Met deze goedbedoelde gewoonte maak je je kind juist onzekerder, volgens een psycholoog

verdrietig dood kind rouwen Canva

Als ouder wil je het liefst voorkomen dat je kind zich rot voelt. Dus wil je helpen als iets niet lukt, troosten als iets moeilijk is en misschien zelfs een probleem uit de weg ruimen. Heel begrijpelijk, maar volgens de bekende Amerikaanse psycholoog Dr. Becky Kennedy kan juist die goedbedoelde reflex het zelfvertrouwen van kinderen in de weg zitten.

Lees verder onder de advertentie

Dr. Becky, zoals Becky Kennedy online bekendstaat, legt uit dat we zelfvertrouwen volgens haar te vaak verwarren met je goed voelen. Daardoor proberen ouders hun kinderen soms zo veel mogelijk ongemak, teleurstelling en frustratie te besparen. Maar juist daar zit volgens haar de valkuil.

Niet altijd gelukkig

“We zijn gaan denken dat zelfvertrouwen betekent dat je je altijd goed voelt over jezelf”, vertelt Kennedy. Het gevolg? Ouders richten zich volgens haar al snel op het geluk en comfort van hun kind op de korte termijn. Terwijl zelfvertrouwen volgens Kennedy iets anders betekent: vertrouwen dat je óók met moeilijke, ongemakkelijke of teleurstellende situaties kunt omgaan.

Lees verder onder de advertentie

Een kind krijgt dat vertrouwen niet alleen door te horen dat het iets kan, maar vooral door zelf te ervaren: hé, dit was lastig en tóch lukte het me om ermee om te gaan. “Zelfvertrouwen ontstaat wanneer we onszelf dingen zien aankunnen waarvan we dachten dat we ze niet konden”, legt ze uit.

Steeds te hulp schieten

Daarom kan steeds ingrijpen wanneer je kind ergens moeite mee heeft averechts werken. Natuurlijk doe je dat als ouder met de beste bedoelingen. Niemand vindt het leuk om zijn kind verdrietig, gefrustreerd of onzeker te zien. Toch zijn juist die momenten volgens Kennedy belangrijk. Ze noemt als voorbeeld een kind dat op voetbal zit en ineens geen basisspeler meer is. Het kind schaamt zich, wil niet meer naar de training en vraagt om te mogen stoppen.

Lees verder onder de advertentie

Op dat moment is meegaan in die wens misschien de makkelijkste oplossing. Geen tranen, geen discussie en geen ongemakkelijke training. Maar daarmee verdwijnt ook de kans voor je kind om te ontdekken dat het zo’n vervelende situatie kan doorstaan.

Motiverende woorden

Dat betekent overigens niet dat je de gevoelens van je kind moet wegwuiven. Integendeel. Kennedy adviseert ouders juist om te erkennen dat iets moeilijk is, zonder het probleem meteen voor hun kind op te lossen. Een zin die daarbij kan helpen is: “Ik geloof je, maar ik geloof ook in je.”

Je kunt bijvoorbeeld erkennen dat het ontzettend rot voelt om ineens geen basisspeler meer te zijn en tegelijkertijd duidelijk maken dat je erop vertrouwt dat je kind die eerste moeilijke training aankan. En daarna? Dan mag je kind natuurlijk alsnog vertellen dat het verschrikkelijk was.

Niet overal de beste in zijn

Ook belangrijk: kinderen hoeven niet voortdurend het gevoel te hebben dat ze indruk op hun ouders moeten maken. Laat daarom zien dat je het óók waardeert wanneer je kind iets probeert waar het nog helemaal niet goed in is.

Kennedy raadt bijvoorbeeld aan om tegen je kind te zeggen dat je het leuk vindt om te zien hoe het nieuwe dingen probeert en uitzoekt, juist wanneer iets nog niet lukt. Zo verschuift de aandacht van presteren naar proberen.

Veel bevestiging

Dat lijkt geen overbodige boodschap. Kennedy werkt samen met kinderkledingmerk Carter’s aan The Childhood Confidence Project, een programma rondom het zelfvertrouwen van kinderen. In een onderzoek van Carter’s onder 419 ouders met kinderen van 2 tot 10 jaar zei 78 procent weleens te merken dat hun kind gedrag, voorkeuren of keuzes aanpast uit angst voor wat anderen ervan vinden.

Lees verder onder de advertentie

Bijna de helft van de ondervraagde ouders gaf aan dat hun kind bevestiging of goedkeuring zoekt bij bijvoorbeeld kledingkeuzes, het proberen van iets nieuws of het uitspreken van een eigen mening.

Volgens Kennedy speelt de huidige digitale wereld daarbij ook een rol. Kinderen kunnen zich voortdurend vergelijken met anderen en tegelijkertijd is afleiding of entertainment bijna altijd binnen handbereik.

Ruimte geven

De oplossing is dus niet om je kind voortaan met ieder probleem volledig aan zijn lot over te laten. Het gaat er volgens Kennedy vooral om dat je niet automatisch ieder obstakel uit de weg ruimt. Geef je kind de ruimte om iets moeilijk te vinden, een fout te maken, opnieuw te proberen en te ontdekken dat een vervelend gevoel ook weer voorbijgaat.

Lees verder onder de advertentie

Want juist uit die ervaringen kan het vertrouwen ontstaan dat je later zo graag bij je kind wilt zien: ik weet niet of dit gaat lukken, maar ik vertrouw erop dat ik ermee om kan gaan.

En heb je het idee dat je tot nu toe misschien iets te vaak hebt ingegrepen? Volgens Kennedy is er geen reden voor paniek. Een paar momenten bepalen het zelfvertrouwen van je kind niet; het gaat vooral om patronen die maanden of jaren aanhouden. Bovendien benadrukt ze dat het nooit te laat is om het anders te gaan doen. Of, zoals Kennedy het zelf mooi samenvat: vandaag ben je er altijd eerder bij dan morgen.

Ook een eigen smartphone kan invloed hebben op het welzijn van je kind. Lees hier wat onderzoekers ontdekten bij 12-jarigen die al een eigen smartphone hebben.

Bron: Parents

Voeg ons toe als voorkeursbron
Lees verder onder de advertentie

Meest bekeken

Facebook Twitter Whatsapp E-mail