kind ruzie zoekt lastig
Beeld: Getty Images

Nineke (37) houdt zielsveel van haar dochter Mare (8), laat daar geen misverstand over bestaan. Maar o wat kan dat kind af en toe irritant zijn.

Nineke: “‘Wat leuk, eindelijk een meisje’, riep onze omgeving toen ons mannenhuishouden werd uitgebreid met Mare. Mij maakte het geslacht niets uit, we wilden gewoon graag een derde kind en hoopten alleen maar dat het gezond zou zijn. Alles met Thomas en Daan was tot dan toe gladjes verlopen; de zwangerschappen, bevallingen én de periodes daarna. Ze sliepen allebei snel door, huilden weinig en waren makkelijk in de omgang. Daar werden mijn vriend Ramses en ik ook relaxte ouders van. We pasten gewoon goed bij elkaar, zo met z’n viertjes, daarbij was een vijfde gezinslid meer dan welkom.
 

Article continues after the ad

Speelgoed delen

Daan was anderhalf toen zijn zusje geboren werd, maar Thomas kreeg mijn zwangerschap vrij bewust mee. Hij verheugde zich op de komst van de baby, hij maakte zich alleen een beetje zorgen of een meisje wel met de garage wilde spelen. ‘Tuurlijk’, suste ik, ‘meisjes zijn ook dol op auto’s.’ En anders zou ik – popelend een sterke, stoere vrouw op te voeden – daar wel voor zorgen.

Een rake inschatting, zo bleek een jaar of twee later. Hoewel alles tot dan toe anders was gelopen dan ik gewend was – Mare brak haar sleutelbeen tijdens de bevalling en huilde het eerste jaar onafgebroken – had ze één overduidelijke en herkenbare passie: het speelgoed van haar broers. Fijn natuurlijk, dat scheelde ons de gevreesde roze invasie in huis. En Thomas en Daan hadden er tot dan toe ook altijd lief samen mee gespeeld.

Maar al snel bleek dat Mare iets meer moeite had met delen. Een kwestie van leeftijd, dachten we eerst nog, maar het is tot op de dag van vandaag niet veranderd. Een gezamenlijke zak snoep van oma voor alle drie de kinderen, de speeltjes uit een spaaractie van de supermarkt; Mare slaat haar armen eromheen en laat het nooit meer los. De Mister Potato Headprikkertjes die ik voor de kinderen samen had gekocht tijdens de lockdown, vond ik de volgende dag verstopt in haar kussensloop. Natuurlijk leren we haar dat dat niet netjes is, dat we in ons huis alle gezamenlijke dingen delen en ieder daarnaast natuurlijk recht heeft op zijn eigen spullen. Maar het komt gewoon niet aan, het zit niet in haar karakter.
 

Oneerlijke start

Mare had een oneerlijke start. Door haar gebroken sleutelbeen en, wat later bleek, een verschoven nekwervel heeft ze het eerste jaar van haar leven veel pijn gehad. Zoiets vormt je. Op het kinderdagverblijf lag ze al vaak overhoop met andere kinderen. ‘Ze is wel wat bazig en hardhandig’, zeiden leidsters soms. Ja, ze rukte inderdaad vaak zonder pardon speelgoed uit de handen van een ander kind, maar in hoeverre is dat probleemgedrag bij een peuter? Het consultatiebureau noemde haar hooguit ‘temperamentvol’ en bij vriendinnen – allemaal met kleine kinderen – speelde overal wel wat. Echt zorgen maakte ik me nog niet.

Dat veranderde toen Mare naar groep 1 ging en vrijwel meteen buiten de groep lag. De juf vond haar ‘overheersend aanwezig’ in de klas en wanneer ze meedeed met een spelletje op het schoolplein, draaide het standaard uit op huilen. Ze moet gewoon even wennen, dacht ik eerst. Maar toen haar gedrag aan het eind van dat eerste jaar alleen maar verergerd was, krabde ik me achter de oren. Een kind van vijf hoort toch niet zo berekenend te zijn?
 

