andere moeder zoon dochter
Beeld: Pexels

Mariëtte vreest dat ze net iets liever is voor zoon Casper (3) dan voor dochter Nora (2). “Ik trek je schoenen wel aan, als het moet tot je vijfenveertigste.”

Het loopt tegen zevenen, Casper is moe en ook nog eens hard gevallen, dus het verdriet is compleet. Er helpt maar één ding, en dat is een flesje melk. Ook al is hij ruim drie en ken ik voornamelijk leeftijdsgenoten die de fles al een jaar of wat geleden vaarwel hebben gezegd wat bij mij het besef heeft doen ontstaan dat wij er ook maar eens vanaf moeten. Maar ja, hij is extreem zielig – vindt hij zelf – en ik extreem ruggengraatloos, omdat ik geen zin heb in gedoe en een fles bij ons thuis een wondermiddel is.

Dus rent mama al naar de keuken voor het fabriceren van de zo gewenste fles en ach welja, daarna kruipt Casper natuurlijk op schoot en lurkt hem leeg, ondertussen af en toe met zielig stemmetje meedelend dat hij ‘zó moe, mama’ is. En ik ga natuurlijk meteen overstag en til hem naar boven, alwaar ik zijn teenslippers voor hem uittrek, want dat op zichzelf simpele klusje kan hij vast eigenhandig klaren, maar hij doet er altijd zo ingewikkeld over en uiteindelijk is daar weer die blik. ‘Mama mij helpen?’ Tuurlijk schattepattie, mama helpt je wel. Tot je vijfenveertig bent.
 

Tot zover mijn voornemen

Tot zover de uitwerking van mijn ooit zo stellige voornemen dat ik mijn zoon zou opvoeden tot een evenwichtige, moderne man: sterk, zelfstandig, mannelijk, maar niet bang om zijn emoties te laten zien. Dat laatste gedeelte, daarin slaag ik met vlag en wimpel, die credits moet ik mezelf geven. Aan het eerste gedeelte moet nog worden gewerkt.

Nee, dan Nora. Mijn meisje van anderhalf is het tegenovergestelde van haar broer. Ze is pittig en onbevreesd, Casper is voorzichtiger en kijkt wat langer de kat uit de boom. Als ze over pak ’m beet twintig jaar allebei zouden gaan backpacken, zou ik Nora makkelijker laten gaan. Die redt zich wel. Casper zou ik helaas undercover achterna moeten reizen, want hem loslaten vind ik niet te doen. Straks kan-ie niet slapen, of komt z’n veter in de knoop, en dan? Wie moet hem dan helpen?! Precies, zijn moedertje. Nora zou me waarschijnlijk op het eerste het beste vliegtuig naar huis zetten – volkomen terecht, natuurlijk – want die kan tegen die tijd vast haar eigen veters strikken en als ze niet kan slapen, gaat ze gewoon ergens dansen (doet ze nu ook, maar dan in haar eigen bed).
 

'Ik hou van allebei meer dan van wie dan ook'

Ik ben, kortom, voor de één een andere moeder dan voor de ander. Wat niet wil zeggen dat ik voor een van de twee een leukere dan wel minder leuke moeder ben, want dat is niet zo. Ik hou van allebei meer dan van wie of wat dan ook, zou vandaag nog diverse vitale organen afstaan als ik ze daarmee op een of andere manier zou helpen en ben voor allebei even leuk, of niet-leuk, of lief, of hekserig, of welke omschrijving ze er later ook voor zullen geven, al dan niet op de sofa van de psych.

Maar ik ben dus niet dezélfde moeder. Ik vind het moeilijk er een goed woord voor te vinden. Voor Nora ben ik misschien harder, maar dat klinkt als rug toekeren en lijfstraffen en dat bedoel ik niet. Maar toch. Als Casper valt, raap ik hem op, neem hem mee naar de bank en knuffel hem tot hij stil is en met zijn koppie op mijn schouder alleen nog pruttelt dat hij echt heel zielig is. Als Nora valt, zet ik haar op haar voeten, geef haar een kus en laat haar verder lopen.


Mijn bikkeltje

Niet omdat ik haar pijn minder erg of belangrijk vind, maar omdat vijf minuten met haar knuffelen geen optie is. Dan ziet ze alweer tien dingen die ze belangrijker vindt, vergeet de pijn, wurmt zich los en stort zich vol enthousiasme op iets anders. Zij is mijn bikkeltje en ergens stimuleer ik dat misschien ook wel. Want waar ik Casper graag zie opgroeien tot die sterke man die niet bang is voor emoties, wil ik voor Nora eigenlijk hetzelfde, maar dan in vrouwenvariant.

Stoere vrouw die zichzelf kan redden, die niet bang is om haar emoties te uiten, maar die zichzelf er ook niet op een ongezonde manier in verliest. En onbewust ben ik – nu al, ook al zijn ze nog jong – bij de één een andere nadruk aan het leggen dan bij de ander. Bij Casper op het emotie-gedeelte, bij Nora op het stoere. Misschien komt dat door een ongetwijfeld achterhaald of cliché maar wel ingebakken gevoel dat jongens van nature hun stoerheid wel ontwikkelen en meisje van nature hun emoties, en dat ik aan de rest moet schaven. Voor zover mogelijk, want ik snap ook wel dat maakbaarheid en kinderen maar beperkt samengaan, maar goed, ik ben hun moeder en ik moet toch wat.


Lees ook
Fotoserie: 10x jongens met een pop >

 

Casper wil graag klein zijn, Nora graag groot

Ik denk ook dat het mede komt doordat ze allebei op een andere manier een beroep op me doen. Kort gezegd: Casper wil graag klein zijn, Nora graag groot. Casper vraagt het liefst hulp als hij zijn pyjamabroek moet uittrekken, Nora wordt boos als het haar niet lukt haar eigen veterschoenen vast te maken. Ik doe mijn best om voor allebei degene te zijn die ze nodig hebben, al ben ik de eerste om toe te geven dat ik daarbij misschien wel te weinig stuur.

Het zou vast beter zijn om Casper op een of andere manier te dwingen zelfstandiger te worden, terwijl Nora misschien wel moet leren haar emoties wat meer te beheersen, maar ach, ze is nog klein en ik vind het ook mooi om te zien hoe graag ze zelfstandig wil zijn. Het kom-maar-hier-mama-doet-het-wel-gevoel roept ze minder sterk op, omdat ze er gewoon minder behoefte aan heeft. Net zomin als Casper ooit driftig wordt omdat hem iets niet lukt wat hij per se zelf wil doen, omdat hij dáár minder behoefte aan heeft. Hij probeert het wel – die pyjamabroek bijvoorbeeld, maar ook zelf de deur van zijn politieauto vastklikken, of een boterham smeren, of zijn groenten snijden, of het pop up-speeltentje opzetten, iets waarvan Nora bijkans hysterisch wordt als zij het niet mag doen – maar als het niet al snel lukt, laat hij het graag aan mij over. Nora zet een verbeten koppie op, knijpt haar ogen samen en gaat door tot ze het voor elkaar heeft. En zo niet, dan zal het betreffende stuk speelgoed/kleding/eten het bezuren en wordt het boos door de kamer gesmeten. Ik wil haar best helpen, maar ik doe het niet, juist omdat ze dan nog bozer wordt en ik haar dus géén dienst bewijs.
 

De eyeopener van de dag

Laatst vertelde een collega – moeder van een inmiddels volwassen zoon – een verhaal wat je zonder overdrijven de eyeopener van de dag kan noemen. Van mijn dag, althans. Haar zoon werkte enige tijd op een incassokantoor en trok daar de op eigen onderzoek gebaseerde conclusie dat moeders tot in lengte van dagen klaarstaan om hun zoon uit de penarie te redden. In zijn jaren aan de incassotelefoon had hij de nodige moeders van wanbetalers aan de lijn gehad, die niet wisten hoe snel ze de opgelopen rekeningen van hun kind moesten wegpoetsen. Welgeteld nul keer ging het hier om de moeder van een dochter.

Nu hoop ik natuurlijk van harte dat geen van mijn kinderen ooit uit de financiële puree gevist dient te worden en ik ben er als de kippen bij om te beweren dat ik ze dan allebei zal helpen – of niet, maar in elk geval niet de een wel en de ander niet – maar het zette me toch aan het denken.
 

Dit leer je pas als ze 43 en zelfstandig zijn

Misschien moet ik wat minder zacht ei-ig zijn voor Casper. Wat vaker aandringen en hem niet zomaar laten opgeven als hij zijn gympies na vijf minuten nog niet zelf aan heeft gekregen. En misschien moet ik Nora juist leren dat hulp vragen niet erg is. Oké, ze is pas één, het is wat vroeg voor dergelijke levenslessen, maar ik kan er wel vast mee beginnen. Of misschien is dat allemaal zinloos en valt er op dit gebied helemaal niks op te voeden of te schaven, maar zoals wel vaker denk ik dat je dit pas leert als ze 43 en zelfstandig zijn.
 

Lesson learned

Hoewel, ik leer tegenwoordig ook nog weleens iets. Gisteravond was weer zo’n moment. Casper kreeg zijn sneakers niet uit. Nora had de hare al uitgetrokken én in de kast gezet, terwijl haar broer nog zat te klooien met het eerste klittenbandje. Ik wilde alweer to the rescue komen, maar mijn dochter was me voor. Met haar kleine vingertjes peuterde ze zonder moeite het klittenband los en moest ze haar volledige elf kilo in de strijd gooien om de schoenen uit te krijgen, maar toen stond ze er trots grijnzend mee in haar handen. Casper en ik klappen, natuurlijk, en ondertussen dacht ik: lesson learned.

Misschien moet ik gewoon wat vaker een stap terug doen en mijn kinderen hun gang laten gaan, iets wat opvoedtechnisch waarschijnlijk altijd een goed idee is. Dan komt het vast goed. En als ze dan later ook nog gezellig samen gaan backpacken, kan Nora mooi Caspers veters uit de knoop halen, en ik rustig slapen.
 

Dit artikel staat in Kek Mama Magazine en is al een keer eerder gepubliceerd.

 


 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

kind vermaakt zichzelf
Beeld: Unsplash

Hallo zeg, Joan is geen animatieteam voor kinderen die zich vervelen. Haar zoon moet echt heel ziek zijn, wil ze een potje met hem kwartetten.

Wachtend op het schoolplein raak ik in gesprek met de moeder van Fien, een klasgenoot van Callum. Uit beleefdheid informeer ik naar haar plannen voor de meivakantie. En krijg een dagbesteding voorgeschoteld waar menig animatieteam jaloers op zou zijn. Ze gaan naar het filmmuseum en Nemo. Ze heeft een dj­-workshop geregeld. Ze is van plan Fien pasta te leren koken. Ze doen met zijn tweetjes mee met de zwemvierdaagse, hebben twee moederdochter­-tennisclinics geboekt en uiteraard het gebruikelijke programma: verven, knutselen en koekjesbakken. En wij? Ook zulke leuke plannen?
 

'We zijn ons nog aan het oriënteren'

Eerlijk gezegd heb ik daar nog geen seconde over nagedacht. Bij twee weken vrij denk ik vooral aan ultieme rust. Beetje uitslapen, rustig de dag opstarten en dan kijken op welke momenten ik nog kan werken. Met wat geluk is het mooi weer en speelt Callum buiten. Bij hevige plensbuien gaan we een keer naar de bioscoop, maar ik weet niet eens of er iets draait. Ik hou het dus maar op: “We zijn ons nog aan het oriënteren.” Dat klinkt in ieder geval een stuk beter dan: “Ik heb niks gepland.”
 

Moedergen

Al komt het daar wel op neer. Ik ben namelijk niet zo’n entertainmentmachine. Ik mis de moederdeugd waarbij je dolgelukkig wordt van een middagje fröbelen of kwartetten met je kroost. Of van dekens en lakens een spannende hut maken. Dat moedergen heb ik nooit gehad. Ook niet toen Callum jonger was. Ik vond het heerlijk naar hem te kijken als hij met zijn kleine knuistjes een blokkentoren stapelde. Maar dan vanaf de bank met een espresso erbij.

En dat is altijd zo gebleven, ook nu hij zeven is. Ik voel me niet geroepen mee te klimmen op een klimrek, in zandbakken te grutten of deel te nemen aan watergevechten. Ik moedig hooguit aan en cater met liefde limonade en koekjes. ’s Zomers wil ik met alle plezier een zwembad opblazen, vullen met emmers lauw water en de hele collectie zwemattributen oppompen, maar dan houdt het op.

Van de Xbox weet ik alleen hoe hij aangaat, maar ik heb geen idee hoe ik een voetbalpoppetje naar voren kan bewegen, laat staan een bal schieten, dus dat hele Fifa18 is niet aan mij besteed. En ik mis het geduld om urenlang Muizenval, Toren van Pisa of Bunny Hop te spelen. Als een toren instort ben ik er meteen klaar mee en ik erger me nogal snel als ik niet win. En laten we het alsjeblieft niet hebben over Legopakketten in elkaar zetten, Callums grote passie.
 

