In de gang, op straat of op het schoolplein: waar je kind ook is, hij dribbelt met de bal aan z’n voet en roept enthousiast dat hij later bij het Nederlands Elftal gaat spelen. Maar vanaf welke leeftijd mag je kind eigenlijk op voetbal?
Lees verder onder de advertentie
Omdat voetbal een sport is voor iedereen – en nog één van de goedkoopste sporten ook – zijn bij de KNVB alle kinderen welkom. Ook kleine kinderen, dus. Er worden wedstrijdjes georganiseerd in de volgende vormen:
Lees verder onder de advertentie
Onder 6 Kinderen vanaf vijf jaar, de zogeheten ‘onder 6-pupillen’, spelen wedstrijdjes op een klein veld met minidoeltjes. Niet met een heel elftal, maar simpel: twee tegen twee.
Onder 7 Kinderen tussen de 6 en 7 jaar, de ‘onder 7-pupillen’, spelen vier tegen vier op een iets groter veld, maar alsnog met minidoeltjes.
Onder 8 / 9 / 10 Is je kind tussen de 7 en 9 jaar, dan speelt hij op een kwart veld met een wat groter doel en zes tegen zes. Er is dan ook een spelbegeleider langs de lijn, die de spelregels uitlegt bij overtredingen.
Onder 11 / 12 Deze categorie speelt op een half veld met acht tegen acht. Er is dan een pupillenscheidsrechter aanwezig die tussen de spelers mee rent.
Proeftraining
Heeft je kind er plezier in om te dribbelen en te scoren, ga dan eens naar een voetbalvereniging in de buurt en vraag een proeftraining aan. Is je kind daarna nog steeds laaiend enthousiast, dan kan hij lid worden en aan zijn skills gaan oefenen. Voetbal is een teamsport, dus je kind leert bovendien samenwerken en omgaan met winst en verlies.
Natuurlijk hoop je dat je kind later een beetje aardig is voor de mensen om zich heen. Dat-ie iemand helpt die valt, niet voordringt bij de bakker en ooit uit zichzelf zijn broer of zus een koekje aanbiedt. Dat laatste is misschien wat ambitieus. Maar hoe leer je een kind eigenlijk om vriendelijk en empathisch […]
Toen we de naam van onze zoon bekendmaakten, waren mijn ouders niet bepaald enthousiast. Vooral de buitenlandse uitspraak vonden ze maar overdreven. Ik dacht dat ze er vanzelf aan zouden wennen. Inmiddels is mijn zoon vier en spreken opa en oma zijn naam nog steeds anders uit.
Kinderen hebben niet veel nodig om zich urenlang te vermaken. Geef ze een lege doos en ze bouwen een huis. Een oude deken wordt een tent, een pollepel een microfoon en een wc-rolletje is binnen drie seconden een verrekijker. En soms hebben ze aan een zolder genoeg.
Erica’s dochter heeft een half jaar verkering met een jongen die ze tijdens de vakantie heeft ontmoet. Ze zijn allebei vijftien en stapelgek op elkaar. Alleen woont hij anderhalf uur verderop. Daarom wil ze bij hem blijven slapen. Erica vindt dat prima, maar haar man denkt daar héél anders over.
Je ouders konden ontzettend veel van je houden en je tóch niet altijd geven wat je emotioneel nodig had. Volgens psychologen kunnen de gevolgen daarvan zelfs als volwassene nog merkbaar zijn. En soms zit dat in kleine dingen.
Opa en oma die een studiepotje openen, het collegegeld betalen of zo nu en dan wat toestoppen: het is natuurlijk hartstikke fijn als het kan. Maar financiële hulp van grootouders kan volgens nieuw onderzoek ook écht verschil maken.