Trainingen

Vanaf groep 3 volgde ze een keur aan trainingen. ‘Rots en water’ om haar sociale vaardigheden te verbeteren. Faalangstreductietraining. Een op-een-gesprekken met de schoolmaatschappelijk werker en de intern begeleider. Elke keer ging ze wel stapjes vooruit, maar haar gedrag bleef weerstand oproepen – ook bij mij.

Momenteel lopen we bij een orthopedagoog, die haar test op diverse dingen, zoals AD(H)D en hoogbegaafdheid. Uit een soort familieopstellingen met boerderijdieren die haar klasgenoten vertegenwoordigden, kwam onlangs heel duidelijk naar voren dat Mare een groot minderwaardigheidscomplex heeft, gecombineerd met fikse faalangst. Niet gek, als je je hele leven al buiten de groep valt en het brak mijn hart dat te horen. Maar als ik heel eerlijk ben, denk ik dat ik er zelf aan heb bijgedragen.
 

Grote puppyogen

Voor Ramses is Mare zijn prinses. Wat ze zeggen over de band tussen vaders en dochters, dat klopt gewoon. Hetzelfde geldt voor moeders en zonen, misschien dat het daarom tussen de jongens en mij wel soepel loopt. Ondertussen stoort het me steeds meer dat Ramses een blinde vlek lijkt te hebben voor Mares lastige gedrag. Waar nee gewoon nee betekent als het om de jongens gaat, weet Mare bij Ramses altijd haar zin door te drijven. Dan zet ze haar grote puppyogen op, kruipt op zijn schoot, vraagt met een babystemmetje ‘pleeeease?’ en zie ik Thomas en Daan al met hun ogen rollen. Ramses zwicht zonder uitzondering. Bloedirritant vind ik dat – van Ramses én van Mare. Als de jongens een keer voor straf naar hun kamer moeten, laat Ramses hen de tijd op de seconde nauwkeurig uitzitten. Mare komt in zo’n geval nog tien keer naar beneden, waarna hij zegt: ‘Vooruit, kom maar bij papa dan.’

Ter compensatie corrigeer ik Mare misschien soms vaker dan nodig, of steviger, waardoor het lijkt alsof ik op mijn beurt mijn zonen voortrek. Als Thomas of Daan een glas melk omgooit aan de ontbijttafel, zeg ik droog: ‘Pak even een doekje.’ Bij Mare is mijn eerste instinct uit mijn slof te schieten en te roepen: ‘Verdorie, bemoei je nou eens even niet met anderen en focus op wat je doet.’

Wanneer ik boven ruzie hoor, of het nou tussen de broers is of met vriendjes, denk ik standaard: o god, wat heeft ze nu weer gedaan? En toen Thomas dure, draadloze telefoonoortjes had gekregen voor zijn verjaardag die dezelfde dag al kwijt waren, dacht ik stiekem: die heeft Mare natuurlijk achterover gedrukt. Wat meestal klopt. Wanneer een van de jongens snoep heeft gekregen of een leuker speeltje dan zij bij het kindermenu in het pannenkoekenhuis, is het negen van de tien keer diezelfde dag nog verdwenen en uiteindelijk terug te vinden op haar kamer. Nu bleken de oortjes gewoon achter de kast gevallen, waar Thomas al zijn cadeaus had uitgestald.
 

Aandacht zoeken

Of ik het nu uitspreek of niet, Mare voelt mijn irritatie natuurlijk. Waar ik mijn jongens dagelijks automatisch een paar keer vastpak voor een kroel, moet ik me daar bij haar echt toe zetten. Haar broers delen mijn gevoel. Ooit droomde ik ervan hoe ze zich over haar zouden ontfermen, in de praktijk blijven ze het liefst zo ver mogelijk uit haar buurt. Het klinkt een beetje als Assepoester, en zo erg is het natuurlijk niet.

Het gros van de tijd hebben we het als gezin heerlijk met elkaar. We kijken samen The Voice en muziekfilms, ravotten op zondagen in het bos, en terwijl de jongens uren Lego bouwen, kan Mare zich prima vermaken met mijn oude My Little Pony’s, zonder een kik te geven. Maar het zijn de alledaagse, kleine irritaties die zich opstapelen. En als reactie zoekt zij aandacht op een negatieve manier. Thuis, maar ook op school en bij haar vriendinnetjes. Dit alles leidt tot spanningen tussen Ramses en mij, die de kinderen óók weer oppikken. En zo zitten we met het hele gezin in een vicieuze cirkel.
 

Stigma

Mijn ergernissen zeggen niets over mijn liefde voor Mare. Ik hou van al mijn kinderen evenveel. Het helpt dat ik het meeste van haar gedrag kan herleiden. Daardoor voel ik gelukkig nog steeds een leeuwinneninstinct wanneer ik de juf weer eens aan de lijn heb – minstens om de week – omdat Mare te intimiderend is geweest tegen een groep meisjes of bewust een spel heeft verstierd. Vaak is de kritiek terecht, maar inmiddels draagt mijn dochter ook een stigma: er huilt een kind, dus Mare zal het wel weer gedaan hebben. De dynamiek in de klas, waarin zij het ‘lastige’ kind is, valt bijna niet te veranderen. Hoe leerkrachten daarmee omgaan luistert nauw. En dat is lastig, wanneer ook zij zich duidelijk aan haar storen.
 

Gezinsdynamiek

Mare heeft de komende maanden nog tweewekelijks sessies bij de orthopedagoog, daarna staat een aantal gezinssessies gepland. Daarin kijken we naar de gezinsdynamiek, waar die vandaan komt en hoe we die kunnen bijstellen. Ik ben ervan overtuigd dat dit patroon omkeerbaar is. Daarnaast, maar dat is mijn psychologie van de koude grond, denk ik dat meisjes nu eenmaal vaak anders zijn in de opvoeding dan jongens.

Thomas en Daan zijn de grootste schatten die er bestaan, maar wel goedzakken. Ze laten zich veel aanleunen en áls er een keer eentje boos is, geeft-ie er een klap op en is het twee minuten later over. Als ze iets doen wat niet mag, accepteren ze een uitbrander, halen hun schouders op en gaan weer door. Primitief, maar effectief. Bij Mare etteren ergernissen veel langer onderhuids en komen dan tien keer zo heftig tot uiting. Bij mij werkt dat hetzelfde, misschien is dat ook een oorzaak dat wij vaker botsen. Ramses vindt mij soms ook complex en overtrokken reageren, terwijl ik me kapot kan ergeren aan zijn ogenschijnlijk lakse houding en desinteresse.
 

Twee kampen

Ons ooit zo harmonieuze gezin bestaat inmiddels zo’n beetje de helft van de tijd uit twee kampen, en daar lig ik regelmatig wakker van. Spijt dat we voor een derde gingen zal ik nooit hebben; ik houd met hart en ziel van Mare. Ik denk dat veel ouders een voorkeur voelen voor één of twee van hun kinderen, structureel of per fase. Ik houd me vast aan de situatie van een vriendin, die nooit heel lekker boterde met haar dochter, maar bij wie dat omsloeg toen haar dochter naar de middelbare school ging en haar moeder plotseling keihard nodig had bij allerhande pubervraagstukken. Bleken ze elkaar opeens volledig te begrijpen. Voor hetzelfde geld ontpoppen Thomas en Daan zich opeens tot helse pubers en trekken zij meer naar Ramses en Mare naar mij.

Elk gezin is aan dynamiek onderhevig. En hoewel ik soms voorzichtig uitspreek naar anderen dat ik me erger aan mijn kind, wil ik niet dat ze dit ooit te horen krijgt. Ons leven is vele malen fijner met Mare erbij en het gros van de tijd hebben we het oergezellig. Als ik later terugkijk op de tijd met jonge kinderen, wil ik dat dat positief is, zowel bij mij als bij de rest van het gezin. Met de juiste hulp komen we er wel. De ijzersterke basis ligt er.”
 

Dit artikel staat in Kek Mama 06-2021.

 

 

Meer Kek Mama? Volg ons op Facebook.