Lego

Callum is dol op Lego Ninjago. Sinds zijn vijfde prutst hij de ingewikkeldste bouwwerken in elkaar. Hij bestudeert secuur gebruiksaanwijzingen die door de gemiddelde Ikea-klant als hogere wiskunde zouden worden betiteld. Af en toe wenst hij daar hulp of aanmoediging bij. Al was het maar omdat sommige priegelsteentjes echt lastig klemmen of hij net dat ene rode blokje niet kan vinden.

Of ik wil zoeken? Alvast een vliegtuigje in elkaar wil zetten? De vleugels van de adelaar maken? Zo’n taak schuif ik direct door naar mijn vriend, met de zeer vrouwonvriendelijke boodschap ‘moeders kunnen niet bouwen’. Voordat ik nu een feministische lawine over me heenkrijg: ik voed Callum verder reuze genderneutraal op. Hij leerde al jong dat vrouwen gelijk zijn aan mannen en we verdelen hier in huis keurig alle huishoudelijke taken, ongeacht de sekse. Maar als het om Lego gaat, komt dit politiek incorrecte statement me persoonlijk gewoon goed uit.
 

Sámen delen, sámen spelen

Gek genoeg heb ik wel engelengeduld als het op knuffelen aankomt. Lekker met Callum in bed tutten, samen in bad en stoeien op de bank. Ik ga ook graag mee als hij moet voetballen. Ik sla geen training over, juich om elk balcontact en mis niks, ook niet die uitwedstrijd om kwart over acht ’s ochtends. En voorlezen vind ik een feestje. Zowel voor het slapengaan of op de bank, als we net uit de bieb komen.

Niets zo leuk als mijn favoriete jeugdboeken opnieuw lezen en mijn kind enthousiasmeren voor taal. Maar daar houdt het qua ouderparticipatie wel bij op. Tot ongenoegen van mijn zoon, die heilig gelooft in het credo sámen delen, sámen spelen. Callum kan na zo’n zaterdagochtend, waarop ik in de stromende regen een uur heb gekeken naar een horde jonge hondjes en een bal, doodleuk vragen wat we straks gaan doen, als we thuis zijn. Nou, ik weet niet wat jij gaat doen, maar ik ga koffiedrinken en de krant lezen, denk ik dan. Of domweg candy crushen op de bank. In ieder geval schakel ik mezelf de rest van de dag uit. Even alleen met mijn eigen gedachten. En dat kan het beste als hij in zijn speelhoek Lego bouwt of Pokémonplaatjes op sterkte sorteert.
 

Uitzondering

De enige uitzondering maak ik als Callum ziek is. Een paar werken geleden had hij hoge koorts, hoofd­ en keelpijn en kon hij geen hap door zijn keel krijgen. Heel aandoenlijk en mijn hart brak. Ik wist niet hoe snel ik het hele arsenaal aan familiespellen en Beyblades (soort tollen, google maar) tevoorschijn moest halen. Ik was dolgelukkig dat ik hem kon afleiden met 45 potjes Pesten en Beyblade­gevechten. Maar man, wat was ik blij toen hij beter was en weer lekker buiten kon spelen met de jongens uit de buurt.

Dat zie ik toch het liefst, een kind dat met vriendjes buiten aan het schooieren is en zichzelf goed kan vermaken. Natuurlijk lukt dat niet elke dag. Zeker als zijn twaalfjarige stiefzus hier is, hoor ik regelmatig de woorden ‘ik verveel me’ rondzingen. Prima, niks mis mee. Heb ik vroeger ook veelvuldig gedaan. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat verveling fantastisch is voor de creativiteit. Kinderen hebben meer tijd nodig om prikkels te verwerken dan volwassenen. Dus als je kind zich verveelt of alles saai vindt, schijnt dat heel nuttig te zijn. Saai betekent namelijk rust en oplaadtijd voor de hersenen.
 

Zichzelf vermaken

Als je continu je kind entertaint of ideeën aandraagt om ergens mee te spelen, worden de hersenen niet voldoende gestimuleerd en dus lui, stellen experts. Kinderen leren zo niet om zichzelf te vermaken. Peter Gray, hoogleraar psychologie aan het Amerikaanse Boston College, maakt het nog bouder. Volgens hem moeten ouders die constant meespelen als er een vriendje komt, niet gek opkijken als hun kind narcistisch wordt. Hij stelt in zijn boek Free to learn dat ouders hun kinderen zelf moeten laten aanmodderen. Door je afzijdig te houden, geef je ze de kans hun empathisch vermogen te ontwikkelen. Ze weten dat vriendjes zomaar kunnen afhaken, als er geen ouder is die ingrijpt, dus zijn ze automatisch socialer.

Ik kan me ook niet herinneren dat mijn moeder marathonsessies touwtjespringen of knikkeren met mij hield of fijn mee kwam spelen met de Barbies. Noch de moeders van mijn vriendinnen. Ik weet ook niet wat ze wel deden. Het huishouden? Koffiedrinken? In mijn herinnering stond mijn moeder altijd op de tennisbaan, maar dat kan ik mis hebben.
 

Lees ook
VIDEO: dit doen moeders dus de hele dag >

 

De hele dag bezig met hun kind

Schijnbaar zijn de moeders in mijn omgeving allemaal reuze productief. Zeker degenen die maar één kind hebben, zijn de hele dag bezig om het hun kind naar de zin te maken. De moeders van Callums vriendje Bas gaat gerust met vier jongens tegelijk naar het bos om daar een speurtocht uit te zetten. Zomaar, omdat het woensdagmiddag is. Ik moet er niet aan denken.

Of lijkt dat maar zo, dat al die moeders hele dagen meespelen? Als ik de moeders van Callums voetbalelftal ernaar vraag, blijkt dat zij ook niet als animatieteam fungeren. Lucie doet zelfs helemaal niets. “Ben je gek, hooguit eens per jaar een bordspel, met Kerst. Verder vermaakt hij zich maar met zijn iPad of Playmobil.” Lian haat de Playstation waarmee haar zoon zich dagelijks amuseert. “Al die vreselijke autorace­games. Ik ga echt geen wedstrijdje met hem spelen hoor. Ter compensatie ga ik naast hem op de bank zitten als hij gamet, beetje Facebooken en appen met vriendinnen. Vindt hij ook reuze gezellig.” En Fatima, moeder van vier zonen en een dochter, is nog resoluter: “Nee hoor, spelletjes doen ze maar samen; genoeg broers, zeg ik altijd. Ik speel thuis al zo vaak voor scheidsrechter, dat vind ik voldoende.”

Hoe meer ik doorvraag, hoe meer eerlijke antwoorden ik krijg. Mijn collega Sophie biecht op dat ze soms wel erg lang doet over het zoeken naar de vingerverf in de hoop dat de kinderen inmiddels allang zijn vergeten wat ze zouden gaan doen.
 

Qualitytimen

Gesterkt door deze verhalen (maar ook met een tikkie schuldgevoel, want het is toch wel erg dat mijn zoon eerst ziek moet worden voor ik een keer met hem wil qualitytimen) besluit ik in de meivakantie toch iets met hem te gaan doen. En zo komt het dat ik na twee weken op het schoolplein bewust de moeder van Fien opzoek. Ik kan haar trots vertellen dat ik met Callum ben gaan midgetgolfen, dat ik een keer popcorn (magnetron, maar toch) met hem heb gemaakt en ook naar Nemo ben geweest. Dat Callum daar vervolgens als een haas op leeftijdsgenootjes afging met wie hij in de bellenblaasmachine kroop, waarop ik de hele middag op een bankje op mijn iPhone kon turen, is een detail dat ik wijselijk verzwijg.
 

Dit artikel staat in Kek Mama 07-2018 en is al een keer eerder gepubliceerd.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

fotoserie-babys-lijken-oud

De baby's uit onderstaande fotoserie zijn nog geen paar maanden oud, toch lijken ze al behoorlijk op leeftijd. Maar dat maakt ze ook wel weer behoorlijk lief.

Goed om te weten: de foto's zijn allemaal ingezonden door de trotse ouders zélf - van babyshaming is dus weinig sprake ;-).

 

Net Gordon Ramsay

 

En zei iemand Danny Devito?

 

Je ziet 'm nog net niet aan de bar van een Engelse Pub hangen

 

Lees ook
Ja, deze babynamen werden vorig jaar écht gegeven >

 

Samen met z'n concullega

 

Hij is al die aandacht nu al zat

 

Net als deze baby

 

En je dacht dat die new born shoot zo schattig zou worden...

 

Nu al wijzer dan z'n vader

 

Dus... En waar was jij gisteravond?

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >