de juf sjors voelt andere aan voelsprieten
Beeld: Shutterstock

Een leerkracht vertelt aan Kek Mama wat ze meemaakt. Deze keer: Dianne (33) geeft les aan groep 7.

Dinsdagochtend. De kinderen druppelen de klas binnen. Ik ben moe. Mijn peuterdochter heeft me vannacht vier keer wakker gemaakt. Opeens krijg ik een aai over mijn rug. Zonder om te kijken weet ik van wie: Sjors (10). Hij voelt altijd feilloos aan hoe het me is. “Gaat het juf?” vraagt hij. Sjors, een knuffelbeer met bruin haar en bruine ogen, is de liefste jongen van de klas. Een pleaser. Altijd gezellig en aardig voor andere kinderen. Als er ruzie is, is hij de vredestichter. Ook verder is hij een fijne leerling: hij is slim, perfectionistisch en werkt keihard. Hij scoort nooit lager dan een acht.

More content below the advertising

Maar de laatste tijd ben ik bezorgd over hem. De lichtjes in zijn mooie ogen zijn verdwenen. Zijn schouders hangen. In de pauze voetbalt hij niet meer mee. Zijn resultaten kelderen.
 

Tafeldiploma

Vanochtend hebben we tafelexamen. In de pauze kijk ik alles na. Iedereen heeft de toets gehaald. Behalve Sjors. Bij ‘0 x 5 =’ heeft hij ‘5’ ingevuld, bij ‘9 x 5 =’: ‘50’; fouten die hij normaal nooit zou maken. ’s Middags gaat het als een lopend vuurtje door de klas: Sjors heeft zijn tafeldiploma niet gehaald. Iedereen is een beetje van slag. Vaste waarden moeten niet gaan schuiven.

“Sjors, help je me na de les even de computerkamer op te ruimen?” vraag ik. Ik weet dat hij dat fijn vindt, helpen. Terwijl we de rommeltjes sorteren zeg ik: “Overmorgen doen we het tafeldiploma opnieuw, goed?” Hij knikt mat. Ik pak de prullenbak en zeg dat ik het gevoel heb dat hij ergens over piekert. En dat hij zich daardoor niet kan concentreren. Na lang aandringen zegt hij me dat zijn tante ziek is, en dat zijn moeder daar verdrietig over is. En dat hij niet weet hoe hij haar kan helpen.
 

Lees ook
Hoe herken je hooggevoeligheid bij je kind? >

 

Voelsprieten

’s Avonds bel ik zijn moeder, Maartje. Zij is ook al een tijdje bezorgd om Sjors. Hij slaapt slecht, is vaak misselijk. Ik vraag haar hoe het gaat met haar zieke zus. “Hoe weet jij dat mijn zusje ziek is?” vraagt ze. Ik vertel haar dat Sjors bezorgd is om haar omdat zij bezorgd is om haar zus. Maartje is verbaasd. Haar zusje is sinds een tijd depressief en daar zit Maartje mee, maar ze heeft het er thuis zo weinig mogelijk over, om haar gezin niet te belasten. Haar oudste en haar jongste zonen gaan dan ook gewoon hun tevreden gangetje, net als haar man Erik. Maar de voelsprieten van Sjors, haar middelste, zijn feilloos.

Voelsprieten kunnen vervelende dingen zijn. Vooral voor perfectionistische mensen met veel vrienden en geliefden, die ze allemaal tevreden willen stellen. Mensen zoals Sjors. Ik heb geregeld kinderen met een vorm van autisme in de klas; die moeten leren zich meer in te leven in anderen. Maar er zijn ook kinderen die het tegenovergestelde hebben. Die te goed het verdriet van anderen aanvoelen en daar last van hebben. Zo eentje is Sjors.

Ik geef Maartje het nummer van een kindertherapeut die al vaker leerlingen van me uit de brand heeft geholpen. Sjors kan het beste nu al leren zijn voelsprieten in toom te houden. Iets minder perfectionistisch te zijn, iets minder mee te leven met anderen. Hij zal vast heel erg zijn best doen. Ik zal zijn aaitjes missen.
 

Dit artikel staat in Kek Mama 07-2019.

 

 

Meer Kek Mama? Neem nu een abonnement en profiteer van leuke aanbiedingen!