêne en vooral sans fantasie – gevierd in zo’n indoor speelhel.
 

Het leven extra leuk maken

Op een voor die periode zeldzaam helder moment heb ik me afgevraagd wat mijn kinderen het meest zou schaden: de gevolgen van de scheiding of mijn plotseling extreem toegeeflijke opvoedstijl? Het leek me allebei schadelijk. Dan maar zo veel mogelijk beperken, was mijn intelligente conclusie. Toen ik ons leven weer op de rit begon te krijgen, verklaarde ik mezelf weer toerekeningsvatbaar. En toen was het uit met de pret in Villa Kakelbont. We moesten hoognodig weer eens normaal gaan doen. Want: de fase van overleven is voorbij (kijk, we leven nog), niemand is zielig noch schuldig. En terug van weggeweest: alleen een toetje als je bord leeg is.

Maar ik bleef een behoorlijk zacht ei. Het lukte me maar niet de behoefte te onderdrukken om het leven extra leuk te maken voor m’n kinderen. Dan was ik zó blij dat ze weer kwamen. En nee, dan heb ik het heus niet over hysterische springkussenkastelen in de achtertuin. Maar gewoon over gezellig gemaakte slaapkamers, een extra lekker toetje of theaterkaartjes als verrassing. Valt dat onder scheidingsschuldgevoel? Vast wel (al heb ik daar nooit een handboek op nageslagen). Maar ach, een beetje troostend compenseren leek me geen misdaad. Inmiddels probeer ik alweer een tijdje de verstandige moeder uit te hangen. Die van voor de scheiding.
 

Die hamster from hell

Met principes en zo. Laatst dacht ik zowaar genezen te zijn van dat scheidingsschuldgevoel. Dat werd na vijf jaar ook wel tijd, had ik mezelf semi­-streng toegesproken. Best een goede reden om dit eerste lustrum feestelijk af te sluiten, vond ik. Als ik op het punt sta de vlag uit te hangen, belt mijn dochter. Ze is haar bikini vergeten. De kinderen gaan op vakantie met hun vader en dat is nooit mijn favoriete moment. Toch wip ik ‘opgewekt’ langs terwijl ze jubelend bij hun vader de koffers inpakken. Geen onderdeel uitmaken van dit vrolijke tafereel doet nog steeds een beetje pijn. Ik geef de vergeten bikini en ontvang een heerlijke voorraad kusjes. Maar ik krijg ook iets anders mee: de hamster. Die miezerige knager waarvan ik nooit had begrepen waarom­-ie daar zijn intrede deed. Maar goed, of ik daar dus pleeeease­-mama­-pllleeaase voor wil zorgen want ik ben de ááállerliefste en dan hoef ik ook niet zo alleen te zijn… Ik denk aan de vlag die ik straks weer zal opbergen en glimlach naar m’n zoon. Er staat een gedrocht van een kooi voor me.

Vorig jaar had ik me dit beest ook al in de maag laten splitsen. Bij het verschonen  van zijn bak had­-ie een eng sissend geluid gemaakt en mij daarna gebeten, die hamster from hell. Omdat hun vader blijkbaar (weer) is vergeten het aan de buren te vragen, val ik dit jaar opnieuw in de prijzen. Nu kan die hamster me wel gestolen worden, maar mijn kinderen natuurlijk niet. Mijn bloedeigen kinderen die zonder hun moeder op vakantie gaan. Ik ben er niet om hun lijfjes in te smeren op het strand en ik kan ook niet applaudisseren voor hun supersonische duikkunsten. Dus als zij mij nu vragen die hamster te verzorgen, dan is het heel simpel: dan moet ik gewoon niet zeiken. Thuis zet ik de lelijke kooi op het aanrecht. Zonder dat hij het weet staat de hamster symbool voor mijn scheidingsschuldgevoel. Daar moet ik nu dus twee weken naar kijken. Reken maar dat dat een straf is.
 

Dit artikel heeft eerder in Kek Mama gestaan.


 

Meer Kek Mama? Neem nu een abonnement en profiteer van leuke aanbiedingen!