fasen_bevalling

De laatste weken – en vooral dagen – rond je uitgerekende datum neemt de spanning toe. Want wanneer gaat het gebeuren, en hoe verloopt een bevalling nou eigenlijk? Daarom: de vijf fasen van een bevalling.

Allereerst: elke bevalling is anders. De één voelt een ‘krampje’ en bevalt vervolgens bijna op de vluchtstrook/wc/trap, de ander moet knokken voor iedere centimeter ontsluiting. En lang niet altijd begint een bevalling zoals in de film: met het breken van de vliezen en een vloedgolf aan vruchtwater. Wel kunnen we zeggen dat een bevalling grofweg uit vijf verschillende fasen bestaat, en wel de volgende:

  1. De latente fase
    Feitje: bij slechts 10 tot 15 procent van de vrouwen begint de bevalling met het breken van de vliezen. Bij de overige vrouwen beginnen de eerste symptomen van de naderende geboorte simpelweg met weeën. Overigens kan het zijn dat je al een paar weken voor de daadwerkelijke bevalling last hebt gehad van voorweeën. Dit zijn samentrekkingen van de baarmoeder waarmee de baarmoedermond week wordt gemaakt, om zich voor te bereiden op de bevalling. Maar voorweeën betekenen dus niet dat je daadwerkelijk ter plekke gaat bevallen - ze kunnen ook een teken zijn dat je het even rustig aan moet doen.

    Terug naar de eerste fase: je kunt wat gerommel in je buik merken. Maar hoe voelen die eerste, echte weeën nou eigenlijk? Kenmerkend is dat een wee een aanloop, een hoogtepunt en een moment van wegebben heeft. Als een soort golf. Je kunt elke 5 tot 10 minuten zo’n wee hebben. Door de weeën trekt je baarmoeder samen. Je baarmoedermond wordt opgerekt en komt langzaam open te staan. Oftewel: je krijgt ontsluiting. De latente fase duurt tot je 3-4 centimeter ontsluiting hebt.

     
  2. De actieve fase
    Het kán zijn dat je nu inmiddels de hand van je partner hebt verbrijzeld. De weeën worden namelijk steeds sterker, heviger en pijnlijker. Je baarmoedermond wordt steeds verder opgerekt, en dat voel je. Hoogste tijd om al die puf- en ademhalingsoefeningen in de praktijk te brengen, zodat je de weeën kunt opvangen. Deze fase duurt tot je 8 centimeter ontsluiting hebt bereikt, en er wordt vaak gezegd dat deze fase ongeveer een uur per centimeter duurt. Let op: hieraan kunnen geen rechten ontleend worden. Het kan zijn dat dit tweede stadium bij jou veel vlotter verloopt of, helaas, een stuk langer duurt.

    Kies je voor een thuisbevalling? Dan heb je nu al je verloskundige gebeld en zorg je ervoor dat het kraampakket klaarligt. Ga je in het ziekenhuis bevallen en wil je graag pijnbestrijding, zoals een ruggenprik? Die wordt dan meestal in deze fase toegediend.

     
  3. De overgangsfase
    Je hebt nog de laatste twee centimeter te gaan, tot je 10 centimeter – en dus volledige – ontsluiting hebt. Veel vrouwen vinden dit een heftige fase. De weeën zijn nu erg sterk en ze volgen elkaar snel op: elke 2 tot 3 minuten komt er eentje aanrollen en ze duren zo’n 60 tot 90 seconden. Je kind drukt nu zwaar op de baarmoedermond, en dat is ronduit gezegd nogal pijnlijk. Je mag nog niet gaan persen omdat je nog geen volledige ontsluiting hebt. Hierdoor kan het hoofdje nog niet door de baarmoedermond.

    Sommige vrouwen voelen nu overigens al wel persdrang en vinden het lastig dat ze nog niet mogen persen. Voor je lichaam voelt het alsof je een marathon aan het rennen bent: je kunt van de inspanning gaan trillen, misselijk worden of kramp krijgen.

     
  4. De uitdrijvingsfase
    Eindelijk, je mag aan de bak! Je wordt nu overspoeld door persweeën: krachtige weeën waarbij alles in jou roept dat je nu echt móet persen. Je kind zakt steeds verder door het geboortekanaal, maar na elke wee ‘schiet’ het hoofdje steeds iets terug. Dat kan frustrerend zijn en je het gevoel geven dat het niet opschiet, maar er gebeurt wel degelijk iets. Uiteindelijk glijdt het hoofdje niet meer terug en ligt het in de positie om eruit geduwd te worden. Oftewel: het hoofdje ‘staat’, en dat geeft een gemeen, branderig gevoel. Ook wel bekend onder ‘the ring of fire’ (of: auw).

    Tijdens het indalen maakt je baby de spildraai: het geboortekanaal maakt vlak voor het einde een bocht. Om er met zijn hoofd doorheen te passen, moet je kindje op dit punt zijn hoofd draaien: met zijn hoofd opzij en de kin op de borst past-ie er namelijk wel netjes doorheen. De schoudertjes staan dan dwars in het geboortekanaal. Op deze manier pers je het hoofdje eruit. Hierna draait het lichaam weer een kwartslag en volgen de schouders en de rest van je baby. Hij is geboren!

     
  5. De nageboorte
    Hoera, je bent moeder! Je krijgt nu wat naweeën die ervoor zorgen dat de placenta loskomt. Deze pers je er ook weer uit, en wordt de nageboorte genoemd. Als dit niet vanzelf gebeurt, moet dit operatief gebeuren. Er mag niets in je baarmoeder achterblijven van de placenta, want dat kan voor infecties zorgen. De navelstreng wordt doorgeknipt en misschien moet jij nog gehecht worden.

    De naweeën kunnen nog enige tijd aanhouden. Deze zorgen ervoor dat je baarmoeder naar de oorspronkelijke vorm terug krimpt. De bevalling is achter de rug en als alles goed is gegaan, lig jij te glunderen met een kleine baby op je borst.

 

More content below the advertising


Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >