eigen wijnhandel
Beeld: Pixabay

Ze gingen het totaal anders doen: een handeltje beginnen in wijn, of een eigen B&B. Het werd een ramp. “Ons inkomen halveerde, en we zagen elkaar nooit meer.”

Manouk (36) en Xander (41), één zoon (9), zetten naast hun banen een handel op in Nederlandse en Luxemburgse wijnen.

More content below the advertising

Manouk: “We werkten allebei in de verzekeringswereld. Hielden alle twee van wijn. We maakten weleens grappen over ons grijze-pakkenbestaan, en
hoe we er toch op z’n minst een geheim tweede leven op na zouden moeten houden, wilden we niet helemáál versuffen. Een illegale drankstokerij of zo, of een schimmig bestaan in seksclubs.

Feit was dat we een blakende zoon hadden, een huis met flinke overwaarde, spaargeld op de bank en twee splinternieuwe leaseauto’s voor de deur. We sprongen nooit uit de band en deden geen grote uitgaven: het meest onverwachte dat wij in ons hoofd haalden, was op zondag met kind en hond spontaan naar het strand terwijl we ons eigenlijk hadden voorgenomen het huis op te ruimen. Kort samengevat: dodelijk saai.
 

'Wij gaan een wijnhandel beginnen'

Tijdens een wijnproeverij met vrienden na een lange week werken – volgens hetzelfde, eeuwige, voorspelbare schema – kreeg Xander de kolder in zijn kop. “We gaan het helemaal anders doen, Nouk”, zei hij. “Wij gaan een wijnhandel beginnen.” “Neem er nog eentje”, grapte ik. Maar hij was bloedserieus. Hij had er meteen nogal vastomlijnde ideeën over ook: het moesten Nederlandse en Luxemburgse wijnen worden. Een niche, volgens Xander, want die Franse druiven, die dronk iedereen al. De twinkeling in zijn ogen raakte me. En was ik zelf niet ook toe aan iets anders? Iets om mijn zinnen te verzetten, terwijl ik en passant op de automatische piloot mijn salaris binnenharkte?

We volgenden allerlei wijncursussen. Behaalden alle benodigde certificaten. Zodra onze zoon ’s avonds sliep, zaten wij in de boeken en verdiepten ons in de wereld van de wijnhandel. Romantisch vond ik het, zo’n gezamenlijk project. We vertelden er niemand over, en dat maakte het nog spannend ook. Wát een goed idee, dacht ik: dit kon onmogelijk mislukken.
 

Lees ook
Bankrekening: 'We kochten een bouwval in Frankrijk' >

 

Wat de boer niet kent...

Na een jaar studeren, kochten we onze eerste partijen wijn. We sloegen ze op zolder op – klimatologisch rampzalig natuurlijk, maar we zouden ze snel verkopen, gokten we. Aan cafés en wijnbars. Kleine, lokale slijterijen. En als het even mogelijk was, direct aan particulieren en bedrijven.

Alleen, Nederlanders kennen helemaal geen Nederlandse en Luxemburgse wijnen. En wat de boer niet kent, dat drinkt-ie niet. Dus bleven de bestellingen van particulieren uit, en na een experiment met een paar proefflessen liet ook de meeste horeca het afweten. De klanten wilden het niet, zeiden ze stuk voor stuk; die wilden gewoon Franse merlot en chablis.
 

Er de brui aan geven

Het leuren nam gênante vormen aan. Avond na avond gingen Xander en ik de boer op, hopende érgens een partij te slijten. Op een paar flessen na lukte het nooit. Na driekwart jaar gaven we er de brui aan; een gezamenlijke beslissing. In plaats van samen aan een groots project te werken, zagen we elkaar nooit meer, en bouwden ondertussen niks op.

Sterker nog: we maakten alleen maar verlies: in tijd én geld. We organiseerden een knalfeest om een deel van de voorraad te legen en gaven maandenlang niets anders dan wijn cadeau, bij de meest uiteenlopende gelegenheden. Wat daarna nog overbleef tikten we zelf weg bij het avondeten.

Een jaar na ons fantastische plan waren we een kwart van ons spaargeld armer, moe van de desillusie en qua toekomstplannen terug bij af. Toch hadden we ook wat gewonnen: dit gezamenlijke project had ons wel dichter bij elkaar gebracht. ‘Dat doen we volgende keer goedkoper’, concludeerde Xander treffend. Dus zitten we nu op salsadansen.”
 

Dit artikel is deel van een interviewserie in Kek Mama 11-2018.


 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >