Als kind stond Stephanie al aan de zijlijn en hoe ze ook haar best doet, ze heeft nog steeds geen groep vriendinnen om zich heen. Eén ding is wel verbeterd: haar schaamte om over eenzaamheid te praten is weg.
Lees verder onder de advertentie
Stephanie (35), getrouwd en moeder van twee dochters (9 en 8).
Taboe
“Het is tegenwoordig een taboe om geen grote vriendengroep te hebben. Ik zou al blij zijn met gewoon een paar contacten extra, dan wordt mijn wereld al zoveel groter. Soms zie ik op Instagram mensen posten over ‘hashtag meidenavond’, en dan zie ik twintig vrouwen zitten. Ik zag laatst een babyshower met drie rijen vriendinnen. Hoe dóé je dat, vraag ik me af. Het is alsof het hebben van veel vriendinnen je succes weerspiegelt. Over steeds meer dingen wordt openlijk gepraat, maar eenzaamheid blijft een lastig onderwerp. Mensen hebben er een oordeel over. Als je geen tot weinig vrienden hebt, zoals ik, dan is er vast iets mis met je. Een pijnlijk stigma.
Lees verder onder de advertentie
Makkelijk doelwit
Als kind had ik al weinig vriendinnen. Op de basisschool ben ik gepest vanaf groep vier, toen ik bleef zitten. Als nieuwkomer in een klas die al hechte kliekjes had, was ik het buitenbeentje en dus een makkelijk doelwit. Al helemaal toen ik een keer luizen bleek te hebben. Dat was het startsein. Ik werd buitengesloten, uitgescholden en na schooltijd achternagezeten door andere meiden. Het pesten maakte het moeilijker om vriendschappen aan te gaan. Ik had wel contact met wat klasgenootjes, maar dan was ik zó blij dat ik eindelijk iemand had, dat ik daar heel intens in kon worden en daarmee kinderen afschrikte. Die namen dan afstand van mij en daar werd ik nog onzekerder van. Met als gevolg dat ik minder snel contact aanging. Ik werd terughoudend. En als ik dan toch met iemand omging, dan ging ik me extreem aanpassen om maar in de smaak te vallen. Dat kostte mij veel energie. In de pauzes stond ik vaak alleen of zocht ik de leraren op om wat aanspraak te hebben. Ik heb me vaak eenzaam gevoeld. Ik was me er enorm van bewust dat ik geen echte vrienden had. En ik voelde me anders dan de rest. Veel langer bleef ik hangen in een fantasiewereld en speelde ik met Barbies. Ook was ik boekenverslaafd, dat vonden andere kinderen maar raar.
Lees verder onder de advertentie
Later had ik vanuit school wel een vriendin die in de buurt woonde. Maar het was een ongelijkwaardige vriendschap, zij wist mij vooral voor haar karretje te spannen. Ik moest dingen doen die ik eigenlijk niet wilde, zoals belletje lellen bij oudere mensen. Toen al miste ik het om iemand te hebben met wie ik echt lolletjes kon hebben en bij wie ik helemaal mezelf kon zijn. Mijn ouders stimuleerden mij om vrienden te maken. Iedereen was welkom bij ons, ze waren altijd heel blij als ik iemand meenam. Maar ze zagen ook mijn worstelingen, en ondanks gesprekken op school bleef het pesten doorgaan.
Alleen in gezelschap
Ook op de middelbare school bleven vriendschappen moeizaam voor mij. Ik had twee vriendinnen, maar eigenlijk zagen we elkaar alleen op school. Later kwam ik in een groepje terecht met wie ik vaak buiten rondhing. Nog steeds paste ik me enorm aan, uit angst om weer buiten de boot te vallen. Continu was ik bezig met wat anderen dachten, vonden of zeiden. Mijn mening en interesses paste ik daarop aan. Alles om erbij te horen, maar daardoor vervreemdde ik van mezelf. Ik werd harder en kwam stoer over, terwijl ik dat totaal niet was. Ik trok een muur op, omdat ik niet opnieuw gekwetst wilde worden. Met niemand in dat groepje had ik een echte connectie, dus zelfs in hun gezelschap voelde ik me alleen.
Lees verder onder de advertentie
Op mijn vervolgopleiding deed ik precies hetzelfde: ik deed mezelf stoer voor en was niet mezelf. Ik had er kennissen, geen vriendinnen. Soms zag ik vriendinnengroepen in de stad. Samen shoppen, op het terras zitten en de grootste lol hebben. Dat deed me pijn en verdriet. En soms maakte het mij ook boos: waarom had ik dat niet? Ik wist niet wat ik moest doen om dat wel te krijgen. En het maakte me onzeker. Geen vrienden hebben deed iets met mijn zelfvertrouwen. Was ik dan zo raar of anders, dat niemand mijn vriendin wilde zijn? Hierdoor was ik vatbaar voor mensen die deden alsof ze mij graag mochten maar niet het beste met mij voorhadden. Zo was er op school een jongen die een paar klassen hoger zat. Hij besteedde aandacht aan mij en ik was daar gevoelig voor. Ik wilde vriendschap en gezien worden, maar hij maakte daar misbruik van door over mijn grenzen heen te gaan. Hij voelde aan dat ik het moeilijk vond om voor mezelf op te komen.
Koetjes en kalfjes
Op mijn zeventiende kreeg ik een zware depressie, mede als gevolg van mijn onverwerkte pestverleden. Nadat ik langzaam overeind krabbelde en de nodige ondersteuning kreeg, ging ik begeleid wonen. Ik heb altijd beter met mannen geklikt. Die zeggen waar het op staat en dan is het klaar, waar vrouwen vaak kattiger zijn. Ik raakte bevriend met mijn buurman en hij stelde mij voor aan een leuke vriend van hem. Dat is inmiddels mijn man, onze dochters zijn negen en acht. Ik heb een hartstikke fijn en liefdevol gezin, waar ik veel geluk uit haal. Maar nog altijd heb ik amper vriendinnen. Dat blijft een gemis. Ook tijdens mijn zwangerschappen. Vaak delen vriendinnen dit met elkaar. Ze wisselen ervaringen uit, shoppen kleertjes en delen trots de echofoto’s. Ik had dat allemaal niet, net zomin als een babyshower. Dat was heel verdrietig. Ik miste een lieve vriendin met wie ik mijn gevoelens of zwangerschapskwaaltjes kon delen. De zwangerschappen versterkten dat eenzame gevoel. Je hoort geregeld dat vrouwen via hun kinderen bevriend raken met andere moeders. Maar dat heb ik helaas ook niet. Op het schoolplein klets ik wel gezellig met twee moeders van klasgenootjes, maar dat blijft bij koetjes en kalfjes. Soms nodig ik mezelf uit voor thee en dan is het leuk, maar het initiatief komt nooit van hen. En dan slaat bij mij meteen die oude twijfel toe of ik wel leuk genoeg ben.
Momenteel werk ik niet omdat ik in de ziektewet zit. Ik zit dus veel thuis, en zonder collega’s wordt mijn wereld nog kleiner. ’s Morgens breng ik de kinderen naar school, mijn man gaat werken en ik zit hier dan in mijn eentje. Ik zie soms, los van mijn gezin, de hele dag niemand. In mijn omgeving zijn weinig initiatieven gericht op eenzaamheid. En áls ze er zijn, zijn ze gericht op jongeren of juist op ouderen. Ik val wat dat betreft tussen wal en schip, terwijl ik vind dat niemand zich eenzaam zou moeten voelen.
Lees verder onder de advertentie
Mijn autisme speelt ook zeker een rol. Hoewel ik al vanaf mijn dertiende psychologische hulp kreeg vanwege onder andere mijn onzekerheid, depressieve gevoelens en het pesten, is pas vorig jaar de diagnose autisme vastgesteld. Eerder dachten ze aan borderline, maar dat voelde nooit goed omdat ik me in veel kenmerken niet herkende. Toen mijn jongste dochter vastliep op school en de nodige onderzoeken kreeg, moesten mijn man en ik een vragenlijst invullen gericht op autisme. Ik keek ernaar en dacht: dit ben ik. Daarna liet ik me testen bij een bureau gespecialiseerd in autisme bij vrouwen. De uitslag was niet verrassend. De puzzelstukjes vielen op hun plek. Het verklaarde waarom borderline nooit passend voelde, waarom ik een hyperfocus kan hebben als ik iets heel interessant vind en waarom ik me altijd ‘anders’ heb gevoeld, waardoor vriendschappen moeizaam gingen.
De diagnose helpt me om mijn leven anders in te richten. Ook als het gaat om connecties met anderen. Ik wil niet doorgaan met mensen die mij te veel energie kosten. Ik voel al vrij snel aan of iemand bij mij past als vriendin. Voorheen ging ik dan heel lang door met een contact en – wederom mijn valkuil – paste ik me erg aan, want het moest en zou lukken. Dat doe ik niet meer. Nog steeds ben ik bezig om mezelf terug te vinden, na al die jaren me naar anderen te hebben gevoegd. Nu ik weet dat ik autisme heb, begrijp ik mezelf beter. Maar helaas hangen er ook vooroordelen aan dit label, waardoor mensen wellicht terughoudend zijn om bevriend met mij te raken. Ze denken bij autisme aan Sheldon van The Big Bang Theory of aan Kees Momma. Een beetje wereldvreemde types waarbij autisme wordt uitvergroot. Terwijl het bij veel neuro-divergente mensen helemaal niet op die manier speelt. Ik kijk mensen gewoon aan, maak redelijk makkelijk contact en heb het niet alleen maar over één onderwerp.
Lees verder onder de advertentie
Kletsen en mopperen
Inmiddels heb ik één goede vriendin. Ik heb haar vorig jaar online leren kennen in een groep voor neuro-divergente mensen. Het klikte meteen heel goed. Bij haar kan ik onbeperkt mezelf zijn. Ik hoef geen masker op te houden, ik hoef me niet anders voor te doen, ik kan haar bellen als ik me rot voel maar ook als ik iets leuks te vertellen heb. Wij zijn niet begonnen met smalltalk, waarmee vriendschappen vaak van start gaan. Daar heb ik, door mijn autisme, juist moeite mee. Meteen doken we samen de diepte in. Zij woont helaas verder weg, dat maakt fysiek afspreken lastiger. Daarnaast heb ik heel goed contact met mijn coach, met haar voel ik ook echt een verbinding. Graag zou ik wat meer fijne contacten in de buurt hebben. Iemand om mee af te spreken, om gezellig te kletsen of een film te pakken, maar ook om even te mopperen over dat ik mijn kinderen wel achter het behang kan plakken. Of even chillen op een terras met een theetje. Ik wil niet altijd alles alleen maar met mijn man delen, soms wil ik gewoon vrouwenpraat.
Lees verder onder de advertentie
Onlangs plaatste ik een oproepje op Instagram waarin ik schreef dat ik op zoek ben naar fijne vriendinnen. Ik wilde het een kans geven en dan moet ik me maar eens kwetsbaar opstellen. Er moeten meer gelijkgestemden zijn die van hetzelfde houden als ik: wandelen, lezen, yoga, innerlijke groei en de natuur. Uitbreiding van mijn sociale kring zou fijn zijn, want het is soms gewoon eenzaam. Er kwamen een paar reacties op mijn post, maar dat is niet op een leuke vriendschap uitgelopen. Mijn schaamte is veel minder geworden. Ik weet dat ik heus niet de enige ben met weinig vrienden. Als ik dan degene moet zijn die hier open over is en daarmee anderen kan helpen die ook eenzaam zijn, dan doe ik dat met liefde. Ik vind het belangrijk dat er over dit soort dingen gepraat wordt. Het taboe mag eraf. Niet iedereen heeft massa’s vrienden en dat mag er ook gewoon zijn.
Gelukkig hebben mijn meiden het makkelijker wat betreft vriendschappen sluiten. Zij hebben échte bff’s met wie het contact gelijkwaardig is, waarmee ze lachen en bij wie ze hun ei kwijt kunnen. Zo fijn vind ik dat. Ik geef mijn dochters mee dat het heel belangrijk is om altijd jezelf te mogen zijn bij vriendinnen. En dat het niets afdoet aan je waarde als een vriendschap toch niet slaagt.”
In het Vlaamse programma Maison Verhulst doet Gert Verhulst (58) een opvallende uitspraak. De tv-maker vertelt dat hij best nog kinderen had willen krijgen met zijn vrouw Ellen Callebout (48).
Wie ooit met zijn gezin op tv verschijnt, kan erop wachten: meningen komen vanzelf. Zeker op social media. Familie Bal uit Een huis vol kreeg na hun deelname dan ook een vraag die veel verder ging dan die leek: “Doen jullie mee aan Een huis vol voor het geld of voor de aandacht van mensen […]
Veel kinderen die snel boos worden, makkelijk gefrustreerd raken of heftig reageren op stress, krijgen al snel het label ‘moeilijk’. Vaak wordt gedacht dat zo’n temperament aangeboren en onveranderlijk is. Maar nieuw onderzoek van pedagoog Marijke Huijzer-Engbrenghof laat zien dat dat beeld te simpel is.
In het kader dingen die je níét op je netvlies hebt willen staan: de blote kont van een collega, achter de blote kont van een andere collega. In de schoonmaakruimte.
Babynieuws op het boerenland! Roel en Simone, bekend van Boer zoekt vrouw, verwachten hun eerste kindje samen. Op Instagram is te zien hoe ze Yvon Jaspers verrassen met het heugelijke nieuws.