Je kind vertellen dat het slim is? Onderzoek laat zien waarom dat juist averechts kan werken

dyslexie lezen voorlezen jongetje met bril lachend in bed met boek Beeld: Getty Images
Mandy Heilig
Mandy Heilig
Leestijd: 6 minuten

‘Wat ben jij toch slim!’ Het is een compliment dat je als ouder waarschijnlijk regelmatig geeft wanneer je kind een moeilijke puzzel oplost, een goed cijfer haalt of ineens weet hoeveel 7 x 8 is. Toch laat nieuw onderzoek zien dat zo’n compliment onverwachte gevolgen kan hebben.

Lees verder onder de advertentie

Jonge kinderen zouden er zelfs eerder door kunnen gaan valsspelen.

Wat jij zegt, doet ertoe

Als een kind iets goed of juist niet goed doet, leggen ouders en leerkrachten vaak uit waar dat volgens hen door komt. ‘Je hebt zo hard geoefend’, bijvoorbeeld. Of: ‘Jij bent hier gewoon heel goed in’. Wetenschappers noemen zulke verklaringen attributies. Grofweg schrijven we succes of falen toe aan vier dingen: aanleg (‘je bent slim’), inzet (‘je hebt hard gewerkt’), geluk (‘je had mazzel’) of de moeilijkheid van de opdracht (‘de toets was makkelijk’).

Lees verder onder de advertentie

Klinkt vrij onschuldig, maar de verklaring die een kind krijgt, kan invloed hebben op hoe het zich over een prestatie voelt én hoe het later met nieuwe uitdagingen omgaat. Zeker wanneer die boodschap komt van iemand die het kind vertrouwt, zoals een ouder of leerkracht.

Experiment

Voor nieuw onderzoek, uitgevoerd in China en gepubliceerd in het Journal of Educational Psychology, bekeken wetenschappers hoe kinderen van vijf en zes jaar reageren op verschillende soorten feedback. In twee experimenten deden in totaal 210 kinderen uit stedelijke middenklassegezinnen mee. Eerst kregen ze een eenvoudige telopdracht, zodat de kans groot was dat ze succes zouden ervaren.

Lees verder onder de advertentie

Daarna kregen sommige kinderen te horen waarom ze het volgens de onderzoeker zo goed hadden gedaan. De ene groep hoorde dat ze slim waren, een andere groep dat ze hard hadden gewerkt, weer een andere dat ze geluk hadden gehad of dat de vragen makkelijk waren. Ook was er een groep die helemaal geen verklaring kreeg.

De echte test

Vervolgens kwam de echte test. De kinderen kregen een nieuwe opdracht waarbij ze zoveel mogelijk antwoorden goed moesten hebben. De onderzoeker verliet de ruimte en de kinderen kregen de mogelijkheid om stiekem te spieken. Daar werd het interessant.

Van de kinderen die vlak daarvoor te horen hadden gekregen dat ze slim waren, speelde 64,3 procent vals. Bij kinderen die te horen kregen dat ze geluk hadden gehad, was dat 38,1 procent. Van de kinderen die werden geprezen om hun harde werk speelde 35,7 procent vals en in de groep zonder verklaring eveneens 35,7 procent. Bij kinderen die hoorden dat de eerdere opdracht makkelijk was, lag het percentage op 21,4 procent.

Lees verder onder de advertentie

De onderzoekers denken dat het compliment ‘jij bent slim’ extra druk kan creëren om dat beeld ook bij de volgende opdracht waar te maken.

Waarom

Voor je nu denkt dat je een kleine fraudeur hebt rondlopen omdat je kleuter weleens stiekem spiekt: valsspelen komt bij jonge kinderen heel vaak voor. Dat heeft onder andere te maken met impulscontrole en zelfregulatie, vaardigheden die op deze leeftijd nog volop in ontwikkeling zijn. In sommige experimenten met zogenoemde temptation tasks speelt meer dan 90 procent van de kinderen tussen de drie en vijf jaar vals.

Lees verder onder de advertentie

Een bekend experiment? Een kind krijgt te horen dat er speelgoed in een doos zit, maar mag absoluut niet kijken terwijl de volwassene even de kamer uit is. Je voelt hem waarschijnlijk al aankomen: voor veel peuters en kleuters is die verleiding simpelweg te groot.

Naarmate kinderen ouder worden, gaan ze bovendien steeds bewustere afwegingen maken. Wat levert valsspelen op? Hoe groot is de kans dat iemand het merkt? En wanneer vinden ze valsspelen eigenlijk wel of niet acceptabel? Het nieuwe onderzoek voegt daar nog iets aan toe: ook de manier waarop volwassenen over prestaties praten, kan mogelijk een rol spelen.

Niet het beste compliment

Als je zegt dat je kind slim is, geef je niet alleen een compliment over wat het op dat moment heeft gedaan. Je zegt eigenlijk iets over wie je kind is. Precies daar kan de druk ontstaan. Een kind dat regelmatig hoort dat het slim is, kan het gevoel krijgen dat het dat beeld moet blijven waarmaken. Een moeilijke opdracht wordt dan ineens spannend. Want wat als het niet lukt? Ben je dan nog steeds slim?

Lees verder onder de advertentie

Eerder onderzoek naar intelligentiepraise laat zien dat kinderen hierdoor bijvoorbeeld moeilijke taken kunnen gaan vermijden of eerder kunnen opgeven. Valsspelen kan een andere manier zijn om toch die succesvolle, ‘slimme’ versie van zichzelf overeind te houden. Dat betekent overigens niet dat één enthousiast ‘wat ben jij slim!’ meteen desastreuze gevolgen heeft. Het onderzoek laat een verband zien binnen een specifieke experimentele situatie en een specifieke groep jonge kinderen. Maar het is wél een goede reminder dat de manier waarop we complimenten geven ertoe kan doen.

Wel zeggen

Je hoeft echt niet voortaan met samengeknepen lippen naast je trotse kleuter te zitten. Complimenten mogen gewoon. Maar je kunt wat vaker benoemen wat je kind deed, in plaats van een etiket te plakken op wie je kind is. Dus in plaats van:‘’Wat ben jij slim!’’ kun je bijvoorbeeld zeggen: ‘’Je hebt hier echt goed voor geoefend.’’ Of: ‘‘Ik zag dat je bleef proberen toen het moeilijk werd.’’ Of: ‘‘Hé, je hebt een andere manier geprobeerd en toen lukte het!’’

Lees verder onder de advertentie

Daarmee leg je de nadruk op dingen waar een kind zelf invloed op heeft, zoals oefenen, doorzetten en een andere aanpak kiezen. Ook daar hoort trouwens een kleine kanttekening bij. Onderzoek laat zien dat complimenten over inzet niet automatisch tot betere leerprestaties leiden. Het is dus geen magische opvoedhack waarbij je simpelweg ‘slim’ vervangt door ‘hard gewerkt’ en klaar bent.

Valsspelen voorkomen

Wil je specifiek voorkomen dat je kind spiekt of vals speelt, dan zijn er verrassend eenvoudige dingen die kunnen helpen. Onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat jonge kinderen minder vaak valsspelen wanneer je ze vooraf expliciet vraagt eerlijk te zijn. Ook positieve boodschappen over eerlijk en goed gedrag kunnen helpen. Logisch ook: jonge kinderen zijn nog volop aan het ontdekken welke regels er gelden en welk gedrag iets oplevert. Winnen voelt fijn. Een goed antwoord geven ook. Maar merken dat papa, mama of de juf trots is omdat je eerlijk bent? Dat telt óók.

Lees verder onder de advertentie

Dus de volgende keer dat je kind trots met een tekening, puzzel of toets voor je neus staat, hoef je ‘wat ben jij slim’ echt niet angstvallig in te slikken. Maar misschien is het nog waardevoller om te benoemen wat je zag gebeuren: de moeite, de aanpak, het doorzetten of simpelweg het plezier. Want uiteindelijk wil je niet alleen dat je kind denkt: ik ben slim. Je wilt vooral dat het leert: ik kan proberen, fouten maken, opnieuw beginnen en eerlijk zijn als iets even niet lukt.

Bron: the conversation

Voeg ons toe als voorkeursbron

Meest bekeken

Facebook Twitter Whatsapp E-mail