ruziemaken
Beeld: Getty

Denk je eindelijk even bij te komen van de kerstdrukte, slaan de kinderen elkaar de hersens in. Daar denkt Jorinde Benner zo het hare van.

1 Ik doe gewoon of ik het niet hoor.

More content below the advertising

 

2 Hier snap ik dus niks van: een seconde geleden waren ze nog zo lief aan het spelen! Zou er iets ergs gebeurd zijn?

 

3 Doei: als er bloed vloeit, hoor ik het vanzelf wel.

 

4 Misschien moet ik toch even gaan kijken; het moet er wel eerlijk aan toe gaan.

 

5 Hè getver, hier zit ik dus echt niet op te wachten.

 

6 Het is natuurlijk mijn eigen stomme schuld: wie laat haar zonen na twee voorbeeldige kerstdagen dan ook een derde dag binnen zitten? Ik had op z’n minst een soort MudMasters-achtige survival run in de duinen moeten uitzetten.

 

7 Met een high intensity freerunclinic na.

 

8 Zou het er in andere gezinnen nou ook zo aan toe gaan? De buren zullen wel denken.

 

9 Ach, ruziemaken moeten ze ook leren. Hartstikke goed voor hun weerbaarheid. Worden ze assertief van.

 

10 Gelukkig zijn ze geen twee en vier meer. Dan had ik nu wel echt moeten ingrijpen.

 

11 Hoewel: rondvliegende Duplo-blokken richten misschien minder schade aan dan die hockeystick en dat tennisracket op hun kamers. En god weet wat ze verzinnen met het dartspel.

 

12 Oké, het gaat er toch wel heftig aan toe. “Jongens, kom óp, het is net kerst geweest! Wees lief voor elkaar!”

 

13 Zei ik dat echt? Nee hè: ik klink precies als mijn moeder.

 

14 “Kappen nou, jongens! Echt! Jullie mogen allebeí Luke Skywalker zijn. Ik ga liedjes uit Frozen zingen hoor!”

 

15 Wat vind ik eigenlijk erger: nóg een keer Feliz Navidad op de radio, of twee gillende kinderen op zolder? Ik denk het eerste.

 

16 Ik doe echt iets verkeerd. Zelf maakte ik vroeger toch nooit zoveel ruzie met mijn zusje?

 

17 O ja, dat deden we wel. Of kwam die gipsen pols nou door een ongelukje?

 

18 Hemel, het is nu wel heel oorverdovend stil boven. Dat kán niet goed zijn. “Jongens, gaat alles wel goed daarboven?! Schatjes…??”

 

19 Ik ga nú ingrijpen.