Kek Mama-columnist Anke Laterveer is single moeder van Jakob (7) en Hannah (6). Maandelijks schrijft ze uitgesproken over wat ze meemaakt. Vandaag: scheldwoorden.

“Waarom mogen wij eigenlijk geen kut zeggen, mama?” Het is bedtijd, dus de tijd van het rekken door het stellen van belangrijke vragen is weer aangebroken. Op deze plek hebben we het ontstaan van de aarde al besproken, het uitsterven der dinosauriërs, welke opa en oma liever is, hoe oud cavia’s worden, waarom de mensen in Amerika Donald Trump als president hebben gekozen en hoe kinderen worden gemaakt. Vandaag bespreken we kennelijk wat je wel en niet mag zeggen.

More content below the advertising

 

Het is een scheldwoord, liefje

“Omdat kut een scheldwoord is, liefje.”
“Waarom zeg jij het dan wel?”
“Ik zeg dat toch niet?”
“Echt wel. Gisteren nog, in de keuken.”
“Dat was per ongeluk, schat. Ik deed mezelf pijn.”
“Dus als je het per ongeluk zegt, mag het wel?”
“Nee, dan mag het ook niet.”
“Oké.”

 

En shit dan?

Ik begin terugtrekkende bewegingen te maken uit de slaapkamer. Het lijkt erop alsof de kwestie is afgedaan. Het ding met mijn zoon is namelijk: je moet je gesprek afmaken. Als een onderwerp niet afgesloten in zijn hoofd blijft hangen, slaapt hij niet tot het echt klaar is. En dus sta ik soms nog zeker tien minuten afrondende dingen te zeggen als: “Nou, dan weten we dat” en “Zo, dan is dat opgelost” alvorens ik de kamer kan verlaten. Ik sta met een voet buiten de deur als hij vraagt: “En shit dan?” Kut. Ik bedoel: shit. Ik bedoel: verdorie.

 

Nog een laatste vraag, goed?

“Shit mag ook niet. Bovendien is het bedtijd. We zijn klaar.”
“Oké, maar een laatste vraag nog, goed?”
“Nee, nu gaan we echt slapen.”
“Maar ik moet dit nog weten, anders kan ik niet slapen.”
“Vooruit dan maar.”
“Fuck. Mag dat wel?” Hij spreekt het uit als fak. Ik zucht nog eens heel diep.
“Nee, fuck mag ook niet.”
“Tsssk, er mag echt veel niet.”
“Klopt. En nu lekker slapen.”
“Ja, is goed. Slaap lekker, mama. Doe je nog een liedje?”

 

Ik weet wanneer ik wel fuck mag zeggen

Ik zing een liedje, geef hem een kus en vertrek naar de woonkamer waar ik op de bank een serie ga kijken. Tien minuten later staat Jakob voor mijn neus met een triomfantelijk gezicht. “Mama? Ik weet wanneer ik wel fuck mag zeggen! Luister maar: In de zomer hebben alle bouwFAKkers FAKantie. Ha!” “Slaap lekker, monstertje. En als je later een fak kiest, kies dan iets met taal.” Vak, bedoel ik. Vak. Shit. 

 

Dit artikel staat in Kek Mama 06-2017