Kim Kötter en Nadine Broersen over prematuren: ‘Het was echt even spannend voordat ik naar huis mocht’

17.11.2023 08:00
kim kötter nadine broersen prematuren Foto: Getty Images

Pampers- en WKZ-ambassadeur Kim Kötter kwam tijdens haar eerste zwangerschap op de Neonatale Intensive Care Unit (NICU) terecht. Topatlete Nadine Broersen al als baby, toen ze zeven weken te vroeg ter wereld kwam. Nu slaan de vrouwen de handen ineen om aandacht te vragen voor de neonatale zorg. Een gesprek over prematuren, het moederschap en topsport. 

Kim: “De prematurenzorg is een ondergeschoven kindje, er is nog zoveel onwetendheid.  Veel mensen hebben geen idee wat de ouders te wachten staat. Er komt zoveel zorg en ook emotie bij kijken. Je wil genieten van je kindje, blij zijn dat de baby geboren. Maar dat voel je misschien niet of mag je niet voelen, omdat de angst overheerst. En dan zijn er nog de zorgen die een leven lang blijven en de vraag ‘Heeft dit met de vroeggeboorte te maken?’ Toen ik zelf met 26 weken werd opgenomen voorzag ik ook niet alle risico’s en ik vond het ook spannend dat ik de baby al eerder zou ontmoeten.”

Kim vervolgt: “Pas toen ik op de afdeling kwam, had ik echt door hoe belangrijk het was dat de baby bleef zitten tot het volgroeid was. Overal piepjes, apparatuur, tientallen artsen erbij. De baby’tjes op de afdeling zijn nog niet af: alles zit erop en eraan, maar je kan zo door ze heen kijken. Bijna alien-achtig. Ze zijn zo fragiel, er kan zoveel misgaan. Dat kwam toen wel binnen. Met ons kwam het helemaal goed. Ik heb plat gelegen tot Muck uiteindelijk helemaal voldragen – met 40 weken en 2 dagen – ter wereld kwam. Maar die onzekere tijd vergeet ik nooit meer. ”

Nadine: “Ik ben zeven weken te vroeg geboren. Daar hebben we het vroeger thuis weleens over gehad, maar de impact ervan realiseerde ik pas écht toen ik zelf zwanger was. Ik besef me nu hoe heftig het voor mijn ouders geweest moet zijn. Mijn moeder hield een dagboek bij in die tijd en daar lees ik dat in terug. De eerste zin die mijn moeder opschreef was: ‘Wat een vechtertje’. En dat is altijd gebleven. Ik ga altijd door. Dat is wat ik mijn zoon, nu 1 jaar, ook mee wil geven: dat grootse dingen piepklein kunnen beginnen. Het is destijds echt nog even spannend geweest, voordat ik naar huis mocht.”

Nadine: “De eerste zin die mijn moeder opschreef was: ‘Wat een vechtertje’. En dat is altijd gebleven. Ik ga altijd door”

K: “Zodra een kindje thuis is, is het voor de buitenwereld klaar, maar de impact op het kind en het hele gezin is groot en soms jarenlang. Zo’n dagboek is dan zoveel waard, ook voor de verwerking. Daarom vind ik het doel van de #pampersvoorprematuren-campagne van dit jaar zo goed. Via Vrienden UMC Utrecht & Wilhelmina Kinderziekenhuis draagt Pampers bij aan een speciale Neozorg app. We zamelen geld in voor deze speciale app voor ouders, die dient als een eigentijds dagboek. Een soort kinderdagverblijfdagboek, specifiek gericht op het kindje.”

“Waar je dan aan moet denken? Bijvoorbeeld of het kindje vandaag wordt geprikt. Ziet hij een beetje geel? Gaat het goed vandaag? Deze app filtert wat belangrijk is. Op Google word je overspoeld met informatie die voor jullie misschien helemaal niet van toepassing is, maar waar je wel wakker van ligt. Broertjes en zusjes komen niet op de afdeling.  Door middel van deze app weten zij ook beter hoe het met hun babybroertje of -zusje gaat.”

N: “Ik zou willen dat er in mijn tijd al meer bekend was. Tussen mij en mijn middelste zus zit nog een kindje. Zij is te vroeg geboren en heeft het niet gered. De placenta liet los, net als bij mij. Pech, zeiden de artsen toen en later ook bij mij. Dat vind ik heel cru. Binnen het gezin wordt weleens gezegd dat ik ook het leven van mijn zusje in me heb. Al werd er binnen de familie verder niet over gesproken, dat er nog een ander kindje was.” 

K: “Hoe zijn je ouders daarmee omgegaan?”

N: “Mijn moeder is daar nooit overheen gekomen. De baby kwam tien weken te vroeg, was levensvatbaar, maar ze zijn er te laat achter gekomen. Mijn moeder voelde dat het met mij niet goed ging. Ze vertrouwde op haar moedergevoel en ging naar het ziekenhuis. Anders had het met mij ook heel anders kunnen aflopen.”

K: “Daar moet je toch niet aan denken!”

Tijdens haar eerste zwangerschap, maar ook als ambassadeur zag Kim met eigen ogen wat er allemaal op de NICU gebeurt.

N: “Als ambassadeur kom jij vaak op de afdeling. Wat zie je daar?” 

K: “Iedere dienst is anders en vol van emotie; verdriet en geluk wisselen elkaar af. Er is geen moment dat die net bevallen mama’s kunnen genieten van het moederschap. Er gebeurt zoveel. Op één dag dat ik meeliep overleden er drie kindjes. Ik was toen echt van slag, net als de artsen en verpleegkundigen trouwens. Zij zorgen weken voor zo’n baby’tje, hebben echt een band. De afscheidskamers waren heel treurig: denk tl-licht, rode bank, gele gordijnen. Die hebben we op mijn initiatief als ambassadeur meteen aangepakt. Ouders moeten de laatste nacht met hun baby’tje kunnen doorbrengen in een mooie, rustige kamer. Met kaarsjes als ze dat willen. Ik vind het bijzonder en belangrijk dat je door zulke kleine dingen te realiseren toch een grote impact kan hebben.”

Kim: “Op één dag dat ik meeliep overleden er drie kindjes. Ik was toen echt van slag.”

 K: “Heb jij last van klachten in het dagelijks leven?”

N: “Vanaf mijn geboorte heb ik een soort astma. Ik heb meerdere longontstekingen gehad en ben daarvoor vaak in het ziekenhuis geweest. Op latere leeftijd besefte ik pas dat dat waarschijnlijk door mijn vroeggeboorte komt. Mijn longen zijn wel een probleem in de topsport, zeker toen ik het nog niet onder controle had. Ik hyperventileerde veel, toch ging ik door. Ik heb een vechtersmentaliteit, wil koste wat het kost winnen. In topsport kun je grenzen verleggen, pijn uitzetten. Dat deed ik ook, met longontstekingen als gevolg. In het begin van mijn carrière heb ik wel getwijfeld of ik het wel kon, topsport met mijn longen.”

K: “En nu train je voor je vierde Olympische Spelen!”

N: “Dat is nu de ultieme uitdaging: nog één keer shinen als mama op De Spelen in Parijs. Daarna is het klaar. De balans vinden tussen trainen en het moederschap is weleens lastig. Ik train vijf dagen per week 5 á 6 uur op de dag. Die kleine is het allerbelangrijkst, ik wil niets van hem missen. Maar ik wil hem ook laten zien…”

K: “…Dat je nog steeds net zoveel waard bent?”

N: “Ja! Na de bevalling gaat het alleen maar om die kleine, terwijl de topsport een hele egocentrische wereld is. Het ging altijd om mij en nu opeens alleen nog maar om die kleine. Dat vond ik wennen. Ik dacht: ik ben er toch ook nog…”

K: “Haha, maar dat heeft iedere moeder!”

N: “Het moederschap is in die zin ook topsport. Zwaarder zelfs. Ik dacht dat ik wel wat kon handelen, maar het is niet te vergelijken. Ik vind het zo knap wat moeders doen. Het 24/7 aanstaan, het nooit kunnen uitschakelen vind ik heftig.”

K: “Het wordt ook echt niet minder. Zeker niet met drie jongens. Sommige mensen zeggen ‘een derde doe je erbij’. Zo’n onzin! Een vierde zou weer de balans terugbrengen… maar daar begin ik niet aan, haha.”

Nadine: “Ik vind het zo knap wat moeders doen. Het 24/7 aanstaan, het nooit kunnen uitschakelen vind ik heftig.”

N: “Ik las laatst dat drie kinderen het meest stressvol is…”

K: “Rustig is het niet, haha. Ik ben de hele dag een soort politieagent. Al denk ik dat als je een topsporter of ondernemer bent, zoals ik, je wel makkelijker een groter gezin kan managen of in perspectief kan zien. Je ziet duidelijker wat er wanneer moet gebeuren, bent minder snel van je apropos gebracht. Ik ben nooit een panische moeder geweest, maar merk dat ik bij de derde nog veel rustiger ben. En bewuster: ik moet hiervan genieten, want het is mijn laatste.”

N: “Ik kan beter relativeren sinds ik moeder ben. Heb ik een slechtere training gehad, denk ik: hij is thuis en we gaan zo lekker knuffelen. Dat is toch het állerbelangrijkst.”

#Pampersvoorprematuren

Voor elke Pampers Premium Protection of Harmonie maandbox die verkocht wordt op bol.com tussen 02/10/2023 en 31/12/2023, wordt er 21 cent bijgedragen aan Vrienden UMC Utrecht & Wilhelmina Kinderziekenhuis en aan Care4Neo, met een totale bijdrage van min. €25.000. Op deze manier wil Pampers extra aandacht vragen voor de gespecialiseerde zorg voor premature baby’s en alle ouders de mogelijkheid bieden hun steentje bij te dragen. Meer informatie op samenvoorprematuren.pampers.nl.