Vrolijke opvoedtantes Els en Do beantwoorden jullie opvoedvragen met een knipoog. Deze week: gamen.

Mijn zoon van negen zou het liefst de hele dag gamen. Hoe meer tegenstanders worden neergeschoten, hoe beter. Ik vind het maar een onzinnige bezigheid, buitenspelen lijkt me veel gezonder. Waar trek ik de grens?

 

Waardevolle vaardigheden

De tantes mogen weliswaar stokoud zijn, ze hebben niets tegen gamen. Integendeel, kinderen doen er waardevolle vaardigheden mee op. Daar mag ook weleens aandacht voor zijn. Hun hand-oogcoördinatie raakt er bijvoorbeeld enorm door verfijnd. Bij het leger rekruteren ze daarom graag gamers (in dit verband vindt u dat misschien geen aanbeveling, maar wij bedoelen het positief). Probeer maar eens te volgen wat uw zoon met zijn vingers op die toetsen doet. Dat lukt u waarschijnlijk echt niet meer. Prijs uw kind de hemel in. Heb oog voor hoe knap de games in elkaar zitten. Als hij zich begrepen voelt, zal hij eerder van u aannemen dat hij hooguit anderhalf uur per dag mag gamen. Vertel dat tante Els een jongen van achttien kent die altijd mocht gamen van zijn ouders, compleet verslaafd raakte en nu in een kliniek zit om af te kicken.

 

Samen opletten

Na zijn game-tijd stuurt u uw zoon naar buiten om te spelen met een bal, takjes en stenen. De kans bestaat natuurlijk dat hij de bal in de bosjes gooit en linea recta naar vriendjes gaat die langer mogen gamen. Probeer de ouders van die vriendjes op andere gedachten te brengen aan de hand van het griezelverhaal van tante Els. Dan kunt u meteen samen opletten dat de jochies geen bloederige games voor boven de veertien spelen. Dat laatste zal niet altijd lukken in huizen waar oudere broers voorhanden zijn. Dat weet Do uit ervaring: haar zoon heeft als puber ontelbaar veel moorden gepleegd in de parallelle werkelijkheid. Do stond er handenwringend naast: “Je weet toch wel het verschil tussen echte oorlog en dit hè? Je weet toch wel dat het in het echt niet leuk is om mensen dood te schieten?” Hij vond het raar dat ze die link legde, voor hem had dat niets met elkaar te maken. Hij is inmiddels 21 en een uiterst vredelievende student die nog maar zelden gamet.

 

Els en Do zijn geboren voordat de pil was uitgevonden en kwamen ter wereld zonder dat hun ouders daarom hadden gevraagd. Zelf kregen zij heel bewust kinderen en voelen de plicht hen permanent gelukkig te maken. Ze kennen dus twee opvoedingsstijlen van nabij, en blijven onverminderd op zoek naar de gulden middenweg. Mail Els en Do: elsendo@kekmama.nl.

kinderen-met-twee-moeders-of-vaders

Kinderen met homoseksuele ouders groeien even gelukkig, tevreden en goed functionerend op als kinderen uit een gezin met een vader en een moeder. Dat zegt hoogleraar homoseksueel ouderschap Henny Bos.

Door de kinderen te observeren, filmen en vragenlijsten in te laten vullen, zag Bos hoe ze zich gedroegen op school en binnen het gezin. En wat blijkt? Ze voelen zich niet minder gelukkig. Ook vertonen ze niet meer grensoverschrijdend gedrag.

 

'Begrensde acceptatie'

Maar toch kunnen ze volgens de wetenschapper van één ding wel last hebben: de 5 procent die uitgesproken negatief is over homoseksualiteit. Bos: "Er is sprake van een begrensde acceptatie vanuit de maatschappij: enerzijds heb je in Nederland als homo of lesbische vrouw veel vrijheid, maar tegelijkertijd vinden mensen het geregeld vies als twee mannen elkaar zoenen."

 

Lees ook
Vrolijke opvoedtantes Els en Do over opgroeien zonder mannen >

 

'Wie is nou je echte moeder?'

"De samenleving zendt tegenstrijdige boodschappen uit en dat zien we ook terug in ons onderzoek", vervolgt Bos. "Zo krijgt de helft van de kinderen met twee moeders of twee vaders weleens vragen als: wie is nou je echte moeder? Of: mis je dan geen vader?’" Het zou volgens de wetenschapper best kunnen dat kinderen het moeilijk hebben met zulke vragen, maar ouders kunnen hier een belangrijke rol in spelen: "Hoe bereiden zij hun kinderen voor op opmerkingen en reacties vanuit de maatschappij? Ook de zichtbaarheid van andere vergelijkbare gezinnen helpt. Dat kinderen om zich heen zien dat er meer zijn zoals zij."

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >
De juf

Een leerkracht vertelt aan Kek Mama wat ze meemaakt. Deze keer: Juf Annette (41) geeft les aan groep 7.

Dinsdagochtend elf uur, een binnenzwembad op de Veluwe. We zijn met de bovenbouw op kamp. Er zijn maar liefst 75 leerlingen mee. Vorig jaar waren het er vijftig, en toen vond ik al dat het maximum was overschreden. Nu zijn er niet eens meer slaapzalen voor de begeleiders in onze kampeerboerderij. ’s Nachts liggen we met tien leerkrachten en tien ouders op opblaasmatrassen in de ruimte tussen de voordeur en de keuken. Max, de vader van Julia, heeft zich op de plek naast mij weten te wurmen. Hij trakteert me iets te vaak op ongewenste knipoogjes. Gelukkig heb ik een niets onthullende pyjama aan. Maar het slaapt niet lekker.
 

Buikpijn van de spanning

Ik heb al weken buikpijn van de spanning, omdat ik veel verantwoordelijkheden heb. En dan heb ik ook nog de cursus voor bedrijfshulpverlener gevolgd. Wat heeft me bezield? Als dank voor mijn ijver ben ik nu verantwoordelijk voor alle ongelukjes en ongelukken die voorbijkomen.

Ik sta als bhv’er een trapje hoger dan een EHBO’er. Ik kan niet alleen pleisters plakken, tekenbeten behandelen en mitella’s aanleggen, maar ook de stabiele zijligging toepassen, reanimeren en branden blussen.

De andere volwassenen begeleiden gezellig wedstrijden, spelletjes, droppings. Ik zeul erachteraan met mijn EHBO-kist. Gisteren, op dag één, heb ik ontelbaar veel pleisters geplakt, zeven bloedende knieën verbonden, drie hoofdwonden gestelpt en vier teken verwijderd.

Vanochtend viel Elsje (7) uit een boom. Haar enkel zwol op en werd blauw. Een breuk? Ik spoot er een coldspray op. Een van de chauffeurs bracht haar naar de EHBO in de stad.

Ze waren nog niet weg of er klonk gebrul uit de keuken. Keukenhulpje Benjamin (8) had te enthousiast uien gesneden. Uit zijn wijsvinger spoot bloed, het topje lag er bijna af. Ook hij is naar de EHBO. Met een gaasje uit mijn kist.
 

Lees ook
Juf Charlotte (41) wordt gek van de ouders van Fiene >

 

Zwembandjes

Nu zijn we dus in het zwembad. Terwijl zeven leerlingen geen diploma hebben. Die moeten zwembandjes om. Mijn hart slaat een slag over als ik twee paar bandjes aan de kant van het diepe zie liggen. Ik ren naar de badmeester. Samen scannen we de bodem van het bad. Of daar een kind ligt. Dan zie ik de zwemdiplomaloze Hamza en Anouar (beiden 8) van de glijbaan glijden. Zonder zwembandjes. Overspannen roep ik ze naar de kant, sleur ze uit het water en zeg streng: “Of die dingen aan, of ik bind jullie voor de rest van de dag vast op een stoel.”
 

Nog één nacht

Collega Inge belt vanuit het ziekenhuis. Benjamins vinger is gehecht. En Elsjes enkel is niet gebroken, maar wel zwaar gekneusd. Inge brengt ze naar huis. Morgen gaan wij ook. Ik kan niet wachten. Nog één keer douchen onder een lauw, miezerig straaltje. Nog één nacht op mijn slaapmatrasje naast de knipogende Max. Ik snak naar mijn eigen man. En naar mijn eigen bed. En naar een bad van drie uur. En naar de herfstvakantie.


Dit artikel staat in Kek Mama 10-2018.
 

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >