Krijg je één kind, dan heb je recht op zestien weken zwangerschapsverlof. Maar verwacht je een tweeling, dan heb je langer vrij. Hoe dat precies zit, lees je hier.
Lees verder onder de advertentie
Zwangerschapsverlof
Vrouwen die zwanger zijn, kunnen vier tot zes weken vóór hun uitgerekende datum met verlof. Die regeling geldt als ze één kind verwachten. Vrouwen die zwanger zijn van een tweeling of meerling, kunnen al tien tot acht weken voorafgaand aan hun uitgerekende datum met verlof. Dat betekent dat je dus stopt met werken tussen de 30e en 32e week van je zwangerschap.
Lees verder onder de advertentie
Bevallingsverlof
Bij een meerlingzwangerschap duurt je bevallingsverlof, dat één dag na de bevalling start, tien weken. De totale duur van je verlof is dus twintig weken (tot 1 april 2018 was dat nog zestien weken).
Neem je minder dan tien weken zwangerschapsverlof op, dan tel je dat op bij je bevallingsverlof. Dus stel je stopt met werken acht weken voorafgaand aan je uitgerekende datum, dan tel je twee weken op bij je bevallingsverlof (is twaalf weken). Hetzelfde geldt als je eerder bevalt dan de uitgerekende datum. De gemiste dagen van je zwangerschapsverlof tel je dan op bij je bevallingsverlof. Beval je juist later? Dan wordt je bevallingsverlof niet korter.
Lees verder onder de advertentie
Uitkering
Tijdens je verlof en na de bevalling ontvang je een zwangerschaps- en bevallingsuitkering. Dat is geregeld in de Wet arbeid en zorg (WAZO). Ook als je een meerling verwacht, of niet in loondienst bent maar als zelfstandige werkt, heb je recht op deze uitkering. Je leest hier hoe je de uitkering aanvraagt.
Natuurlijk hoop je dat je kind later een beetje aardig is voor de mensen om zich heen. Dat-ie iemand helpt die valt, niet voordringt bij de bakker en ooit uit zichzelf zijn broer of zus een koekje aanbiedt. Dat laatste is misschien wat ambitieus. Maar hoe leer je een kind eigenlijk om vriendelijk en empathisch […]
Toen we de naam van onze zoon bekendmaakten, waren mijn ouders niet bepaald enthousiast. Vooral de buitenlandse uitspraak vonden ze maar overdreven. Ik dacht dat ze er vanzelf aan zouden wennen. Inmiddels is mijn zoon vier en spreken opa en oma zijn naam nog steeds anders uit.
Kinderen hebben niet veel nodig om zich urenlang te vermaken. Geef ze een lege doos en ze bouwen een huis. Een oude deken wordt een tent, een pollepel een microfoon en een wc-rolletje is binnen drie seconden een verrekijker. En soms hebben ze aan een zolder genoeg.
Erica’s dochter heeft een half jaar verkering met een jongen die ze tijdens de vakantie heeft ontmoet. Ze zijn allebei vijftien en stapelgek op elkaar. Alleen woont hij anderhalf uur verderop. Daarom wil ze bij hem blijven slapen. Erica vindt dat prima, maar haar man denkt daar héél anders over.
Je ouders konden ontzettend veel van je houden en je tóch niet altijd geven wat je emotioneel nodig had. Volgens psychologen kunnen de gevolgen daarvan zelfs als volwassene nog merkbaar zijn. En soms zit dat in kleine dingen.
Toen Louis (3) zijn ouders ervan probeerde te overtuigen dat hij prima zonder zijwieltjes kon fietsen, namen ze hem niet meteen serieus. Toch besloten Joyce en haar man de proef op de som te nemen. Dat pakte totaal anders uit dan verwacht.