Digitaal dilemma: ‘Hierom moet je niet wachten met gesprekken over online risico’s, grenzen en privacy’

algoritme Smartphonegebruik Beeld: Canva
Marjolein en Martine
Marjolein en Martine
Leestijd: 4 minuten

Marjolein en Martine wonen meer dan 6000 kilometer van elkaar en hebben samen het bedrijf ChatLicense. Martine woont in New York met man en zoon (11) en dochter (8), Marjolein woont in Rotterdam met haar man en twee dochters (14 en 12 jaar).

Lees verder onder de advertentie

Marjolein en Martine zijn experts in hoe kinderen veilig kunnen omgaan met hun smartphone en geven advies op lezersvragen.

Het dilemma: ‘Wanneer begint de online opvoeding? Online gebeurt zoveel waar ik mijn kind het liefst voor zou afschermen. Maar wanneer moet ik iets uitleggen, wanneer stel ik een grens, en wanneer laat ik ze juist wél los?

Je zou je kind het liefst beschermen tegen alles met wifi of data. Want online loopt alles door elkaar: grappige memes, onhandige foto’s, groepschats die uit de klauwen lopen… en dan heb je nog de types die zeggen dat ze 12 zijn, maar een profielfoto hebben die overduidelijk uit een stockbeeldbank komt.

Lees verder onder de advertentie

Niet zo onwetend als we denken

Toch is er ook goed nieuws: kinderen zijn echt niet zo onwetend als we denken. Ze leren op school en van jou dat hun lijf van henzelf is en dat je niet met vreemden meegaat. Logisch dus dat die regels óók gelden voor online. Alleen begint online contact vaak zó onschuldig dat het bijna ongemerkt kan kantelen. Complimentjes worden vertrouwelijke chatjes, die vervolgens kunnen verschuiven richting druk of zelfs afpersing. Daardoor komen onderwerpen als sexting volgens experts eerder op tafel dan je denkt of hoopt – soms al door een ‘onschuldige’ sticker, opmerking of foto in een chat, op hun eigen device of dat van iemand anders.

Lees verder onder de advertentie

Gewoon verbieden dan maar? Geen smartphone, geen socials? Was het maar zo simpel. We denken vaak dat “online gaan” pas begint zodra een kind een smartphone krijgt, maar niets is minder waar. Ook zonder telefoon zijn ze volop online: op schoollaptops via Google Docs; op tablets met YouTube‑ en TikTok‑video’s; en op gameconsoles waar vrolijk wordt gechat in Roblox, Fortnite of Minecraft.

Ga in gesprek

Precies daarom moet je gesprekken over online risico’s, grenzen en privacy niet bewaren tot “als ze een telefoon krijgen”. Die gesprekken horen al thuis zodra ze een tablet, laptop of gameconsole aanraken. Net zoals je kinderen leert hoe ze met vapen, roken of alcohol moeten omgaan, moeten we ze óók leren hoe ze zich online staande houden: wat ze kunnen doen, en wat beter niet.

Lees verder onder de advertentie

Maar hoe dan? Helaas bestaat er geen one‑size‑fits‑all aanpak. Wat werkt, hangt af van de leeftijd van je kind, wat ze online doen en op welke apparaten. Wat wél helpt:

1. Lees je eerst zelf goed in

Alleen al weten welke platforms en apps ze gebruiken, maakt dat je veel relaxter en duidelijker kunt uitleggen wat belangrijk is. Je hoeft echt geen expert te zijn – een paar minuten verdiepen geeft al houvast om het gesprek ontspannen te beginnen. (Bonustip: download de gratis OuderGids van ChatLicense.)

Lees verder onder de advertentie

2. Maak afspraken per device

Niet alleen over smartphones, maar over álle apparaten waarop ze online gaan. Gebruik deze 10 gouden online regels om het gesprek aan te gaan. Denk aan afspraken over chatten binnen het spel, geen onbekenden toevoegen, geen devices in de slaapkamer, en waarom leeftijdsgrenzen bestaan. Zulke afspraken werken het best als je ze samen maakt én uitlegt waarom ze er zijn.

Lees verder onder de advertentie

3. Stel alles goed in

Loop samen door apps en apparaten heen: privacy‑opties, meldingen, toegangsrechten. Als jij weet dat alles veilig staat, praat dat een stuk relaxter. Bovendien laat je zien dat online veiligheid iets is dat jullie sámen doen.

4. Praat erover

Kinderen praten makkelijker als het gesprek niet zwaar begint. Vraag wat ze grappig vonden op YouTube, of waar ze blij of boos van werden. En als je kind geen prater is, gebruik dan situaties van anderen als opstapje. “Worden er dingen doorgestuurd in de klas?” of: “Hoe reageren anderen als er online iets gebeurt?” Dat haalt de druk weg en geeft jou meteen een inkijkje in hun wereld.

Lees verder onder de advertentie

Interesse in meer digitale dilemma’s? Hier vind je de andere columns van Marjolein en Martine.

Lees verder onder de advertentie

Meest bekeken

Facebook Twitter Whatsapp E-mail