Jan Heemskerk

Kek Mama columnist en vader Jan Heemskerk spaart ons niet, en zichzelf nog minder. Hij legt het ons nog één keer uit. Deze maand: de boeman.

Boos
Vroeger, toen vaders nog werkten en moeders thuis bij de thee zaten te klagen over hun droevige lot, was het ultieme dreigement voor vervelende kinderen: “Wacht maar tot je vader thuiskomt.” Zei je moeder dát als je te druk was, rommel maakte of een brutale mond had opgezet, wist je niet hoe snel je moest maken dat je in je kamer kwam.

Wacht maar tot je vader thuiskomt. Wat er dán zou gebeuren. Daar zou geweld van ongekende proporties aan te pas gaan komen, krakende botten, woest gebrul, langdurig
huisarrest en nooit meer zakgeld. Wacht maar tot je vader thuiskomt. Hoeveel arme, lieve kantoorsukkels hebben nooit geweten dat ze door hun echtgenote werden afgeschilderd als de baarlijke duivel. Want het kwam er natuurlijk zelden van, die afstraffing door vader die thuis zou komen. Het dreigement was afdoende, moeder had de kleine etters uit het haar, en kon weer verder met zwakjes kloppen tegen het glazen plafond.

Vader de boeman, mama de liefste. Zo was het verdeeld. Maar, lieve dames, waarom moeten wij mannen anno 2015 nog steeds de boeman spelen? Wordt het niet tijd naast het zoet, ook het zuur te delen? Zover ik kan overzien, is er weinig veranderd. Hoe vaak ik niet door de diverse mevrouwen Heemskerk ’s avonds de trap ben opgejaagd om tegen de kinderen te schreeuwen dat het NU EINDELIJK EENS STIL MOET ZIJN. En dat zij dan vijf minuten later zelf naar boven gingen om te zeggen dat papa het heus niet zo meende, maar dat ze nu wel lief moesten gaan slapen. Dat is wel een beetje makkelijk, hè dames? Want papa vindt het ook niet leuk om altijd de kwaaie peer te zijn. Papa zit ook met een knoop in zijn maag als hij de Grote Boze Wolf heeft gespeeld en kinderen in de gang staan te huilen of ze weer naar binnen mogen. Het zou best eens leuk zijn als jullie een keertje de Woedende Stemverheffer waren, en wij dan een halfuurtje later de kindertjes de Goedmaak-knuffel konden geven, en zeggen: “Mama heeft heus wel spijt dat ze jullie aan je haren heeft getrokken en heel hard heeft gegild.”

Het is namelijk helemaal niet moeilijk, Boemannen. Of boevrouwen. De kunst is: kwaad worden voordat je het werkelijk bent. Niet wachten tot je uit je vel springt, drie octaven te hoog gaat krijsen, met serviesgoed gaat smijten en onbedaarlijk moet huilen, nee: probeer aan te voelen komen dat je je geduld verliest, en spéél dan dat je boos ben. De kinderen zien geen verschil, jouw stresslevels blijven uit het rood, en je draagt volwaardig bij aan de lusten en lasten van het ouderschap. Je man zal je belonen met kusjes en wilde sex om al die adrenaline uit je systeem te krijgen. Een prachtige win-win-situatie, dacht ik zo.

Jan Heemskerk (52) is radiopresentator en tv-maker, theaterkneus en boekenschrijver maar eerst en vooral vader van drie prachtzoons bij twee vrouwen. Voor Kek Mama tackelt hij elke maand moederkwesties. Ook een moederkwestie? Mail Jan: jan@kekmama.nl.

nipt-zwangere-vrouwen

Door de NIPT kun je tijdens je zwangerschap zien hoe groot de kans is dat jouw baby het down-, edwards- of parausyndroom heeft. Maar hoe werkt zo'n test precies? Wanneer kun je 'm doen? En wordt-ie ook vergoed? Wij zochten het voor je uit. 

Want waar de test lange tijd alleen beschikbaar was voor zwangeren met een verhoogde kans op een kind met een chromosoomafwijking, mag sinds april 2017 iedere vrouw er gebruik van maken. Als je er behoefte aan hebt, dan. En als je betaalt, want vrijwillige deelname kost € 175 en wordt niet vergoed door de zorgverzekering.

 

DNA

NIPT betekent 'Niet-Invasieve Prenatale Test' en is een onderzoek dat bestaat uit het afnemen van een paar buisjes bloed. Hierin zit erfelijk materiaal (DNA) van de placenta dat bijna altijd hetzelfde is als dat van je kind. Zo kan het laboratorium dus, veilig én zonder het risico op een miskraam, onderzoeken of jouw baby het down-, edwards- of patausyndroom heeft. Wel goed om te weten: je kunt de test pas laten doen vanaf elf weken zwangerschap. 

 

Nevenbevindingen

Het laboratorium kan terwijl ze de NIPT uitvoeren ook zien of je kind andere (zeldzame) chromosoomafwijkingen heeft: die worden nevenbevindingen genoemd. Je mag zelf beslissen of je deze wilt weten en kunt dan ook kiezen uit twee mogelijkheden:

  1. Je wilt je kind alleen laten screenen op down-, edwards- en patausyndroom. Het laboratorium weet dan ook niet of er nevenbevindingen zijn.
  2. Je wilt je kind laten screenen op down-, edwards- en patausyndroom én je wil weten of het laboratorium nevenbevindingen heeft gevonden.

