Wortels: vies. Bloemkool: lust-ie niet. Broccoli: vergeet het maar. Omdat geen kind kan leven op Nijntjes-koekjes alleen: hoe krijg je een moeilijke eter tóch aan zijn broodnodige portie groente?
Lees verder onder de advertentie
Je hóórt het je eigen moeder zeggen: ‘We zijn er allemaal groot op geworden.’ Maar toch: blijf er maar eens koel onder, wanneer je kind avond na avond zijn bord met een opgetrokken neus van zich af duwt. Dat spijkerbroekje van vorig seizoen nog steeds past, en het consultatiebureau veroordelend een wenkbrauw optrekt als je – stom, stom, stom – bekent dat je peuter al drie weken geen normale maaltijd heeft weggewerkt. Eéns moet er een vitamine in, zou je zeggen. Maar hoe?
1. Ten eerste: vergis je niet in wat hij stiekem al eet. Die snoeptomaatjes tijdens het boodschappen doen bij de groenteboer, bijvoorbeeld. Het schijfje komkommer dat je in zijn hand duwt tijdens het koken. Wat erin zit, zit erin: niemand zegt dat dat per se om zes uur ’s avonds moet. Twijfel je echt aan wat je kind eet? Houd een dagboekje bij. Grote kans dat het reuze meevalt, en het kan nog inzicht geven ook: een grote beker drinken voor het eten, heeft natuurlijk effect op zijn eetlust.
2. Open deur: beperk dus de tussendoortjes, tot pakweg vier per dag. De hele dag door snacken werkt óók niet bevorderlijk voor de eetlust.
3. Heel veel jonge kinderen (tussen de één en twee jaar) zijn moeilijke eters. En besluiten van de ene op de andere dag dat ze niks meer lusten. Gewoon omdat het kan. Omdat het ‘nee’ is. Omdat ze ontdekken dat ze onafhankelijk dingen kunnen doen. En ouders daar doorgaans ontzettend entertainend op reageren, met liedjes, spelletjes, aandacht – álles om er in vredesnaam maar een hap in te krijgen.
4. Het simpelste: ga die strijd dus gewoon niet aan. Zing de liedjes, doe de spelletjes, maar niet gekoppeld aan de maaltijd. Laat zijn bord gewoon leeg (of juist helemaal vol), als hij het echt vertikt te eten.
5. Neem hem mee naar de supermarkt. En laat hem zelf zijn groente en fruit kiezen. Geen enkele garantie bij peuters en kleuters, maar wie weet wil hij ze dan wel.
6. Laat hem helpen met koken. Want: idem dito. Of niet.
7. Maar houd het wel gezellig aan tafel. Eet überháupt aan tafel. Goed voorbeeld doet goed volgen (jammer joh, van die extra klodder mayo waar je zelf eigenlijk op aasde), en eten is leuk; daar komen ze vanzelf wel achter. Zo niet, dan kun je altijd nog sjoemelen met een voedingssupplement.
8. Laat het eten niet te lang duren. Twintig minuten is lang zat, zeker voor een peuter of kleuter. Is het bord daarna niet leeg? Jammer dan. Of de vloer bezaaid met voedsel? Dit is niet het moment voor tafelmanieren. Praat over alles behalve eten en geef gewoon dat toetje: dat zijn óók voedingsstoffen.
9. Bovendien: met straf koppelt je kind eten aan een negatief gevoel. Andersom geldt hetzelfde: door je kind continu overdreven te prijzen als hij goed eet, leert hij nooit dat eten iets normaals is.
10. Wat niet mag, is leuker. Dus koekjes of snoep helemaal verbieden, betekent vaak dat je kind er alleen maar meer om vraagt. Kies gewoon zo gezond mogelijke varianten en bied ze zo min mogelijk aan.
11. Jonge kinderen hebben eigenlijk niet zo heel veel voeding nodig. Veel minder dan in het jaar ervoor in elk geval, toen hun gewicht nog moest verdriedubbelen en daar heel veel voedingsstoffen voor nodig waren. Is niet meer zo. De natuur regelt het (doorgaans) prima. Kun je voor de zekerheid altijd even checken bij de huisarts of het consultatiebureau.
12. Groente en fruit maken een prima ijsje. Of smoothie. Met wortel en mango, bijvoorbeeld. Of banaan. Een prima ontbijtje wanneer hij geen brood wil eten. Wat nou, moeilijke eter? Beetje honing erbij, en hij vindt het ‘t beste snoep ever. Niks meer aan doen; des te groter de kans dat hij alles blijft proeven.
13. Bied kleine porties aan. Niemand wordt wild van een tot de rand gevuld bord met raapstelen. Samen met de paar snoeptomaatjes van vanmiddag, is dat stronkje bloemkool ’s avonds opeens de Algemeen Dagelijks Aanbevolen Hoeveelheid.
14. Ook een idee: serveer de maaltijd op een vakjesbord. Hapje uit het ene vakje, hapje uit het andere: tien keer leuker dan scheppen uit die massa op je gladde, ronde bord.
15. Aardappels zijn groente, in Frankrijk. Vergeet dat nooit.
16. O, nog wel één weetje: er bestaat zoiets als neofobie. Dat is een tamelijk algemene angst waarbij kinderen rond een jaar of twee opeens bang zijn om nieuwe dingen te eten, en die vaak erger wordt richting de vier tot zeven jaar. Het goede nieuws: daarna wordt het dus minder. En is het te hopen dat wat ‘ie kende voor die fobie, niet alleen bestond uit friet en knakworstjes.
Ontvang elke maand Kek Mama met korting en gratis verzonden op jouw deurmat! Abonneer je nu en betaal slechts €4,19 per editie.
Met een sleutelbos in de hand en een hoofd vol plannen begint voor de familie Blom een nieuw hoofdstuk. In Een huis vol zien we hoe het gezin zich opmaakt voor een verhuizing die allesbehalve rustig verloopt.
Iedere week delen we op Kek Mama een dilemma van onze lezers. Deze week het dilemma van de 31-jarige Florien. Door haar eigen onzekerheid en ongemak heeft Tycho (4) geen vriendjes in de straat en dat steekt.
Je gooit ’m gedachteloos in je winkelmandje, snijdt ’m in reepjes voor bij de pasta of prikt ’m rauw van de borrelplank. Maar juist een groente die bij veel gezinnen standaard op tafel staat, blijkt nu onverwacht hoog te scoren als het gaat om bestrijdingsmiddelenresten.
Peuters hebben bijna een bovennatuurlijke gave: ze vinden álles. Vooral de dingen waarvan je hoopt dat ze die juist níét zien. Ook de peuter van Isa (37) bleek daar een meester in.
Huiselijk geweld komt in allerlei vormen. Audrey Zetta kreeg er ook mee te maken, toen haar ex-man duidelijk maakte dat ze bij een zwangerschap voor abortus moest kiezen.