Mariëtte Middelbeek

Kek Mama-columnist Mariëtte Middelbeek zet elke week persoonlijk, herkenbaar en met humor de zaken voor je op een rij. Deze week: allerlei dingen waarin ze nog veel erger is dan ze ooit had verwacht.

1. Veiligheid

Mijn kinderen hebben een fietshelm op in hun zitjes en ja, dat is vast heel overdreven en nee, dat hadden wij vroeger ook niet, maar het is veilig en ik ben hysterisch. 

 

2. iPads

Een beeldscherm leek me iets voor achtplussers en dan gelimiteerd tot twintig minuten per dag en uiteraard uitsluitend voor schoolopdrachten ofzo. Waarom mijn peuter Netflix-tunes in zijn bedje zingt en zelfs mijn bijna eenjarige baby al enthousiast begint te klappen als ze ergens een iPad ziet, is een raadsel waar ik maar niet te veel over nadenk.  

 

3. Toegeven

Mocht je een moeder tegenkomen in de supermarkt die eerst een beetje ferm loopt te doen ("Nee, we hebben geen bananen nodig, terugleggen nu!"), daarna een serieuze poging tot opvoeden doet ("Ja, je kunt wel gillen en wegrennen maar dan nog nemen we geen bananen want we gaan niet altijd alles maar kopen omdat jij het toevallig leuk vindt, hè!"), vervolgens een klein beetje meebeweegt ("Nou, leg maar even in je wagentje dan, maar niet eten hè") en uiteindelijk met een tros bananen onder haar jas uit het zicht van de peuter richting de fruitafdeling sneakt, dan ben ik dat waarschijnlijk. Ik, die nooit zou toegeven aan peutergehuil.

 

4. Zorgen over de toekomst

Ik mag mezelf graag omschrijven met termen als ‘positief’, ’optimistisch’ en ‘ziet de toekomst zonnig in’. Nou ja, de nabije toekomst dan. Voor de langere termijn maak ik mij grote zorgen over de mogelijkheid dat mijn kinderen op hun 27e aankondigen drie maanden door de binnenlanden van Vietnam te gaan backpacken, wat ik ze uiteraard wel kan verbieden maar dat zal weinig indruk maken. En ik lig ook wakker van de vraag of ze in de brugklas wel vriendjes zullen krijgen, of ze goed uitkijken als ze onderweg naar de middelbare school een potentieel drukke weg moeten oversteken die nu nog niet is aangelegd in onze nieuwe (nieuwbouw)buurt maar er ongetwijfeld wel komt en of zo’n introweek nou wel een goed idee is voor studenten want daar kunnen ook allerlei enge zaken plaatsvinden waartegen ik mijn kinderen uiteraard levenslang moet beschermen. Maar verder ben ik helemaal niet overbezorgd.

 

5. Saai zijn

’Nou, en dan krijg je een kind, maar kun je nog mákkelijk chique uit eten / hippe cocktails drinken met vriendinnen / de Kilimanjaro beklimmen, want saai worden is natuurlijk helemaal niet nodig, aangezien ik uiteraard ook nog gewoon een leven heb.’ Dacht ik. En dat is ook zo, maar het probleem is: ik wil eigenlijk niet meer zo graag chique uit eten, hippe cocktails drinken en de Kilimanjaro beklimmen. Ik wil wel heel graag blokkentorens bouwen en Boer Boris voorlezen en eh, saai zijn, dus.

 

6. Mijn kinderen ophemelen

Ik noem het zelf graag ‘positief opvoeden’, maar waarschijnlijk ben ik in de praktijk hard bezig verwende, narcistische nestjes te creëren, want ik vind dus alles knap wat mijn kinderen doen. En dat vertel ik ze dan ook. Terwijl ik altijd vermoedde over enige realiteitszin te beschikken en te beseffen dat het niet echt heel voorlijk is als je kind met 2,5 ongeveer z’n eigen naam zeggen en het eerlijk gezegd altijd een beetje overdreven vond als mensen daar dan over opschepten.

 

7. Foto's maken

Hoewel ik mij met grote regelmaat allerlei vreselijke clichés voorneem (in de categorie ‘genieten van het moment’, wat natuurlijk op zichzelf nogal zijig is maar wel iets wat ik te weinig doe), sta ik toch de halve dag met mijn camera in de aanslag om werkelijk elke stap, lach en kreet vast te leggen op film dan wel foto. En die foto’s duw ik ook nog eens ongevraagd onder de neus van andere mensen, want zo’n moeder ben ik.

 

8. Mijn telefoon

En nee, ik heb mijn telefoon niet alleen in mijn hand om die duizend foto’s en filmpjes te maken van mijn spelende, etende, kruipende, pratende kinderen. Hoewel ik mezelf van alles voorneem over ‘echte aandacht’, want aan voornemens ligt het niet, maar dan zit ik toch weer met één hand te duplo’en en met de andere een mail te beantwoorden, omdat alleen maar duplo’en iets is waar ik verrassend weinig geduld voor heb.

 

9. Ongeduldig zijn

Over geduld gesproken: daarvan dacht ik massa’s te hebben. Wat op zichzelf apart is, want ik ben sowieso nogal ongeduldig, maar ik ging er automatisch vanuit bij het moederschap ellenlang geduld cadeau te krijgen dat zou maken dat ik immer zen glimlachend zou toekijken hoe mijn kinderen het huis overhoop trokken. Om het vervolgens gezellig samen op te ruimen, onder het zingen van oud-Hollandse kinderliedjes, waarbij het natuurlijk niet uitmaakte dat het opruimen zesenhalf uur duurde omdat ze elk speelgoedje grondig moesten inspecteren en er even mee moesten spelen alvorens het tien keer in de lucht te gooien en nooit in de daarvoor bestemde bak te laten belanden. Ik weet ook niet waar deze oeverloze naïviteit vandaan kwam.

 

nipt-zwangere-vrouwen

Door de NIPT kun je tijdens je zwangerschap zien hoe groot de kans is dat jouw baby het down-, edwards- of parausyndroom heeft. Maar hoe werkt zo'n test precies? Wanneer kun je 'm doen? En wordt-ie ook vergoed? Wij zochten het voor je uit. 

Want waar de test lange tijd alleen beschikbaar was voor zwangeren met een verhoogde kans op een kind met een chromosoomafwijking, mag sinds april 2017 iedere vrouw er gebruik van maken. Als je er behoefte aan hebt, dan. En als je betaalt, want vrijwillige deelname kost € 175 en wordt niet vergoed door de zorgverzekering.

 

DNA

NIPT betekent 'Niet-Invasieve Prenatale Test' en is een onderzoek dat bestaat uit het afnemen van een paar buisjes bloed. Hierin zit erfelijk materiaal (DNA) van de placenta dat bijna altijd hetzelfde is als dat van je kind. Zo kan het laboratorium dus, veilig én zonder het risico op een miskraam, onderzoeken of jouw baby het down-, edwards- of patausyndroom heeft. Wel goed om te weten: je kunt de test pas laten doen vanaf elf weken zwangerschap. 

 

Nevenbevindingen

Het laboratorium kan terwijl ze de NIPT uitvoeren ook zien of je kind andere (zeldzame) chromosoomafwijkingen heeft: die worden nevenbevindingen genoemd. Je mag zelf beslissen of je deze wilt weten en kunt dan ook kiezen uit twee mogelijkheden:

  1. Je wilt je kind alleen laten screenen op down-, edwards- en patausyndroom. Het laboratorium weet dan ook niet of er nevenbevindingen zijn.
  2. Je wilt je kind laten screenen op down-, edwards- en patausyndroom én je wil weten of het laboratorium nevenbevindingen heeft gevonden.

 

Lees ook
Extreme zwangerschapsmisselijkheid: ‘Zelfs een slokje water kwam er meteen weer uit’ >

 

Uitslagen

Na tien dagen krijg je de uitslag van je gynaecoloog of verloskundige. Als je ervoor hebt gekozen ook nevenbevindingen te willen horen en het laboratorium heeft deze gevonden, dan word je meestal gebeld door het Centrum voor Prenatale Diagnostiek of een polikliniek klinische genetica van een universitair ziekenhuis. De uitslagen die je kunt krijgen zijn: 

 

‘U bent waarschijnlijk niet zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom.’

Deze uitslag klopt bijna altijd: minder dan één op de duizend zwangere vrouwen blijkt achteraf toch zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom. Bij deze uitslag krijg je geen vervolgonderzoek.

 

‘U bent mogelijk zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom.’

  • Bij 75 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met downsyndroom, klopt dat inderdaad; 25 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met downsyndroom.
  • Bij 24 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met edwardssyndroom, klopt dit inderdaad; 76 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met edwardssyndroom.
  • Bij 23 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met patausyndroom, klopt dit inderdaad; 77 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met patausyndroom.

Als je echt zekerheid wilt hebben, kun je alsnog een vlokkentest of vruchtwateronderzoek laten doen.

 

‘Er is een nevenbevinding gevonden.’

Je krijgt dan uitleg over wat precies er is gevonden en wat dit mogelijk voor jou en/of voor je kind betekent. Je krijgt hiervoor een uitnodiging voor een gesprek op een polikliniek klinische genetica van een universitair ziekenhuis, waarin je meer informatie over de nevenbevinding krijgt en wat de mogelijkheden zijn.

 

‘Er is geen nevenbevinding gevonden.’

Als er in de uitslag niets staat over nevenbevindingen, dan betekent dit dat er ook geen nevenbevindingen zijn gevonden.

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >
longontsteking-kinderen-symptomen-behandeling

In Nederland krijgen elk jaar gemiddeld 25.000 kinderen een longontsteking. Vaak is die na een week of twee wel genezen, maar het kan ook maanden duren voordat een kind weer de oude is.

'Op tijd behandelen voorkomt erger', zegt Michael Rutgers, directeur van het Longfonds. In onderstaande antwoorden lees je hoe.

 

Wat is een longontsteking? 

Longontsteking is een ontsteking van de longen door een virus of bacterie en komt bij kinderen redelijk vaak voor. De kans om het te krijgen is het grootst bij baby's jonger dan één jaar, omdat hun afweer nog in ontwikkeling is. Zowel één als beide longen kunnen ontstoken zijn: wanneer beide longen ontstoken zijn, spreek je van een dubbele longontsteking.

 

Wat is de oorzaak? 

Meestal een virus of bacterie. Een gewone griep of verkoudheid, bijvoorbeeld. Tegenwoordig worden kinderen op het consultatiebureau ingeënt voor de pneumokokken bacterie. Hierdoor is de kans op een longontsteking door deze bacterie veel kleiner geworden. Wel heeft je kind meer kans op een longontsteking als hij een afweerstoornis, cystic fibrosis, PCD, een ontwikkelingsachterstand of last van spierzwakte heeft.

Oh, en dat je ziek kunt worden van kou is trouwens een fabel: virussen en bacteriën zijn altijd actief, of het nu warm of koud is, maar in de wintermaanden zitten we veel meer binnen (met ramen gesloten) en dichter op elkaar. De kans dat virussen aan elkaar worden overdragen, is daardoor groter.

 

Lees ook
VIDEO: dit is het verschil tussen griep en verkoudheid >

 

Wat zijn de symptomen? 

Eigenlijk krijgen kinderen vergelijkbare klachten als bij griep, maar dan een tikkie heftiger. Een paar voorbeelden: benauwd, kortademig, ophoesten van slijm (soms met wat bloed), moe, rillen en koorts.

 

Hoe behandel je een longontsteking?

Vermoed je dat je kind een longontsteking heeft, neem dan contact op met de huisarts. In de meeste gevallen schrijft hij of zij dan een antibioticakuur voor. Althans, als de oorzaak een bacteriële infectie is. Aan een virale infectie kan de huisarts weinig doen en dan is het een kwestie van uitzieken. Bij koorts of pijn mag je doorgaans gerust een pijnstiller geven.

Zijn de klachten na drie dagen antibiotica nog niet minder of wordt je kind steeds zieker? Bel dan de huisarts nog een keer. Bij een ernstige longontsteking wordt een kind opgenomen in het ziekenhuis. Daar krijgt-ie een hogere dosis antibiotica toegediend via pillen of een infuus.

 

Wat kun je zelf doen?

De kuur afmaken, je kind goed laten uitrusten én veel laten drinken: voor baby's tot zes maanden geldt ongeveer 150 ml per kilo lichaamsgewicht per dag, borstvoeding kan op verzoek. Baby's van zes maanden en ouder hebben per dag ongeveer 100 ml nodig per kilo lichaamsgewicht. Kinderen vanaf één jaar zes tot zeven bekertjes per dag van ongeveer 75 ml. Gaat drinken moeizaam? Probeer eens thee zonder suiker, diksap of dunne pap - dan krijgen ze toch het nodige vocht binnen.

 

Bron: Longfonds

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >