Lotte: ‘Mijn man neemt me kwalijk dat ik van hem eiste dat hij zijn droombaan zou afslaan’
Haar man werkt hard en kreeg eindelijk die promotie, voor de droombaan waar hij het allemaal voor deed. Maar ja. Lotte zag het niet zitten.
Beeld: Marijn Reichert
Patricia van Liemt is stewardess, schrijver en moeder van Maria (15) en Phaedra (13). Ze schrijft rake, eerlijke, grappige en vooral herkenbare columns over haar leven.
‘En jij durft dáár een column over te schrijven?!’ vraagt mijn vriendin met grote ogen.
Nadat ik de scherpe randjes van het verhaal heb afgehaald en ik heb benadrukt dat de persoon in kwestie juist wil dat ik dit onderwerp een keer belicht in een column, zie ik haar lippen naar binnen vouwen en haar hoofd instemmend mee knikken. ‘Oké, I see your point’, zegt ze.
Maar geef ik toe, ik vind het best spannend om hier over te schrijven, en dan vooral hoe ik dit onderwerp met respect kan brengen, zonder de tere zieltjes halverwege kwijt te raken. Ok, here we go…
Ergens boven de Atlantische Oceaan, terwijl het merendeel van de passagiers ligt te slapen, vertelt een collega dat zij en haar vriend net uit elkaar zijn. Haar woorden zijn duidelijk verpakt in een laagje pijn. Ze vertelt dat ze bijna zeven jaar samen waren en dat hij in eerste instantie in de categorie Good Guys leek te vallen.
Haar kinderen waren, na de logische sceptische weken van het accepteren van een nieuwe partner van hun gescheiden moeder, ook aan boord en na een stabiel jaar van hun relatie was hij bij ze ingetrokken. Hij had zelf geen kinderen gehad. Hun levens vervlochten zich in rap- , maar organisch tempo, familieleden werden aan elkaar voorgesteld en vakanties werden vooruit gepland. Alles aan deze relatie leek te kloppen. Ze had het idee dat iemand in het Universum ein-de-lijk aan de juiste touwtjes had getrokken. Tot ze een paar weken geleden een appje van hem had gekregen. Een appje dat niet voor haar was bedoeld…
Het was alsof het fasten seatbelt-lampje nog niet eens brandde en we al vol in de turbulentie zaten. Want hij bleek niet alleen een extreme voetfetish te hebben, maar was daardoor ook nog eens verliefd geworden op een sekswerker die hem daarbij ‘hielp’.
‘Het meest vervelende vond ik nog dat hij niet eerlijk is geweest. Niet over zijn stomme affaire, maar over zijn seksuele voorkeur’, zegt mijn collega. ‘Ik ben namelijk best openminded. Misschien niet een hele voet erin, maar een teen had hij best kunnen krijgen’, zegt ze met een lach en een traan.
Ik ga bij mezelf te raden hoe het toch komt dat mensen zo open zijn tegen mij. Maar alsnel parkeer die gedachten, om door te vragen of er geen tekenen waren geweest. ‘Remsporen en vaseline in zijn onderbroeken’, zegt ze nuchter ‘Maar dat deed hij dan af door binnensmonds iets te mompelen over aambeien en dan liet ik het maar.’
Met Amsterdam nog uren van ons verwijderd, nemen mijn gedachten al snel een koers richting projectie-land. Mijn eigen verhaal lijkt namelijk verdomd veel op dat van haar, en ik vraag me dan ook af of mijn vriend een fetish heeft waar ik niets van afweet? In mijn hoofd ga ik onze gesprekken én zijn onderbroeken na op zoek naar rode vlaggen, maar ik kom in eerste (en in tweede) instantie niets opvallends tegen.
En dan terwijl de zon langzaam aan de horizon verschijnt, vraag ik me af hoe hij zich moet hebben gevoeld. Het kan toch haast niet anders dan eenzaam zijn om in de ogen van zovelen een ‘afwijkende’ seksuele voorkeur te hebben? Zeker als je je toevlucht zoekt bij een sekswerker, in plaats van bij je partner thuis.
En dan dringt het tot me door dat ook dit uiteindelijk draait om communicatie. Dat juist achter het ongemak de kans ligt om elkaar echt te begrijpen, als je maar met elkaar blijft praten…
Meer lezen van Patricia? Hier vind je haar andere columns.