De juf

Een leerkracht vertelt aan Kek Mama wat ze meemaakt. Deze keer: Juf Aty (51) heeft het gedrag van leerlinge Carine verkeerd geïnterpreteerd.

Vrijdagochtend. De klas werkt rustig aan een opstel over huisdieren. Behalve Carine. Die gooit propjes in de nek van buurman Benjamin. Benjamin wordt boos. Ik ook. Wat heb ik soms genoeg van deze aandachttrekster. Ze is het middelpunt van elk relletje en geeft dan anderen de schuld. Ze zou een stapje extra moeten doen, want ze heeft dyslexie, maar ze is afgeleid door elke mug. Daardoor presteert ze weinig, terwijl ze slim is; net als haar drie oudere broers, die stuk voor stuk uitblinken op school.
 

More content below the advertising

Stoppen met klieren

“Carine, wil je stoppen met klieren”, zeg ik. Ze kijkt me brutaal aan. “Ik deed niks, juf, Benjamin begon.” Ik heb vannacht slecht geslapen. En Carine gedraagt zich alsof niets haar raakt. Daarom zeg ik vinnig: “Carine, ik raad je aan te gaan werken, want een opstel is niet je sterkste kant.” Dit is op de man spelen, niet op de bal. Ik zet me schrap voor een bot antwoord. In plaats daarvan gebeurt er iets verbazends: Carine begint te huilen.
 

'Ik voel me zo dom, juf'

Iedereen schrikt. Carine huilt nooit. Ik zeg: “Jongens, Carine is even verdrietig, dat hebben we allemaal weleens. Wij gaan even theedrinken terwijl jullie doorwerken.” In de koffiekamer vraag ik Carine waarom ze huilt. Ze antwoordt: “Ik voel me zo dom, juf. Mijn broers zijn allemaal zo slim.” Nu voel ik me dom. Dit is de ontbrekende schakel, daarom doet ze zo stoer, vanuit een minderwaardigheidsgevoel. Ik had het natuurlijk kunnen weten, maar ik heb me laten misleiden door het muurtje dat ze om zich heen heeft gebouwd. Ik sla mijn arm om haar heen en zeg: “Hoe kom je daarbij? Ik heb gezien hoe goed jij bent als je je niet laat afleiden.” We spreken af dat ik haar ga helpen zich beter te concentreren. En dat zij haar best gaat doen.
 

Lees ook
De Juf: 'Ik wil Dylan niet meer in mijn klas hebben' >
 

Opstel schrijven

In de klas dansen de muizen op tafel. Drie jongens doen tikkertje. Maartje heeft zich vastgedraaid in het gordijnkoord. Over afleiding gesproken. Iedereen kijkt enthousiast naar Carine, normaal de leader of the gang. Maar Carine zegt: “Ik ga mijn opstel schrijven.” Er valt een stilte. Ze gaat naar haar tafel en begint. Van de weeromstuit gaat de rest ook maar zitten.
 

Wat een doorzetter

’s Avonds lees ik in Carines opstel hoe ze haar hond Keesje heeft leren ‘aporteuren’. Met behulp van opengesneden tennisballen met snoepjes erin. En ‘gedult’. Omdat Keesje ‘heel dom’ is. Het schaamrood stijgt me naar de kaken. Dat laatste denkt ze ook over zichzelf. En dat heb ik laten gebeuren. Maar wat een doorzettertje is ze als ze echt iets wil. Dankzij haar kan Keesje apporteren. En zij kan een goed opstel schrijven, waar maar elf fouten in staan. Vannacht ga ik heerlijk bijslapen, en morgen ga ik haar prijzen als een olympisch kampioene. 

 

Dit artikel staat in Kek Mama Magazine en is al een keer eerder gepubliceerd.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >