Column Mariëtte
Beeld: Getty

Mariette kan het maar niet laten: iedere onschuldige collega, buurvrouw of koffiemevrouw foto’s laten zien van haar fantastische kinderen.

Met een schuin oog keek ik naar mijn mail. ‘Hm-hm’, zei ik, in de hoop dat het nog een tikje geïnteresseerd overkwam, hoewel ik vond dat ik inmiddels wel genoeg interesse had geveinsd. Ik bedoel: het was een drukke dinsdagochtend, het kind was drie en de foto’s en verhalen die mijn kant op werden gevuurd waren niet bijster interessant. De betreffende peuter, volgesmeerd met achtereenvolgens appelstroop, poedersuiker, afwasmiddel, zeepsop en pindakaas (dat laatste zag er echt vies uit, trouwens). Ik wilde zeggen: misschien moet je een slot op je keukenkastjes doen. Maar dat zei ik niet. In plaats daarvan knikte ik zo nu en dan en formuleerde intussen in mijn hoofd het antwoord op de mail die ik vanuit mijn ooghoeken las.

‘Je had erbij moeten zijn’

Ik was kinderloos. En begreep niet waarom de betreffende collega met wie ik eigenlijk maar heel zelden samenwerkte en wiens kind ik nog nooit had gezien, dacht dat ik zin had in een volledige diashow, opgeleukt met anekdotes van de categorie ‘je had erbij moeten zijn’. Ter plekke nam ik me voor, mocht ik ooit kinderen krijgen, nimmer onschuldige collega’s, buren, vrienden of kennissen te vermoeien met dingen die dat toekomstige kind zou doen, laten of zeggen (want mensen die hun kind nadoen, beschouwde ik helemaal als rijp voor een peut of loog. Ja, ik vond er allemaal wat van, hoor).

Mislukt

Het is mislukt. Een paar jaar en de nodige kinderen verder, ben ik precies zo geworden. Een heel enge kinderstalker. Die op onverwachte momenten tevoorschijn springt met een telefoon vol foto’s en filmpjes en ongevraagd zo’n beetje het hele dagboek van haar kinderschare deelt met mensen die daar  – als ik even redeneer als het weldenkende mens dat ik al enige tijd niet meer ben – met geen mogelijkheid blij van kunnen worden (behalve misschien mijn ouders, maar het is dan ook hun rol om alles wat ik doe, maak of voortbreng extreem fantastisch te vinden.

Mijn zendingsdrang loopt de spuigaten uit

Terug van vakantie duwde ik onlangs diverse collega’s een ware fotopresentatie onder de nietsvermoedende neus. Nu vinden zij mijn kinderen vast heel leuk, maar ik kan me in retrospect niet voorstellen dat hun hart oprecht sneller gaat slaan van 51 kiekjes van Nora in een zwembad of dat heel schattige filmpje van Casper die bonjour zegt (en deze moet je ook nog even zien, Casper op een trampoline, o en deze foto van Nora en Casper in hun campingbedjes, en nog één filmpje want Casper wilde niet zwemmen, maar hier ging hij uiteindelijk toch, en…). Toen ik enigszins was uitgeraasd en het allemaal nog eens overdacht bij een cappuccino, realiseerde ik me dat mijn zendingsdrang echt de spuigaten uit begint te lopen. Ik bedoel: wie anders dan de mensen die het dichtst bij mij – en vooral: bij mijn kinderen – staan kunnen oprecht geïnteresseerd zijn in Nora die moet lachen om kiekeboe of Casper die danst op K3? Het probleem is: ik bedenk elke keer pas achteraf dat die mensen wellicht iets anders aan hun hoofd hebben en uitsluitend uit beleefdheid toestemmen met een filmshow van mijn junioren.

Niet meer doen

Dat moest anders, besloot ik. Gewoon ‘goed’ antwoorden als iemand informeert hoe het met mijn kinderen gaat, niet meteen het bewijs op tafel leggen als het meisje bij de bakker vraagt of Casper al kan praten (wat hij natuurlijk net op dat moment niet doet, maar hé, ik heb toevallig 326 filmpjes die het tegendeel bewijzen).

Een leuk voornemen, dat wel. En ik probeer het echt. Maar vanochtend duwde ik toch weer Ria van de kantoor-koffiebar een filmpje onder haar neus. Ik kwam alleen maar een latte halen. Ik geloof dat er iets nog niet helemaal goed gaat. Zendingsdrang is een hardnekkige aandoening.

Mariëtte Middelbeek (33) is chef redactie van Kek Mama en moeder van Casper (2) en Nora (6 maanden). Voor kekmama.nl blogt ze iedere week.

#ZonZeeStress? Kek Mama lezen helpt. Neem nu een abonnement met superkorting: 3 nummers voor € 9,95 

 

harde werker en moeder
Beeld: Pexels

Als advocaat staat blogger Candace Alnaji vrouwen bij die gediscrimineerd worden op de arbeidsmarkt omdat ze zwanger zijn of kinderen hebben. ‘Hun kansen worden ontnomen omdat ze het lef hadden om een kind ter wereld te brengen.’

‘Maar je kunt heel goed én een harde werker én moeder zijn’, schrijft ze op Scary Mommy.
 

Identiteit

Candace las een essay van een zwangere vrouw, waarin zij uitlegde dat zij zichzelf geen ‘moeder’ zou gaan noemen. De reden: ze wilde niet dat haar identiteit als moeder de rest van haar leven zou overschaduwen. ‘Inmiddels heeft ze een baby en beschrijft ze zichzelf in haar blogs nog steeds niet als moeder’, zegt Candace. ‘Daar is niets mis mee - iedereen moet zichzelf op zijn eigen manier uiten. Maar als ik een blog schrijf, zal ik mezelf altijd moeder noemen.’

 

Lees ook:
'Het moederschap staat gelijk aan 2,5 fulltime baan' >

 

Discriminatie

Candace is advocaat op het gebied van arbeidsdiscriminatie. ‘Voordat ik kinderen kreeg’, vertelt ze, ‘vertegenwoordigde ik moeders. Zij werden door hun werkgevers gediscrimineerd op basis van hun status als moeder. Ze werden lastig gevallen omdat ze een miskraam hadden of omdat ze leden aan een postnatale depressie.’ Sinds Candace zelf kinderen heeft, kan ze hun pijn en frustratie heel goed voorstellen. ‘Veel moeders worden hun kansen ontnomen – gewoon omdat ze het lef hadden om een kind ter wereld te brengen en vervolgens blijven werken.’
 

‘Moeder én goede werker’

Volgens Candace is het belangrijk om de huidige en toekomstige generatie vrouwen te laten zien dat je heel goed een moeder én iets anders kunt zijn. ‘Het moederschap vormt een heel groot deel van je identiteit’, legt ze uit, ‘maar daarnaast kun je ook een goede werker zijn. We hebben vrouwen nodig die zeggen: ‘Ik ben advocaat en ook een moeder. Ik ben verpleegster en ook een moeder.’ Dus of ik nou tachtig of twaalf uur per week werk, ik zal in mijn blogs altijd schrijven dat ik een advocaat, schrijfster én moeder ben.’


 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

bankrekening heimwee
Beeld: Pexels

Trine (37, traffic-manager zonder baan) is getrouwd met fysiotherapeut Abel en moeder van Svetta (5) en Lars (2). 

“Toen ik op mijn 21ste naar Nederland kwam om te studeren, was ik vast van plan om na vier jaar terug te keren naar Zweden. Daar woonde ik met mijn ouders, broertjes en zus vijftien kilometer onder Stockholm en had een hechte vriendinnengroep. Ik was echt een buitenmeisje: ’s winters stond ik ieder weekend op de latten.

 

Steeds meer een Nederlandse

Die vier jaar werden er veertien en ze vlogen om. Ik miste mijn familie, maar vond in Abel de liefde van mijn leven en raakte verknocht aan fietsen door Amsterdam. En aan jullie gezelligheid – de cafés op iedere hoek van de straat, het barbecueën met de buren. Ik was steeds meer een Nederlandse geworden.

 

Kon het beter? Ja, voor mij

Hoe erg, dat ontdekte ik pas toen we een half jaar geleden met ons gezin naar Zweden vertrokken. Abel zat al een jaar zonder werk – bij onze hypotheekverstrekker waren we al ondergebracht bij de afdeling Intensief Beheer – toen een oud-­collega hem op een vacature in een gezondheidspraktijk in het zuidoosten van Zweden attendeerde. Hij een goede baan, ik terug naar mijn geboorteland, waar mijn ouders ook eens konden ontdekken wie hun kleinkinderen nu eigenlijk waren. Hun zomerhuisje ligt een uur rijden van het dorp waar wij wonen. Kon het beter? Eh, ja dus, voor mij.
 

Lees ook
'Er komt nu echt een eind aan ons leven in Málaga' >

 

Ik vind het hier zo stil

Abel en de kinderen vonden al heel snel hun draai. In zes maanden tijd hebben we onze schuld van € 17.000 al teruggebracht tot zo’n € 5000. Ons typisch Zweeds rood houten huis met sauna is fantastisch. In Amsterdam moest ik de buggy aan een haak in het trappenhuis hangen, hier struikel ik nog niet over dertig paar schoenen. Als de kinderen in Amsterdam buiten wilden spelen, moesten we het halve huis, inclusief onszelf, de straat op sjouwen. Hier roep ik vanaf de veranda dat ze uit hun boomhut moeten komen. Maar… ik vind het hier zo stíl.

 

De banen liggen niet voor het oprapen

Ik vrees dat ik een stadsmeisje ben geworden. Ik had nooit gedacht dat ik mijn benedenbuurvrouw Ali, die de term ‘lang van stof’ heeft uitgevonden, zou gaan missen, maar ik doe het toch. Ik heb al wat sollicitaties achter de rug, maar in mijn branche liggen de banen hier niet voor het oprapen. Het blijkt ook niet makkelijk het contact met mijn vroegere vriendinnen op te warmen. Logisch natuurlijk, ik heb hun mijlpalen gemist, zij die van mij.

 

Ophouden met desperate housewifegedrag

Laatst viel Abel tegen me uit: ik moest eens ophouden me als een desperate housewife te gedragen en proberen er het beste van te maken. Dat had hij toch ook gedaan het afgelopen jaar? Hij heeft gelijk, natuurlijk. Ik voel me schuldig. Naar hem en mijn familie – hun nabijheid is blijkbaar niet voldoende om me gelukkig te maken. Ik heb me nu aangemeld bij een hardloopgroepje. En ik werk sinds kort twee dagen in een brocantewinkel in het dorp. Als ik heel eerlijk ben: ik tel de maanden af tot Abels contract afloopt en we terug kunnen naar het land waar ik me thuis ben gaan voelen. Nog 23 te gaan.” 
 

Dit artikel staat in Kek Mama magazine en is al een keer eerder gepubliceerd.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >