Als je zwanger bent, krijg je er vaak rond week zes voor het eerst écht mee te maken: misselijkheid. Maar zegt dat nou écht iets over het geslacht van je baby?
Lees verder onder de advertentie
Hoewel we allemaal weleens hebben gehoord dat je van een meisje zieker zou worden, blijkt daar misschien toch meer waarheid in te zitten dan gedacht.
Een nieuwe analyse van meer dan 1,8 miljoen symptoomregistraties uit de What to Expect-zwangerschapsapp laat zien dat ouders die een meisje verwachten vaker last hebben van misselijkheid en overgeven dan van een jongen. Van de 67 zwangerschapsklachten die onderzocht werden, was dit zelfs het grootste verschil tussen beide geslachten.
Lees verder onder de advertentie
Meer hormonen, meer misselijkheid?
Volgens de onderzoekers heeft dat waarschijnlijk te maken met het hormoon hCG, oftewel human chorionic gonadotropin. Dat is hetzelfde hormoon dat een zwangerschapstest positief laat uitslaan. Bij zwangerschappen van meisjes liggen die waardes gemiddeld iets hoger, en dat zou misselijkheid kunnen versterken. De onderzoekers schrijven daarover: “Moeders die een meisje verwachten, hebben 3,2% meer kans op misselijkheid of overgeven dan moeders die een jongen verwachten. Dit was het sterkste statistische verschil van de 67 onderzochte zwangerschapssymptomen.” Toch betekent dit natuurlijk niet dat je gegarandeerd een meisje krijgt zodra je boven de wc hangt. Het verschil is namelijk relatief klein: 3,2 procent. Interessant dus, maar zeker geen waterdichte voorspeller voor de kleur van de babykamer.
Wat dit onderzoek opvallend maakt, is de manier waarop de gegevens verzameld zijn. Bij eerdere onderzoeken wisten onderzoekers vaak al wat het geslacht van de baby was, wat invloed kan hebben gehad op de uitkomsten. In dit geval registreerden de deelnemers hun klachten al vroeg in de zwangerschap, nog voordat het geslacht bekend was. Daardoor zouden de resultaten betrouwbaarder zijn dan eerdere onderzoeken.
Lees verder onder de advertentie
Een eeuwenoude theorie
Opvallend genoeg bestaat het idee al ontzettend lang. Zelfs Hippocrates schreef er eeuwen geleden al over in zijn medische teksten. Dat een eeuwenoude zwangerschapstheorie nu deels wordt ondersteund door moderne data, maakt het voor veel mensen extra interessant. Tegelijkertijd benadrukken onderzoekers dat zwangerschappen enorm van elkaar verschillen. Sommige zijn nauwelijks misselijk, terwijl anderen te maken krijgen met ernstige zwangerschapsmisselijkheid, waarvoor medische hulp nodig kan zijn. Of je nu zwanger bent van een jongen of meisje: je klachten zeggen uiteindelijk nooit alles.
Lees verder onder de advertentie
Of het een jongen of meisje wordt, zwangerschapsmisselijkheid is nooit fijn. Wil je weten wat je ertegen kunt doen? Je leest het hier.
Natuurlijk hoop je dat je kind later een beetje aardig is voor de mensen om zich heen. Dat-ie iemand helpt die valt, niet voordringt bij de bakker en ooit uit zichzelf zijn broer of zus een koekje aanbiedt. Dat laatste is misschien wat ambitieus. Maar hoe leer je een kind eigenlijk om vriendelijk en empathisch […]
Toen we de naam van onze zoon bekendmaakten, waren mijn ouders niet bepaald enthousiast. Vooral de buitenlandse uitspraak vonden ze maar overdreven. Ik dacht dat ze er vanzelf aan zouden wennen. Inmiddels is mijn zoon vier en spreken opa en oma zijn naam nog steeds anders uit.
Kinderen hebben niet veel nodig om zich urenlang te vermaken. Geef ze een lege doos en ze bouwen een huis. Een oude deken wordt een tent, een pollepel een microfoon en een wc-rolletje is binnen drie seconden een verrekijker. En soms hebben ze aan een zolder genoeg.
Erica’s dochter heeft een half jaar verkering met een jongen die ze tijdens de vakantie heeft ontmoet. Ze zijn allebei vijftien en stapelgek op elkaar. Alleen woont hij anderhalf uur verderop. Daarom wil ze bij hem blijven slapen. Erica vindt dat prima, maar haar man denkt daar héél anders over.
Je ouders konden ontzettend veel van je houden en je tóch niet altijd geven wat je emotioneel nodig had. Volgens psychologen kunnen de gevolgen daarvan zelfs als volwassene nog merkbaar zijn. En soms zit dat in kleine dingen.
Opa en oma die een studiepotje openen, het collegegeld betalen of zo nu en dan wat toestoppen: het is natuurlijk hartstikke fijn als het kan. Maar financiële hulp van grootouders kan volgens nieuw onderzoek ook écht verschil maken.