Beeld: Marc Deurloo
Beeld: Marc Deurloo

Kek Mama-columnist Anke Laterveer is single moeder en schrijft elke week op Kekmama.nl supereerlijk en uitgesproken over wat ze meemaakt of wat haar opvalt. Deze week: Trump-angst.

“You just have to grab ‘em by the pussy”, zei Donald Trump een paar jaar terug op een opname. Volgens Trump is het dus prima om een vrouw tussen de benen te grijpen, zeker als je zo bekend bent als hij, want dan kom je met alles weg. Toen hij op zijn uitspraken aangesproken werd, verdedigde hij zichzelf door te zeggen dat het kleedkamerpraatjes waren.

Nou is de enige kleedkamer waar ik wel eens kom die van zwemles en daar roepen de aanwezigen vooral dingen als: “Niet aan de deur likken” en “Mag ik zo gevulde koek. Waarom niet? Chips dan?” Vrouwonvriendelijke dingen heb ik er ook wel eens gehoord, maar dat was dan toch vooral: “Rotmama, ik mag ook niks.” Heel anders dus.

Niet stoer

Toch baart het me nogal zorgen. Want hoewel dit niet in de kleedkamers gebeurt waar ik kom, gebeurt het wel in andere kleedkamers en in woonkamers en vergaderkamers en, nou ja, op heel erg veel plekken wel, eigenlijk. Mijn zoon Jakob is nu zeven en de liefde zelve. Hij vindt vrouwen fantastisch, al was het maar omdat zijn moeder er eentje is. Maar ook hij wordt straks puber en hoe zorg ik dan dat hij niet denkt dat dit soort praatjes en gedrag normaal of zelfs stoer zijn?

Want Trumps opmerking was ook nog eens niet ‘zomaar een vrouwonvriendelijke opmerking’. Het was opscheppen over aanranden. Ik merkte dat ik meteen dacht: ‘Daar hoef ik me bij mijn kind gelukkig geen zorgen om te maken. Die doet zoiets niet.’ Maar dat weet je dus niet. Dertien procent van de Nederlandse mannen en veertig procent van de vrouwen is slachtoffer van aanranding of verkrachting. Dat is verschrikkelijk veel. In bijna alle gevallen is de dader een man. Dat betekent dus dat we niet alleen veel slachtoffers kennen, maar ook veel daders. Want het is natuurlijk niet zo dat er in Nederland twaalf daders zijn die onderling de provincies een beetje verdeeld hebben. En dat betekent dus, hoe verschrikkelijk dat idee ook is, dat onze zonen later ook dader kunnen worden.

'Mag ik een kus?'

Ik vind dat nogal wat. En natuurlijk wil ik dat voorkomen. Dat is waarom ik toen mijn kinderen nog heel klein waren al begonnen ben met hen te leren dat hun lijf van hen is. En dat niemand daar zomaar ongevraagd aan mag zitten, zelfs ik niet. Niemand mag je naakte lijf filmen of fotograferen. Niemand mag van je eisen dat je je uitkleedt of een kus geeft of zelfs nog meer. Ik doe dat zelf ook niet. Ik vraag: “Mag ik een kus” en als het antwoord “nee” is, zeg ik: “Jammer”. Ik zeur niet door, ik eis niet op. En door ze dat te leren, leer ik ook dat ze van anderen nooit zulke dingen mogen eisen.

Soms worden mijn kinderen moe van mijn zendingsdrang en dat snap ik. Soms denk ik dat ze niet meer luisteren als ik erover begin. Tot we laatst in Artis waren en een vriendin van mij een foto wilde maken van Jakob. Hij stond naast een lama die zich net omgedraaid had. Snel stak mijn zoon zijn hand op. “Hier mag je geen foto van maken, want dat zijn de billen van de lama en hij heeft geen broek aan.” Foto mislukt, maar missie geslaagd.

Anke Laterveer (36) is schrijver, columnist, cabaretier en web woman van Kek Mama. Samen met haar kinderen Jakob (7) en Hannah (6) woont ze in Haarlem.

echo-zoon-dochter

Strikjes in het haar, een jurkje met kerst en over-de-top glitterschoenen: Kek Mama’s Malu en haar vriend zagen het al helemaal voor zich toen ze met vijftien weken hoorden dat ze een meisje zouden krijgen. Tot er met de twintigwekenecho toch echt een piemel in beeld kwam.

Achteraf kan ik mezelf wel voor m’n kop slaan, want kom op: vijftien weken is wel heel erg vroeg. Maar ondanks dat ik hier meerdere malen door vriendinnen en collega’s op werd gewezen, staarde ik me blind op websites met koppen als ‘Geslachtsecho vanaf dertien weken? Het kan!’. Vol vertrouwen vroeg ik tijdens onze derde echo aan de verloskundige of ze kon kijken hoe of wat. En ja hoor, of ze nu met dat apparaat links of rechts zat, ze zag drie streepjes - een meisje.

 

Ons meisje

Mijn vriend en ik konden ons geluk niet op: hij is opgevoed in een ‘mannenhuis’ (heeft één broer) en kon niet wachten op een kleine meid in z'n leven. Die vervelende jongens in de toekomst? Die nam-ie graag op de koop toe. Ik kreeg het eerst een beetje benauwd (een kopie van mijn pittige zelf was immers nou niet écht waar ik rekening mee had gehouden), maar toen we haar eenmaal een naam hadden gegeven was het ook echt míjn meisje. Ons kind dat we samen alle liefde van de wereld zouden geven. 

 

Geen mierzoet gedoe, wel setjes voor meisjes

Of we een moment twijfelden aan het geslacht? Ik wel. Maar ik moest op de verloskundige vertrouwen en we kochten langzaam de eerste kleding voor onze baby - geen mierzoet gedoe, maar wel echt setjes voor meisjes. Het jurkje voor kerst was zelfs al binnen. Nooit gedacht dat we dit een paar weken later weer terug konden brengen…

 

Daar was-ie: de piemel

Het leek wel een film: echoscopist zat tijdens de twintigwekenecho nog geen drie seconden met dat echo-apparaat op m’n buik, toen ze met de volste overtuiging zei dat ze een piemel zag. We waren het vijfde stel in één maand waarbij het 'verkeerd' was voorspeld. Vriend werd lijkbleek, ik probeerde de boel nonchalant weg te lachen. Ik bedoel, de baby is gezond, dat is het belangrijkste. En een jongen is toch net zo leuk? Dat vond (en vind) ik ook echt, maar toen ik van die tafel afrolde en samen met m’n vriend weer naar buiten liep, leek het ineens alsof ik zwanger was van een ander kind. Dag naam, dag jurkjes en dag glitterschoenen: onze toekomst zag er ineens heel anders uit. 

 

Afscheid

Vooral m’n vriend moest aan het idee wennen - alsof ze zijn dochter van ‘m hadden afgepakt. Hij vindt een jongen net zo mooi, maar ik herkende dat gevoel wel een beetje. We moesten plots afscheid nemen van een kind dat er nooit is geweest. Dus toen we dat kerstjurkje op de balie van de kledingwinkel zagen liggen omdat we ‘m wilden ruilen voor iets stoerders, voelde dat toch een beetje gek.

 

Mannenhuis

Dagenlang hebben we er samen over gepraat. En soms ook dagen niet. We kregen jongenskleding van onze familie, zochten naar jongensnamen op internet, speculeerden over wat z'n hobby's zouden worden en kochten de stoerste sneakers die er zijn. Alles om in ons hoofd een beeld van ons ‘nieuwe’ kind te krijgen. En nu, een paar weken later, kunnen we vol trots zeggen dat we een ZOON krijgen. Onze gezonde zoon, die natuurlijk net zo welkom is als onze dochter. Vriend kan niet wachten om samen te gaan voetballen (of naar ballet te gaan als ons kind dat liever wil), te stoeien en hem wijze vaderlessen mee te geven. En ik kijk uit naar de dag dat ik onze jongen in m’n armen kan sluiten - een mannenhuis, heerlijk.

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

Roos Schlikker (42) is journalist, columnist en moeder van zoons Miró (8) en Róman (6). In Kek Mama schrijft ze over haar gezinsleven.

Vroeger, in vrijgezelle tijden, wilde ik niets liever dan een mysterieuze schone zijn. Zo’n vrouw over wie mannen zeggen: “Ze kijkt zo geheimzinnig. Ze is misschien wat stil, maar daar zit een peilloze diepte achter, dat zie je.” Ik vermoed vaak dat er achter stille Willies in plaats van een peilloze diepte gewoon helemaal niks zit, maar dat is de kift natuurlijk. Want ik ben een hoop, maar zeker niet mysterieus.
 

'Ik hou stiekem wel van stiekem'

En dat terwijl ik stiekem wel van stiekem hou. Die ene kus die nooit uitgewisseld had mogen worden, was dat niet de lekkerste ooit? Dat potje zwart-wit dat ik in mijn laatje op de lagere school had gesmokkeld en waarin ik stilletjes tijdens taal af en toe mijn vinger durfde te steken. Zalig.

Doen alsof je altijd naar Radio 1 luistert in de auto maar zodra je het land doorscheurt keihard meeblèren met 100% NL (‘Ik heb de heeeeeele nacht, liggen dromen, van je stem van je mond van je lijf van je kont en de dekens o-hop de gro-hond.’). Bijna orgastisch.

Maar omdat ik zo flapuiterig ben, kan ik het zelden voor me houden. Ik lul te veel over de man die ik clandestien zoende, dat zwart-witpotje viel altijd om, een poederlawine tussen al mijn schriftjes achterlatend en het feit dat ik de halve dag Woltertje Kroes neurie zal ook wel wat verraden.
 

Plannen smeden

Afgelopen week had Miró een vriendje te spelen. Ze zouden naar het voetbalveldje gaan. Terwijl ze in de gang hun jassen aantrokken, hoorde ik ze fluisteren. “Ik heb geld. Ja, nog van mijn verjaardag.” “Oooooh! Zullen we? Naar de Appie?” “Ssssssssst! Ja, ja, doen we. En dan kopen we chocola!” “Of chips!” “Of allebei!” “Ja! Allebei!” “SSSSSSSSSST!”

Ik stond stiekem te grijnzen op de overloop. Wat heerlijk, van die plannen smedende jongetjes. Chocola of chips is natuurlijk het allerlekkerst als je als achtjarige naar de supermarkt sluipt om het in te slaan van je eigen verjaardagsgeld. Dikke kans dat ze er van de zenuwen amper van zouden eten. Maar het plannen. Het complotje. Het samenzweren. Ik begreep zo goed hoe leuk het was.

En toch kon ik het niet laten. Ik sloop naar beneden en dook plotseling achter ze op waarbij ik keihard fluisterde: “Jullie mogen best wat lekkers halen hoor!” Weg geheim. Shit. Ik zal nooit een mysterieuze schone zijn.
 

Deze column staat in Kek Mama 02-2018.

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >