Helene van Santen is hoofdredacteur van Kek Mama. Ze woont samen met Navin en hun zoontjes Milo en Oliver.
Lees verder onder de advertentie
Ik heb heimwee. Naar een land waar ik niet woon. Al sinds ik een klein meisje was, kom ik minstens één keer per jaar in Frankrijk. Meestal op zomervakantie, maar ook regelmatig op stedentrip naar Parijs, Nice of Cannes. Van alle steden op deze aardbol is Parijs mijn favoriet. De statige gebouwen, de verwarmde terrassen, de prachtige taal, het lekkere eten, de trendy winkels, de vibe van een échte metropool…
Lees verder onder de advertentie
Het c-woord
Mijn jaarlijkse dosis Frankrijk stond al gepland: in juli zou ik met vrienden naar Parijs gaan en in augustus naar Zuid-Frankrijk met mijn gezin. Maar ja, het c-woord, hè. Dacht ik voorheen bij een c-woord vooral aan croissants, nu is het toch echt corona. En dus heeft Parijs deze zomer plaatsgemaakt voor Amsterdam (mijn eigen huis) en Zuid-Frankrijk voor Zandvoort.
Ik zit nu, terwijl ik dit editorial schrijf, op het terras van ons gehuurde Zandvoortse appartement. En ik moet zeggen: het is heerlijk. Een vakantie in eigen land is echt zo gek nog niet. Het zonnetje schijnt, de kinderen spelen op het brede zandstrand en ik heb al bijna mijn eerste boek uitgelezen. Ook al zijn we niet ver van huis: het voelt écht als vakantie. Vanmorgen werd ons ontbijt in een picknickmand voor de deur gezet (hoe leuk!), met daarin: croissants. Als we niet naar Frankrijk kunnen, halen we Frankrijk gewoon naar Zandvoort.
Een zwangerschap terwijl je huwelijk net is stukgelopen, zet alles op zijn kop. Als vervolgens blijkt dat je niet één, maar drie baby’s verwacht, wordt die nieuwe werkelijkheid nog veel groter. Kim maakte het mee en werd midden in haar scheiding moeder van een eeneiige meisjesdrieling.
Wendy is trotse mama van een dochter (16) en een zoon (9). Hun gezinsleven is een heerlijke, soms chaotische mix van liefde en mooie momenten. Die deelt ze graag, ook de uitdagingen die op ons pad komen. Je volgt ons op Instagram.
Je vraagt je kind om zijn kamer op te ruimen en een halfuur later is er… precies niets gebeurd. Behalve dat er inmiddels nóg meer Lego op de vloer ligt. Herkenbaar? Misschien kun je de sterren de schuld geven.
Een buur helpen als ze een keer omhoogzit met de opvang? Natuurlijk. Maar bij Babette lijkt haar behulpzaamheid inmiddels iets te vanzelfsprekend te zijn geworden. Ze heeft zelf een dochter van zes, maar krijgt op maandag regelmatig twee extra kinderen over de vloer. Zonder dat haar buurvrouw eerst vraagt of dat eigenlijk wel uitkomt.
“Waar zijn de kinderen eigenlijk?” Een vraag waarbij veel ouders tegenwoordig acuut hun telefoon zouden pakken. In de jaren zeventig en tachtig was het antwoord regelmatig: ergens buiten. Geen gps-horloge, geen WhatsApp en al helemaal geen ouder die iedere twintig minuten informeerde of alles nog goed ging. Als je maar thuis was voor het eten.