Zoon van familie Verleg uit Een Huis Vol opgenomen in het ziekenhuis
De familie Verleg, bekend van Een Huis Vol Emigreert, verruilde Nederland voor een nieuw leven in Spanje en leek daar helemaal op hun plek.
Werk, kinderen, opvang: het is al een logistieke puzzel op zich. Als er dan ineens berichten opduiken dat ’te veel opvang’ slecht zou zijn voor je kind, voel je ’m even binnenkomen.
Maar voordat je jezelf meteen een schuldgevoel aanpraat: de werkelijkheid zit (gelukkig) een stuk genuanceerder in elkaar.
Een groot Australisch onderzoek, het First Five Years-project, volgde maar liefst 274.000 kinderen en keek naar hoe zij zich ontwikkelden in hun eerste schooljaar. Kinderen die 40 uur of meer per week naar de opvang gaan, zijn iets vaker ‘ontwikkelingskwetsbaar’. Maar kinderen die helemaal geen opvang hebben gehad, scoren juist het slechtst.
Klinkt heftig, maar dat betekent niet meteen dat er iets mis is met een kind. In het onderzoek gaat het om kinderen die in de laagste 10 procent scoren op bijvoorbeeld:
Geen diagnoses dus, maar meer een momentopname van hoe een kind ervoor staat.
Gemiddeld zitten kinderen zo’n 34 uur per week in de opvang.
Maar hier komt de nuance: dat verschil is klein en niet overal zichtbaar. Alleen bij sociale en emotionele ontwikkeling zie je een lichte dip bij meer uren. Op andere vlakken maakt het amper uit. En het meest opvallende is dat kinderen zonder opvang het slechtst scoren: maar liefst 37 procent valt in die kwetsbare categorie.
Kinderen die wel naar opvang gaan, ontwikkelen zich over het algemeen beter dan kinderen die dat niet doen. Zeker voor kinderen uit gezinnen waar minder middelen zijn, maakt opvang echt een verschil. Maar wat evengoed meeweegt is de kwaliteit van de opvang, de thuisomgeving en sociaaleconomische factoren.
Focus je dus niet op een strak urenplafond wat betreft de kinderopvang, maar op het totaalplaatje. Denk aan:
En qua opvang:
Maar hoe bepaal je de juiste kinderopvang voor je kind? Je leest het hier.
Beluister onze nieuwste podcast-aflevering hieronder!
Bron: