Misschien ben je zelf onderdeel van een regenbooggezin, of is homoseksualiteit iets wat veel voorkomt in jullie omgeving. Maar voor veel kinderen is homoseksualiteit een onderwerp dat niet dagelijks op tafel komt. Hoe zorg je er dan voor dat ze er onbevangen mee omgaan? Erover praten is de eerste voorwaarde.
Lees verder onder de advertentie
De grap is: kinderen zijn van nature onbevooroordeeld. Als homoseksualiteit een precair onderwerp wordt, komt dat dus hoogstwaarschijnlijk bij jou of jullie omgeving vandaan. Kinderen vinden iemand lief, of niet. Dat je als meisje ook verliefd kunt worden op een meisje, of als jongen op een jongen, is voor kleine kinderen doodnormaal.
Lees verder onder de advertentie
Toch: hoe ruimdenkend je zelf ook bent, de rest van de wereld is dat niet altijd. Doordat ze er simpelweg nooit mee te maken hebben gehad. Of zelf zijn opgevoed met vooroordelen over homoseksualiteit. Bovendien: in onze maatschappij heerst nog altijd de algemene opvatting dat een gezin uit een vader en een moeder met kinderen bestaat, of hooguit één ouder met kinderen alleen.
Ieder gezin is anders
Gelukkig veranderen de tijden snel en is homoseksualiteit een steeds gangbaarder onderwerp. Alleen, hoe maak je dat nu bespreekbaar met je kind? Om te beginnen: door je kinderen van jongs af aan te leren dat ieder gezin er anders uitziet. Ze hebben vast vriendjes of vriendinnetjes die alleen een moeder of een vader hebben. Of één ouder die veel ouder is dan de andere. Of die opgroeien in een co-ouderschap. Sommige kinderen hebben stiefouders. En anderen hebben twee moeders, of twee vaders, of: allebei.
Lees verder onder de advertentie
Natuurlijk praat je met een kind van vijf niet meteen over het seksuele aspect van homoseksualiteit. Voor hen is het simpelweg logisch dat twee meisjes of twee jongens van elkaar houden. Beaam dat. Wanneer ze iets ouder zijn, kun je ook de vooroordelen bespreekbaar maken. Hoe ga je om met kinderen die ‘homo’ of ‘lesbo’ als scheldwoord gebruiken? Waarom doen ze dat? Hoe ga je daarmee om? Benoem niet alleen wat ‘anders’ is aan homoseksuelen, maar juist wat hetzelfde is, want dat is nog altijd het meeste. Sex is bij de meeste gezinnen een onderwerp dat pas daarna volgt, al wijst onderzoek uit dat ook dat in veel huishoudens nog nauwelijks besproken wordt.
Juist omdat ‘homo’, ook op de basisschool, een veelgebruikt scheldwoord is, is het goed om de benaming gewoon te gebruiken. ‘Homo’ is geen scheldwoord. Het is iets normaals. Al is het natuurlijk niet zo gangbaar als heterorelaties, en dat mag je best benoemen.
Hoe opener je thuis praat over homoseksualiteit, hoe opener je kind er waarschijnlijk ook over is wanneer hij of zij zelf homo- of biseksueel blijkt. Het ene kind komt uit de kast wanneer hij achttien is, of ouder, het andere is er op zijn tiende al over uit.
Vind je het lastig om het onderwerp bespreekbaar te maken, dan zijn er talloze kinderboeken te vinden over het onderwerp. Maar hoe normaler het is voor jou, hoe onbevangener je kind ermee zal omgaan.
Natuurlijk hoop je dat je kind later een beetje aardig is voor de mensen om zich heen. Dat-ie iemand helpt die valt, niet voordringt bij de bakker en ooit uit zichzelf zijn broer of zus een koekje aanbiedt. Dat laatste is misschien wat ambitieus. Maar hoe leer je een kind eigenlijk om vriendelijk en empathisch […]
Toen we de naam van onze zoon bekendmaakten, waren mijn ouders niet bepaald enthousiast. Vooral de buitenlandse uitspraak vonden ze maar overdreven. Ik dacht dat ze er vanzelf aan zouden wennen. Inmiddels is mijn zoon vier en spreken opa en oma zijn naam nog steeds anders uit.
Toen Louis (3) zijn ouders ervan probeerde te overtuigen dat hij prima zonder zijwieltjes kon fietsen, namen ze hem niet meteen serieus. Toch besloten Joyce en haar man de proef op de som te nemen. Dat pakte totaal anders uit dan verwacht.
Kinderen hebben niet veel nodig om zich urenlang te vermaken. Geef ze een lege doos en ze bouwen een huis. Een oude deken wordt een tent, een pollepel een microfoon en een wc-rolletje is binnen drie seconden een verrekijker. En soms hebben ze aan een zolder genoeg.
‘Daar praten we niet over waar de kinderen bij zijn.’ Geld was vroeger in veel gezinnen ongeveer net zo’n gezellig gespreksonderwerp als de belastingaangifte.
Niet praten na een ruzie, je kind vergelijken met anderen of nooit toegeven dat je fout zat. Voor veel boomerouders waren bepaalde opvoedgewoontes heel normaal. Volgens deskundigen kunnen sommige daarvan nog jaren doorwerken in de relatie met hun volwassen kinderen.