 

Lees ook
Extreme zwangerschapsmisselijkheid: ‘Zelfs een slokje water kwam er meteen weer uit’ >

 

Uitslagen

Na tien dagen krijg je de uitslag van je gynaecoloog of verloskundige. Als je ervoor hebt gekozen ook nevenbevindingen te willen horen en het laboratorium heeft deze gevonden, dan word je meestal gebeld door het Centrum voor Prenatale Diagnostiek of een polikliniek klinische genetica van een universitair ziekenhuis. De uitslagen die je kunt krijgen zijn: 

 

‘U bent waarschijnlijk niet zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom.’

Deze uitslag klopt bijna altijd: minder dan één op de duizend zwangere vrouwen blijkt achteraf toch zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom. Bij deze uitslag krijg je geen vervolgonderzoek.

 

‘U bent mogelijk zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom.’

  • Bij 75 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met downsyndroom, klopt dat inderdaad; 25 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met downsyndroom.
  • Bij 24 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met edwardssyndroom, klopt dit inderdaad; 76 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met edwardssyndroom.
  • Bij 23 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met patausyndroom, klopt dit inderdaad; 77 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met patausyndroom.

Als je echt zekerheid wilt hebben, kun je alsnog een vlokkentest of vruchtwateronderzoek laten doen.

 

‘Er is een nevenbevinding gevonden.’

Je krijgt dan uitleg over wat precies er is gevonden en wat dit mogelijk voor jou en/of voor je kind betekent. Je krijgt hiervoor een uitnodiging voor een gesprek op een polikliniek klinische genetica van een universitair ziekenhuis, waarin je meer informatie over de nevenbevinding krijgt en wat de mogelijkheden zijn.

 

‘Er is geen nevenbevinding gevonden.’

Als er in de uitslag niets staat over nevenbevindingen, dan betekent dit dat er ook geen nevenbevindingen zijn gevonden.

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >
longontsteking-kinderen-symptomen-behandeling

In Nederland krijgen elk jaar gemiddeld 25.000 kinderen een longontsteking. Vaak is die na een week of twee wel genezen, maar het kan ook maanden duren voordat een kind weer de oude is.

'Op tijd behandelen voorkomt erger', zegt Michael Rutgers, directeur van het Longfonds. In onderstaande antwoorden lees je hoe.

 

Wat is een longontsteking? 

Longontsteking is een ontsteking van de longen door een virus of bacterie en komt bij kinderen redelijk vaak voor. De kans om het te krijgen is het grootst bij baby's jonger dan één jaar, omdat hun afweer nog in ontwikkeling is. Zowel één als beide longen kunnen ontstoken zijn: wanneer beide longen ontstoken zijn, spreek je van een dubbele longontsteking.

 

Wat is de oorzaak? 

Meestal een virus of bacterie. Een gewone griep of verkoudheid, bijvoorbeeld. Tegenwoordig worden kinderen op het consultatiebureau ingeënt voor de pneumokokken bacterie. Hierdoor is de kans op een longontsteking door deze bacterie veel kleiner geworden. Wel heeft je kind meer kans op een longontsteking als hij een afweerstoornis, cystic fibrosis, PCD, een ontwikkelingsachterstand of last van spierzwakte heeft.

Oh, en dat je ziek kunt worden van kou is trouwens een fabel: virussen en bacteriën zijn altijd actief, of het nu warm of koud is, maar in de wintermaanden zitten we veel meer binnen (met ramen gesloten) en dichter op elkaar. De kans dat virussen aan elkaar worden overdragen, is daardoor groter.

 

Lees ook
VIDEO: dit is het verschil tussen griep en verkoudheid >

 

Wat zijn de symptomen? 

Eigenlijk krijgen kinderen vergelijkbare klachten als bij griep, maar dan een tikkie heftiger. Een paar voorbeelden: benauwd, kortademig, ophoesten van slijm (soms met wat bloed), moe, rillen en koorts.

 

Hoe behandel je een longontsteking?

Vermoed je dat je kind een longontsteking heeft, neem dan contact op met de huisarts. In de meeste gevallen schrijft hij of zij dan een antibioticakuur voor. Althans, als de oorzaak een bacteriële infectie is. Aan een virale infectie kan de huisarts weinig doen en dan is het een kwestie van uitzieken. Bij koorts of pijn mag je doorgaans gerust een pijnstiller geven.

Zijn de klachten na drie dagen antibiotica nog niet minder of wordt je kind steeds zieker? Bel dan de huisarts nog een keer. Bij een ernstige longontsteking wordt een kind opgenomen in het ziekenhuis. Daar krijgt-ie een hogere dosis antibiotica toegediend via pillen of een infuus.

 

Wat kun je zelf doen?

De kuur afmaken, je kind goed laten uitrusten én veel laten drinken: voor baby's tot zes maanden geldt ongeveer 150 ml per kilo lichaamsgewicht per dag, borstvoeding kan op verzoek. Baby's van zes maanden en ouder hebben per dag ongeveer 100 ml nodig per kilo lichaamsgewicht. Kinderen vanaf één jaar zes tot zeven bekertjes per dag van ongeveer 75 ml. Gaat drinken moeizaam? Probeer eens thee zonder suiker, diksap of dunne pap - dan krijgen ze toch het nodige vocht binnen.

 

Bron: Longfonds

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >