Een maand voor zijn derde verjaardag verloor Annet van der Corput haar zoontje Stijn. Een jongetje met lekker stevige beentjes en de mooiste ogen van de wereld.

“Twee dagen na de dood van Stijn bracht ik zijn vierjarige broer Bram naar school. Naar een plek waar het leven nog iets vertrouwds had. We kwamen uit de warme cocon van vertrouwelingen die ons omringden en stapten voor het eerst weer de buitenwereld in. Toen we het schoolplein op liepen, zag ik de ouders schrikken. Sommigen leken zelfs te doen alsof ze ons niet zagen. Dat was niet onaardig bedoeld, ze hadden geen idee hoe ze moesten omgaan met een moeder die net haar kind heeft verloren.

Bang

Als je rouwt heb je je omgeving zo hard nodig. Mensen hoeven weinig te zeggen. ‘Ik weet niet wat ik moet zeggen’, is ook goed. Of, beter nog: ‘Ik zou je wel willen vragen hoe het gaat, maar zeg het alsjeblieft als je er niet over wilt praten.’ Dat is honderd keer beter dan denken: laat ik het er voor de zekerheid maar niet over hebben. Hoe begrijpelijk ook. Misschien zou ik zelf ook wel zo gereageerd hebben, in de tijd dat alles nog vanzelf ging. Toen Stijn nog het eeuwige leven leek te hebben.

Geluksvogel

Tot Stijn ziek werd was ik een geluksvogel. Na een fijne jeugd ben ik al snel mijn grote liefde tegengekomen. Chris was een slimme, grappige, jongensachtige man met krulletjes. Het was meteen wederzijds. Elf jaar geleden gingen we samenwonen in een huis op het platteland met een grote tuin en paarden in een stal. Bram en Stijn kwamen vijftien maanden na elkaar en waren twee handen op een buik.

Een kerngezond gezellig jongetje

Ons geluk keerde eind augustus 2009. Stijn was vijftien maanden toen hij een longontsteking kreeg. In het ziekenhuis vonden artsen zijn spieren te slap. Een specialist in het Radboud ziekenhuis in Nijmegen startte een bloedonderzoek dat negen maanden duurde. Stijn was al snel weer op de been, wij zagen een kerngezond gezellig jongetje, dat zich ontwikkelde volgens de boekjes. Allemaal schijn: 30 maart 2010 vertelde de specialist ons dat hij ernstig ziek was. Onze jongste zoon had een zeldzame fout in een van zijn genen geërfd. Zowel Chris als ik waren dragers, iets wat we nooit hadden geweten.

Een op de miljoen  

Het komt maar een op de miljoen keer voor dat beide ouders dragers zijn. Als drager ben je zelf niet ziek, je kunt het alleen doorgeven aan je kinderen. De specialist bereidde ons erop voor dat het heel plotseling kon gebeuren. ‘De dood komt als een dief in de nacht’, dat waren zijn woorden. Thuis kwam Stijn stralend op ons afrennen. Ik knuffelde hem en wilde hem nooit meer loslaten.

Het idee dat dit jongetje met zijn stevige beentjes en mooie bruine ogen in levensgevaar verkeerde was niet te bevatten. De maanden erna probeerden we onze angst diep weg te stoppen – we moesten wel, anders viel er niet mee te leven.”

Dit verhaal staat in Kek Mama 10-2016.

falende ouders

Niemand is perfect. Ook ouders niet, zo bewijzen deze hilarische momenten op Buzzfeed.

We doen ons best...

En proberen ze goed op te voeden....

 

Wait, stop! #nevermind #toolate #pottytraining #parentingfail #dadfail #donttellmom

Een bericht gedeeld door Phil Yeh (@philyeh) op

 
 

...maar dat lukt niet altijd

 
 
 
 

Soms hebben we íets teveel balgevoel...

 

...of last van de zwaartekracht

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

geruzie kinderen stoppen
Beeld: Unsplash

De New Yorkse moeder Vered wilde altijd al drie kinderen. Die wens ging in vervulling, maar het continue geruzie van het stel kan ze missen als kiespijn. Zo maakte ze daar korte metten mee.

Vered schrijft op Scary Mommy hoe ze geniet van haar drie kinderen – tenzij ze aan het schreeuwen, slaan, duwen, schoppen, knijpen, schelden, zeuren en krabben zijn. Vered’s stresslevel schiet dan meteen omhoog en ze beschrijft hoe ze dan in een tweestrijd staat: ‘Moet ik de jongste verdedigen? Ze allemaal straffen? Ze een time-out geven? Het speelgoed waar ze om strijden afpakken? Ze hun excuses laten aanbieden? Ze in aparte kamers laten spelen?’

 

Niet ingrijpen

Vorig jaar liep het geruzie onderling echt uit de hand en zocht Vered hulp bij Tovah Klein, directeur van het Barnard College Center for Toddler Development. Deze specialist raadde haar simpelweg dit aan: ‘Laat de kinderen het zelf uitvechten. En als je daar niet bij wilt zijn, stuur ze dan naar hun kamer om de ruzie te beslechten.’ Volgens Klein werkt het juist averechts om als ouder in te grijpen in een ruzie: dan verandert namelijk de dynamiek en worden onbedoeld de kinderen tegen elkaar opgezet. Trek je je als ouder terug uit de ruzie, dan zullen de kinderen juist uiteindelijk samen een band krijgen.   

 

Lees ook
PERSOONLIJK: Deze ouders hebben altijd gillende ruzie op vakantie >

 

Uitgeput en overstuur

Vered schrijft hoe ze deze nieuwe aanpak thuis uitprobeerde. Tijdens de eerste ruzies moest ze echt op haar tong bijten: ‘Ik realiseerde me toen pas hoe vaak ik me met het gekibbel had bemoeid, en hoe veel energie me dat gekost had, waarna ik uitgeput en overstuur was. Terwijl de kinderen tien minuten later alweer samen speelden en alles vergeten waren.’ Vered paste haar tactiek aan. ‘Als ik ze zag ruziën, zei ik: ‘Jullie mogen ruzie maken, maar niet waar ik bij ben.’

 

Laat ze met rust

Vered: ‘Zonder mij  als cruciale speler werd het ruziën ineens een stuk minder interessant voor ze.  Het intrigeerde me: wat kunnen ouders doen om hun kinderen onderling een gezonde en liefdevolle band te laten krijgen? Het antwoord: ze met rust laten. Is er helemaal geen ruzie meer in huis? Absoluut niet. Maar nu ik er geen deel meer van uit maak, gaan de ruzies veel meer over de aanleiding zelf. En vechten om een lichtzwaard is nou eenmaal minder interessant dan ruziën over mijn liefde en aandacht.’

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >