Agnes gaf haar zoon pas op zijn 13e een telefoon: ‘Hoezo moet je bereikbaar zijn in groep 5?’

telefoon Beeld: Getty Images
Jorinde Benner
Jorinde Benner
Leestijd: 5 minuten

Een mobiele telefoon, die heeft een kind toch niet nodig, vindt de een. Buitenspelen zal ie, en boeken lezen. Juist wel, vindt de ander. Een mobiel is namelijk hartstikke educatief, en nog veilig ook.

Lees verder onder de advertentie

Agnes (47) is verzorgende IG, getrouwd met Bert en moeder van Tijn (14) en Imme (8): “Op zijn dertiende verjaardag, een week voordat hij naar de brugklas ging, gaven Bert en ik onze oudste zoon Tijn zijn eerste mobiele telefoon cadeau. Een refurbished exemplaar, we houden van recycling, maar in nieuwstaat. Tijn keek ernaar, bedankte ons uitbundig, en legde hem zonder hem uit de verpakking te halen aan de kant. Was het goed als hij nu eerst met zijn zusje een potje Jenga speelde, dat hij ook net had gekregen?

Lees verder onder de advertentie

Tijn heeft zijn hele leven niet omgekeken naar schermen, laat staan naar mobieltjes. Zelfs televisie heeft hem nooit echt geboeid – al helpt het dat we er tot zijn achtste geen in huis hadden. We lieten hem gericht naar het Jeugdjournaal kijken, verder taalde hij er niet naar.

Liever buiten

Wanneer we op een terras zaten, of elders waar Tijn zich even gedeisd diende te houden, hield hij zich vanaf het moment dat hij zelfstandig kon zitten bezig met een pak kleurpotloden en een kladblok, of kletste rond een jaar of vijf gewoon gezellig met ons mee. Hoewel hij een jaar extra kleuterde omdat hij sociaal-emotioneel wat jong was tegen zijn zesde, kon hij zich al op jonge leeftijd sterk uitdrukken en goede grappen maken. Verbijsterd keek ik soms toe hoe aan andere tafeltjes kinderen al een mobiel in hun handen gedrukt kregen voordat de ouders nog maar zaten. Of zag ik in de speeltuin een groepje kinderen van een jaar of zeven op een bankje klitten om filmpjes te kijken op een mobiel, terwijl Tijn ondersteboven aan het klimrek hing.

Lees verder onder de advertentie

Nog altijd is Tijn zelden op de bank of zelfs in huis te vinden. We wonen in Zeeland en hebben een grote tuin, die voor Tijn een onuitputtelijke schatkamer is sinds hij kon lopen. Altijd was hij er in de weer met het bouwen van insectenhotels, of ving kikkervisjes in de sloot die ons terrein begrenst. Zijn nagels waren altijd zwart, zijn knieën geschaafd. Die nagels zijn tegenwoordig een stuk schoner, maar nog steeds is Tijn liever actief bezig dan dat hij naar een schermpje staart. Als ik hem een berichtje stuur om te vragen hoe laat hij thuis is, krijg ik nooit antwoord. En waar zijn klasgenoten in het weekend afspreken via Snapchat, gaat Tijn liever naar scouting, of klust in de gereedschapsschuur die hij sinds twee jaar deelt met zijn vader. Hij heeft niet eens Snapchat.

Het interesseerde hem niet

Ik ben niet per se tégen mobiele telefoons. Ik vind het belangrijk dat jongeren wijs worden op het gebied van social media en realiseer me dat een mobiel tegenwoordig de eerste lifeline is die ze hebben. Dat géén mobiel hebben kan leiden tot sociaal isolement, niet alleen omdat ze niet bereikbaar zijn, maar dan ook een groot deel van de belevingswereld van hun leeftijdsgenoten missen. Maar hallo, dat geldt toch niet als ze zeven zijn?

Lees verder onder de advertentie

Bij ons was wel of geen mobiele telefoon nooit een discussie, omdat het Tijn gewoon niet interesseerde. Onze dochter Imme vraagt er wel al geregeld om. De helft van haar vriendinnen heeft een telefoon, waarop ze Tiktok-dansjes kijken en sporadisch appen. Tja, we hebben een gezinslaptop waarop ze óók op internet kunnen, het is niet dat ik het verbied. Ik zie alleen het nut niet van altijd bereikbaar zijn in groep 5. Of als je 47 bent en werkt trouwens, maar dat terzijde – ik gebruik mijn mobiel ook alleen maar om af en toe te appen. Als Imme met een vriendinnetje wil afspreken, kan dat op school, of door te bellen met mijn telefoon. En als ze buitenspelen, spelen ze buiten. Ze weet waar ze mag komen en waar niet, dat hoef ik niet te controleren. Zo ging dat bij ons vroeger toch ook? Ja, ja, ‘er gebeuren tegenwoordig zulke enge dingen’, hoor ik mijn vriendinnen dan zeggen, maar vroeger waren er ook al kinderlokkers en eerlijk gezegd vind ik de gevaren op social media vele malen groter dan in de natuur rond ons huis.

Lees verder onder de advertentie

Als ze 12 wordt, praten we verder

Ik merk wel dat Imme de sociale druk om mee te doen met de rest als veel groter ervaart dan haar broer. Tijn is nu eenmaal een eigenheimer. Hij heeft een aantal goede vrienden, maar die zijn ook nooit met hun mobiel in de weer. Ik hoor ze hooguit soms een paar seconden bellen met wat onbegrijpelijke grommen over en weer, en dan staat een halfuur later een vriend voor de deur om een spelletje te komen doen of hout te zagen voor de vuurkorf. Imme speelt sinds kort Pokémon Go, en dan moet ze altijd meeliften op de telefoon van haar vriendinnetje. Toch vind ik ook dat geen reden om te zwichten, ook al spelen ze dan wel buiten. Als ze twaalf wordt en naar de middelbare school gaat, praten we verder. Dat is grofweg ook de richtlijn van de overheid. Onze kinderen moeten de rest van hun leven nog genoeg ‘aan’ staan; ze zullen hun telefoonloze tijd nog missen.”

Lees verder onder de advertentie

Als er één ding is dat de relatie tussen ouders en hun tiener perfect samenvat, is het wel… de smartphone. Voor jou betekent dat ding vaak stress: Wat doen ze daarmee? Waarom leggen ze ’m nooit weg? Hoe kan ik ooit concurreren met een lichtgevend scherm? Je leest het hier.

Dit artikel las je eerder in Kek Mama Next Generation.

Lees verder onder de advertentie

Meest bekeken

Facebook Twitter Whatsapp E-mail