agent dochter wanhoop
Beeld: Unsplash

Kek Mama’s Maureen dacht even met dochter Bo (toen 3) de stad in te gaan. Het liep een beetje uit de hand. En toen kwam ineens de politie eraan te pas.

Even de stad in, bedenk ik op zaterdagmiddag. Ik zoek een decoratie voor in huis en hoop die te vinden bij de bekende winkel met de twee kruiden. Bo mee. Meestal gaat dat goed en verder hoop ik het effect van een kleine ekster in een winkel vol leuke spullen vandaag een beetje te beperken.

More content below the advertising

 

Het moet toch de kaars worden

We beginnen goed. Ik vul mijn mandje en zij volgt mijn voorbeeld, maar ze is tenminste rustig. Vooral de kaarsen vindt ze mooi. De roze kaarsen. Die ik niet mooi vind. En ook zeker niet ga kopen. Hoop ik.

Ik wil wel weer naar huis en ga – heel pedagogisch, vind ik zelf – de onderhandelingen aan. Geen kaarsen, maar hé, kijk eens, wel mooie servetten. Bo vindt dat wel wat en pakt ze gelukkig aan. Voor drie seconden, dan. Tot ze ze aan de kant mikt en het toch die roze kaars moet worden.

 

Vol drama op de grond

Ik heb zomaar het idee dat dit fout gaat en laat het decoratie-plan maar even voor wat het is. Met zachte hand loods ik Bo richting de uitgang, maar dat plan doorziet ze meteen. Ze begint haar beruchte gestamp. Wijs geworden door ervaring voer ik het tempo wat op om haar zo snel mogelijk de winkel uit te hebben, maar daar is ze uiteraard niet van gediend. Snel pluk ik de kaars uit haar handen en kan die nog net terugzetten, voor Bo zich buiten op straat vol drama op de grond werpt. Wat ik ook probeer – haar proberen te kalmeren, vastpakken in de hoop dat ze zich niet bezeert (of haar kleding kapotmaakt), streng optreden – niets helpt. Keer op keer wurmt ze zich los en sprint ze weer de winkel binnen.

 

 

Het zweet staat inmiddels tussen mijn borsten. Je wil natuurlijk niet en plein publique streng zijn en aangezien ik de blikken heus wel op me gericht voel, word ik met de seconde meer onzeker over mezelf als moeder. Ik hoor allemaal opmerkingen. ‘Zo, die kan gillen.’ Ja, bedankt, ik weet het.
 

Lees ook
Dit leerde ik van de peuterpuberteit van mijn dochter >

 

Sorry agent

Tot overmaat van ramp komt op dat moment ook nog een agent aangelopen. Of het allemaal wel goed gaat. Hij kijkt me aan alsof hij vermoedt dat ik dit kind probeer te ontvoeren. Ik heb zin om door de grond te zakken. In plaats daarvan bijt ik hem toe dat hij echt beter even zijn mond kan houden, wat op zichzelf natuurlijk heel gênant is want ik ben nog nooit onvriendelijk geweest tegen een agent. Sorry agent, mijn peuter dreef me éven tot wanhoop.

Natuurlijk staat mijn fiets aan de andere kant van de overvolle winkelstraat. Onverbiddelijk sleep ik de kleine aanstelster mee, terwijl ik de blik van de agent in mijn rug voel prikken. Per stap voel ik me een slechtere moeder. Gefrustreerd trek ik aan Bo’s jas.

Ineens vraag ik me af waar ik mee bezig ben. Ja, ik moet ferm zijn, nee, ik moet niet toegeven. Maar nood breekt wet. Jammer dan, die perfecte opvoeding, het is tijd voor drastische maatregelen. Ik spot een huishoudwinkel en het volgende moment sleep ik mijn hysterische kind mee naar binnen. Hier, roze kaarsen, veel plezier ermee.

 

Hoe doen andere moeders dit?

Even later lopen we naar buiten. Ik voel me bezwaard – waarom kan ik mijn eigen kind niet kalmeren? Hoe doen andere moeders dit? Of laten zij het niet zover komen? Had ik haar meteen de kaars moeten geven? Maar ze moet toch leren dat ze niet alles kan krijgen wat ze hebben wil? Wat doe ik fout?! – maar ook opgelucht.

Thuis krijgt de kaars een prominente plek op de eettafel. Ik probeer er nog iets van een pedagogische aanpak aan te verbinden. ‘De volgende keer zal ik niet zo gillen’, belooft Bo plechtig. Om eraan toe te voegen: ‘Maar wel huilen.’ Nou ja, ik beschouw het maar als een stap vooruit.
 

Deze column is al een keer eerder gepubliceerd.

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >