Beeld: 123RF
Beeld: 123RF

Blogger Martine van FantasticMoms.nl is de trotse moeder van Noor die deze zomer officieel tiener is geworden. En Noor wil nu natuurlijk een mobiel. Hoe pakt Martine dit aan? De online test ‘Hoe overleef ik mijn 1e mobiel?’ biedt uitkomst.

De afgelopen jaren heb ik al heel wat lesjes geleerd op het gebied van loslaten. Dat gaat niet altijd van harte, maar omdat ik wel hoop dat mijn dochters niet tot mijn tachtigste bij ons wonen, doe ik mijn best. En sinds de oudste afgelopen zomer haar tiende verjaardag vierde, zijn er veranderingen op komst. Het mamakind dat het liefst niet van mijn zijde week is verdwenen. Daarvoor terug kreeg ik een pre-puber die niet kan wachten om de wereld te ontdekken en dan zonder moeder graag.
 

Kleine meisjes worden groot

Dat ze laatst vroeg of ze zelf naar school mocht fietsen kwam dan ook niet als verrassing. Mijn man en ik hadden dit wel eens terloops besproken om uiteindelijk toch altijd te kiezen voor de kop-in-het-zand strategie. Want alleen fietsen, dat had ik eigenlijk bedacht voor haar 21ste ofzo. De husband ging nog een stapje verder en gaf ferm aan er geen enkel probleem mee te hebben haar tot zijn pensionering te vergezellen. Nee.. hij niet, maar zij wel. En dat is natuurlijk precies zoals het hoort te gaan, want kleine meisjes worden groot. Nadat we dit 100 keer als een mantra herhaald hadden, besloten we dan ook dat het goed was. Op één voorwaarde.
 

Een mobiele telefoon

Als ze alleen naar school en naar huis fietst, willen we dat ze een mobiele telefoon bij zich heeft. Ook al is het nog geen tien minuten fietsen; het feit dat ze ons kan bereiken als er wat is vind ik niet alleen geruststellend voor ons maar ook voor haar. En los daarvan is het ook gewoon praktisch, want als ze bij een vriendinnetje wil gaan spelen wil ik niet een middag klaar zitten met lauwe thee, koekjes en een hoofd vol rampscenario’s. Maar om te bellen heb je natuurlijk wel beltegoed of een abonnement nodig. En aangezien ik mijn impulsieve dochter na al die jaren wel een beetje ken weet ik inmiddels dat vooruitkijken niet haar sterkste punt is.
 

Beren op de weg

Dus wat is wijsheid? Halen we een prepaid kaartje voor in mijn oude toestel dat ligt te verstoffen in de la? Of gaan we voor een abonnement met een nieuwe smartphone? En welke afspraken maken we over het gebruik? Deze moeder ziet namelijk meteen ook wat beren op de weg. Zo vraag ik me serieus af of mijn sloddervosje de telefoon niet binnen twee weken kwijt is. Is ze verantwoordelijk genoeg om verstandig met beltegoed om te gaan en wie zorgt er eigenlijk voor dat de telefoon altijd opgeladen is? Maar wat me nog veel meer zorgen baart, hoe gaat het straks als ze in tig app-groepen belandt? Hoe zorgen we dat ze zich ‘bewust’ is van wat ze wel en niet deelt? Internet is natuurlijk fantastisch, maar als tienjarige denk je net iets minder na over wat de gevolgen kunnen zijn van het posten van een berichtje of foto. Man, dat opvoeden van tieners valt nog niet mee, hoe doen andere ouders dit eigenlijk?! Soms is het zo jammer dat al mijn vriendinnen kinderen hebben die jonger zijn dan de mijne.
 

Handige test

Ik ging online op zoek -waar gelukkig genoeg informatie te vinden is- en ik had veel aan de informatie die ik vond op Beleef KPN. Hier kunnen ouders lezen waar je rekening mee kan houden als het gaat om de eerste mobiele telefoon voor je kind. Daarnaast kun je ook samen met je kind een test doen. Het gaat tenslotte om mijn dochter, dus ontdek ik graag samen met haar wat er eigenlijk allemaal komt kijken bij zo’n eerste mobieltje.

De test is lekker aansprekend gemaakt voor tieners en Noor is direct geïnteresseerd. Wat ik heel sterk vind, is dat er op een grappige manier punten aan de orde komen waar ik als moeder helemaal nog niet aan gedacht heb. Noor had bijvoorbeeld nog nooit gehoord van het principe ‘online pesten’ terwijl het zo belangrijk is dat je ook dat soort dingen bespreekt. Naar aanleiding van de test hebben we heldere afspraken gemaakt over wanneer de mobiel hier thuis aan en uit staat. Ook hoorde ik van Noor dat er op school een apart bakje is voor mobiele telefoons waar ze de hele dag in moeten, ook in de pauze. Dat wist ik helemaal niet! Zo worden er allerlei gespreksonderwerpen op een geinige manier aangekaart: Privacy, Pesten, Etiquette, Sociale druk en Bereikbaarheid. Ik zou er zeker even goed voor gaan zitten samen met je kind.
 

Weer een stapje dichterbij

Wij zijn er inmiddels uit. Noor is sinds kort de trotse eigenaar van mijn oude mobiel, die al zo gepimpt is dat zelfs Lady Gaga jaloers zou zijn. Elke maand krijgt ze van ons beltegoed en we controleren wekelijks samen of er nog voldoende opstaat. Weer een stapje dichter naar zelfstandigheid, maar op deze manier voelt het voor ons allemaal goed. Nu alleen mijn man nog even overtuigen dat het echt geen goed idee is om in vermomming stiekem achter haar aan te fietsen.

nipt-zwangere-vrouwen

Door de NIPT kun je tijdens je zwangerschap zien hoe groot de kans is dat jouw baby het down-, edwards- of parausyndroom heeft. Maar hoe werkt zo'n test precies? Wanneer kun je 'm doen? En wordt-ie ook vergoed? Wij zochten het voor je uit. 

Want waar de test lange tijd alleen beschikbaar was voor zwangeren met een verhoogde kans op een kind met een chromosoomafwijking, mag sinds april 2017 iedere vrouw er gebruik van maken. Als je er behoefte aan hebt, dan. En als je betaalt, want vrijwillige deelname kost € 175 en wordt niet vergoed door de zorgverzekering.

 

DNA

NIPT betekent 'Niet-Invasieve Prenatale Test' en is een onderzoek dat bestaat uit het afnemen van een paar buisjes bloed. Hierin zit erfelijk materiaal (DNA) van de placenta dat bijna altijd hetzelfde is als dat van je kind. Zo kan het laboratorium dus, veilig én zonder het risico op een miskraam, onderzoeken of jouw baby het down-, edwards- of patausyndroom heeft. Wel goed om te weten: je kunt de test pas laten doen vanaf elf weken zwangerschap. 

 

Nevenbevindingen

Het laboratorium kan terwijl ze de NIPT uitvoeren ook zien of je kind andere (zeldzame) chromosoomafwijkingen heeft: die worden nevenbevindingen genoemd. Je mag zelf beslissen of je deze wilt weten en kunt dan ook kiezen uit twee mogelijkheden:

  1. Je wilt je kind alleen laten screenen op down-, edwards- en patausyndroom. Het laboratorium weet dan ook niet of er nevenbevindingen zijn.
  2. Je wilt je kind laten screenen op down-, edwards- en patausyndroom én je wil weten of het laboratorium nevenbevindingen heeft gevonden.

 

Lees ook
Extreme zwangerschapsmisselijkheid: ‘Zelfs een slokje water kwam er meteen weer uit’ >

 

Uitslagen

Na tien dagen krijg je de uitslag van je gynaecoloog of verloskundige. Als je ervoor hebt gekozen ook nevenbevindingen te willen horen en het laboratorium heeft deze gevonden, dan word je meestal gebeld door het Centrum voor Prenatale Diagnostiek of een polikliniek klinische genetica van een universitair ziekenhuis. De uitslagen die je kunt krijgen zijn: 

 

‘U bent waarschijnlijk niet zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom.’

Deze uitslag klopt bijna altijd: minder dan één op de duizend zwangere vrouwen blijkt achteraf toch zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom. Bij deze uitslag krijg je geen vervolgonderzoek.

 

‘U bent mogelijk zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom.’

  • Bij 75 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met downsyndroom, klopt dat inderdaad; 25 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met downsyndroom.
  • Bij 24 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met edwardssyndroom, klopt dit inderdaad; 76 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met edwardssyndroom.
  • Bij 23 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met patausyndroom, klopt dit inderdaad; 77 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met patausyndroom.

Als je echt zekerheid wilt hebben, kun je alsnog een vlokkentest of vruchtwateronderzoek laten doen.

 

‘Er is een nevenbevinding gevonden.’

Je krijgt dan uitleg over wat precies er is gevonden en wat dit mogelijk voor jou en/of voor je kind betekent. Je krijgt hiervoor een uitnodiging voor een gesprek op een polikliniek klinische genetica van een universitair ziekenhuis, waarin je meer informatie over de nevenbevinding krijgt en wat de mogelijkheden zijn.

 

‘Er is geen nevenbevinding gevonden.’

Als er in de uitslag niets staat over nevenbevindingen, dan betekent dit dat er ook geen nevenbevindingen zijn gevonden.

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >
longontsteking-kinderen-symptomen-behandeling

In Nederland krijgen elk jaar gemiddeld 25.000 kinderen een longontsteking. Vaak is die na een week of twee wel genezen, maar het kan ook maanden duren voordat een kind weer de oude is.

'Op tijd behandelen voorkomt erger', zegt Michael Rutgers, directeur van het Longfonds. In onderstaande antwoorden lees je hoe.

 

Wat is een longontsteking? 

Longontsteking is een ontsteking van de longen door een virus of bacterie en komt bij kinderen redelijk vaak voor. De kans om het te krijgen is het grootst bij baby's jonger dan één jaar, omdat hun afweer nog in ontwikkeling is. Zowel één als beide longen kunnen ontstoken zijn: wanneer beide longen ontstoken zijn, spreek je van een dubbele longontsteking.

 

Wat is de oorzaak? 

Meestal een virus of bacterie. Een gewone griep of verkoudheid, bijvoorbeeld. Tegenwoordig worden kinderen op het consultatiebureau ingeënt voor de pneumokokken bacterie. Hierdoor is de kans op een longontsteking door deze bacterie veel kleiner geworden. Wel heeft je kind meer kans op een longontsteking als hij een afweerstoornis, cystic fibrosis, PCD, een ontwikkelingsachterstand of last van spierzwakte heeft.

Oh, en dat je ziek kunt worden van kou is trouwens een fabel: virussen en bacteriën zijn altijd actief, of het nu warm of koud is, maar in de wintermaanden zitten we veel meer binnen (met ramen gesloten) en dichter op elkaar. De kans dat virussen aan elkaar worden overdragen, is daardoor groter.

 

Lees ook
VIDEO: dit is het verschil tussen griep en verkoudheid >

 

Wat zijn de symptomen? 

Eigenlijk krijgen kinderen vergelijkbare klachten als bij griep, maar dan een tikkie heftiger. Een paar voorbeelden: benauwd, kortademig, ophoesten van slijm (soms met wat bloed), moe, rillen en koorts.

 

Hoe behandel je een longontsteking?

Vermoed je dat je kind een longontsteking heeft, neem dan contact op met de huisarts. In de meeste gevallen schrijft hij of zij dan een antibioticakuur voor. Althans, als de oorzaak een bacteriële infectie is. Aan een virale infectie kan de huisarts weinig doen en dan is het een kwestie van uitzieken. Bij koorts of pijn mag je doorgaans gerust een pijnstiller geven.

Zijn de klachten na drie dagen antibiotica nog niet minder of wordt je kind steeds zieker? Bel dan de huisarts nog een keer. Bij een ernstige longontsteking wordt een kind opgenomen in het ziekenhuis. Daar krijgt-ie een hogere dosis antibiotica toegediend via pillen of een infuus.

 

Wat kun je zelf doen?

De kuur afmaken, je kind goed laten uitrusten én veel laten drinken: voor baby's tot zes maanden geldt ongeveer 150 ml per kilo lichaamsgewicht per dag, borstvoeding kan op verzoek. Baby's van zes maanden en ouder hebben per dag ongeveer 100 ml nodig per kilo lichaamsgewicht. Kinderen vanaf één jaar zes tot zeven bekertjes per dag van ongeveer 75 ml. Gaat drinken moeizaam? Probeer eens thee zonder suiker, diksap of dunne pap - dan krijgen ze toch het nodige vocht binnen.

 

Bron: Longfonds

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >