Kek Mama-columnist Roos Schlikker schrijft elke maand bloedeerlijk en supergrappig over wat ze meemaakt. Deze maand: voetbal.

Het is mijn eigen schuld. Ik die Miró als baby in een Ajaxrompertje stak. Ik die hem op zijn tweede op de bank voor de televisie zette. “Kijk jongen, dat is de buitenspelval.” Ik die met T-shirtjes paradeer met teksten als Soccerwife. Vind ik het gek dat ik een zoon heb die als hij eet, drinkt, slaapt en ademt maar aan één ding kan denken: voetbal? En we genieten ervan, samen. Uitgebreid plaatjes in zijn album plakken. Een handtekening op zijn shirtje regelen van speler Mitchell Dijks.

Ik lees hem voor uit Cruijffie

Naar de Arena gaan en Bloed, zweet en tranen meeblèren (“Dat is ons volkslied, toch, mama?” “Eeeeh, zoiets.”). Iedere avond lees ik hem voor uit Cruijffie van Jan Eilander, een prachtige roman over de eerste partijtjes van Johan Cruijff, zijn schooltijd en zijn grote liefde Rietje Tietje (“Hihihi, tietje”). Vaak fluistert Miró vlak voor het slapen: “Mam, denk je dat ik ooit zo beroemd word als Johan Cruijff?” Dan zeg ik altijd: “Wie weet, droom er maar lekker over.” Want dat is waar droomberoepen voor zijn.

Doorgesnoven hazewindhond

Maar nu zit hij sinds een halfjaar zelf op voetbal. En wat blijkt: hij kan het wel een beetje. Sterker, hij is linksbenig, behoorlijk krachtig en zo enthousiast dat hij rondrent als een doorgesnoven hazewindhond. Zijn trainer vroeg me laatst in plat Amsterdams: “Seg, heb die jongen van jou twee luchtflesse op ze rug? Die is onfermoeiboar.” Natuurlijk ben ik trots, maar stiekem denk ik vaak: word maar niet te goed. Want zo leuk is die voetballerij niet. De competitie, het harde, de blessures. Ik wil het mijn kind besparen. Als ie maar geen voetballer wordt, ze schoppen hem misschien half dood klinkt almaar in mijn kop. En wat als hij net niet goed genoeg is? Hij waant zich Cruijff, dat kan alleen maar tot teleurstellingen leiden. Misschien moet ik morgen eens met hem praten, denk ik op een avond.

Miró is de beste

Maar dan loop ik langs zijn kamertje. Hij had al moeten slapen maar ik hoor hem zachtjes mompelen. “En daar heb je hem… Miroooooo... Hij neemt de bal aan… hij dribbelt... hij passt… hij neemt hem wéér aan en…. Jajajaaaaaaa… hij scooooooort… Mirooooooo is de besteeeeee…” In het donker pink ik een traantje weg. De trainer had gelijk. Miró is onvermoeibaar. Ook als hij fantaseert. Misschien wordt hij later wel dromer in plaats van voetballer. Heeft-ie alsnog een droomberoep.

Roos Schlikker (41) is journalist, schrijver, columnist en theatermaker, zowel letterlijk als figuurlijk. Samen met haar man François heeft ze twee zonen: Miró (6) en Róman (4). Mail Roos op roos@kekmama.nl.

gebit-kind-tanden-wisselen-eerste-tandje

Tandartsen blijven erop hameren: vanaf het moment dat het eerste tandje tevoorschijn komt, moet je het gebit van je kind goed verzorgen. Maar wat is nu een goede poetsroutine en hoe zit het met tanden wisselen? Een paar belangrijke punten op een rij.

Lees ook
De beste tips: zo komt je kind van de speen af

 

  1. Over het algemeen komt het eerste tandje door tussen de 6 en 9 maanden - vaak eerst de onderste voortandjes. Vanaf dan is dagelijkse reiniging van het gebit dus ook nodig. Ook zou je al een afspraak bij de tandarts kunnen maken - al beginnen de meeste ouders hier vanaf een jaar of 2 mee.
  2. De meeste kinderen hebben rond hun derde het hele melkgebit compleet. Toch raadt de tandarts aan om het gebit al vanaf twee jaar elke dag twee keer te poetsen. Hiervoor kun je prima peutertandpasta gebruiken: daar zit minder fluoride in en als je kind dit inslikt, is het niet erg. Maar wat als je kind niet wilt poetsen? Kek Mama vroeg het aan échte experts. En deze komen soms met verrassende oplossingen.
  3. Ongeveer tien tot twintig procent van de kinderen hebben last van zogenaamde ‘kaasmolaren’: gelige of bruine vlekken die worden veroorzaakt door een fout in de samenstelling van het glazuur van de tand. Om de schade te beperken is het belangrijk dat het gebit goed verzorgd wordt. De tandarts kan ook helpen, door een speciale pasta of fluoride aan te brengen.
  4. Het glazuur van het melkgebit is dunner en minder sterk. Hierdoor ontstaan makkelijker gaatjes en slijt het glazuur van het melkgebit sneller. Op 7- of 8-jarige leeftijd kunnen de knobbels van de melkkiezen door het kauwen al zelfs zijn weggesleten. Goed dus, om het gebit van je kind goed te verzorgen.
  5. Tanden wisselen doen kinderen vaak vanaf 5- of 6-jarige leeftijd. In tegenstelling tot doorkomende melktandjes, merkt je kind hier vaak weinig van - behalve dat de melktand los gaat zitten. Goed poetsen is tijdens de wisselfase extra belangrijk, omdat de nieuwe tanden erg gevoelig zijn voor cariës (gaatjes).
  6. In principe is de richtlijn dat de speen rond het derde jaar wel weg kan, anders loopt je kind risico op een zogenaamde ‘overbite’. Opvoedkundige Tischa Neve: "Laat je kinderen te lang met een speen rondlopen, dan zijn ze niet te verstaan met zo'n ding in hun mond. Ook is het slecht voor de mondmotoriek en het gebit. Het wordt voor ouders alleen maar gemakzucht. Je denkt al snel: hup, speen erin, dan is mijn kind wel stil."
  7. Om het gebit te beschermen en je kind levenslang goede mondverzorgingsgewoontes bij te brengen, heeft de tandarts drie belangrijke tips: beperk de suikerinname om tandbederf te voorkomen, zorg ervoor dat kinderen genoeg fluoride krijgen (bijvoorbeeld door een behandeling bij de tandarts of door supplementen) en leer je kinderen om regelmatig en goed te poetsen en te flossen.

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

zwemles-kind-zwemdiploma

Op welke leeftijd begint je kind met zwemles? Welke diploma's zijn noodzakelijk en hoe zit het eigenlijk met schoolzwemmen? Alles wat je moet weten zetten we voor je op een rij.

Wat is de ideale leeftijd om je kind te leren zwemmen?

De Nationale Raad Zwemveiligheid vindt: hoe eerder, hoe beter. (De meeste kinderen die verdrinken, zijn immers tussen de 0 en 4 jaar oud.) Vaak beginnen kinderen tussen hun vierde en vijfde jaar met zwemles voor het A-diploma, maar je kunt je kind altijd eerder op les doen. Kies bijvoorbeeld voor overlevingszwemmen of ouder- en kindzwemmen. Hier leert-ie hoe hij zichzelf kan redden met de mogelijkheden die bij zijn leeftijd passen. Je kind leert hier weliswaar geen zwemslagen, maar kan hierna wel goed aan zijn A-diploma beginnen. Wil je er écht vroeg bij zijn? Dan is guppyzwemmen ideaal. Hier leren baby's/peuters van 2 maanden tot 2 jaar hoe je moet blijven drijven en bewegen in het water.

 

Op welk moment kan je je kind het beste aanmelden voor zwemles?

Het moment van inschrijven verschilt per zwemlesaanbieder. Soms zijn er lange wachtlijsten, dus probeer je vroegtijdig te verdiepen in een zwembad bij jullie in de buurt, zodat je weet of er nog plek is.

 

Lees ook
13x de leukste (subtropische) zwembaden voor kinderen >

 

Waar moet je op letten bij het selecteren van een geschikte les/aanbieder?

Zwemles, zwembaden, zwemscholen en zwemverenigingen: er zijn verschillende aanbieders en ook de lesmethoden, prijzen en lengte van wachtlijsten verschillen. Kijk vooral naar wat er bij jouw kind past, maar check wel of de organisatie de Licentie Nationale Zwemdiploma’s heeft. Alleen dan mogen de Nationale Zwemdiploma’s van het het Zwem-ABC worden uitgegeven.

 

Hoe zit het met schoolzwemmen?

Vroeger moest je als kind verplicht schoolzwemmen: eigenlijk gewoon zwemles op de basisschool. Deze begon als de leerlingen rond de 7 jaar waren. Tegenwoordig gaat dit anders en geven veel gemeenten (zo'n 70 procent) geen subsidie meer voor schoolzwemmen. Zij vinden dat jij als ouder zelf verantwoordelijk bent voor de zwemles van je kind(eren). 

 

Moet je kind zwemdiploma A, B én C halen?

Niets moet, maar de Nationale Raad Zwemveiligheid beschouwt diploma C als de Nederlandse Norm Zwemveiligheid - wellicht toch raadzaam om je kind voor alledrie te laten gaan, dus. Goed om te weten: de tarieven voor zwemlessen (dus ook voor het behalen van de diploma's) verschillen per aanbieder.

 

Hoelang doet een kind gemiddeld over deze drie diploma's?

Uitgangspunt voor het gemiddelde kind om diploma A te halen is een lesduur van in totaal 48 uur. Voor diploma B staat nog eens twaalf uur, en voor C ook twaalf uur. Maar natuurlijk kan dit per kind verschillen.

Meer over zwemles lees je hier.

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >