Marieke: ‘Je denkt dat je bij je derde bevalling alles wel hebt meegemaakt – en toen ging de stagiaire onderuit’
Je denkt dat je bij je derde bevalling alles wel hebt gezien. Dat niets je meer kan verrassen. Maar nee, Marieke werd zéker nog verrast.
Beeld: Eigen beeld
Laurie (38) is orthopedagoog, opvoeddeskundige en moeder van zoons Dex (8) en Otis (3). Sinds vorig jaar woont ze met haar gezin in Kaapstad. In haar column schrijft Laurie over haar ervaringen van het emigreren met twee jonge kinderen, het leven in Zuid-Afrika en de hoogtepunten en worstelingen van het ouderschap.
Ik ben gek op het Afrikaans. Op die taal die alles zegt zoals het is, zonder franje, zonder managementtaal, zonder woorden die in vergaderingen zijn geboren. Het is een van de elf officiële talen van Zuid-Afrika, maar wat mij betreft de leukste. Hier hoef je nooit te raden wat iets betekent: staat er op een pot pindakaas “Smeerlig”? Dan smeert het lekker licht. Punt. Dat soort helderheid maakt me blij.
Ik zie het overal terug. In de supermarkt, waar je producten ziet met namen als Grondboontjie (pinda), springmielie (popcorn) en geurmiddels (kruiden). Maar mijn absolute favoriet? De namen van Zuid-Afrikaanse peuterspeelzalen, voorscholen en kinderdagverblijven. Want dáár, tussen de zandbakken en plastic fietsjes, bloeit de Afrikaanse taal op haar mooist.
Toen we in Nederland nog op zoek waren naar een kinderdagverblijf voor onze zoons, kwam ik ook al de wonderlijkste namen tegen. Kinderdagverblijf De Warme Schoot bijvoorbeeld (ranzig), De Kinderkelder (horror) of De Gouden Koets (voor alle omhooggevallen peuters). Hier in Zuid-Afrika zijn de namen vaak even droog als ontwapenend. Neem kinderdagverblijf Babbel & Bekkie, eerlijker wordt het niet. Of Kleinbegin Kleuterskool: geen “ontwikkelingsgericht kindcentrum met focus op zelfontplooiing”, maar gewoon: klein beginnen, de rest komt vanzelf.
En het wordt beter. Lekkerlag Kleuterskool is er ook zo eentje: een plek waar niet geleerd, maar gelachen wordt. Suikerklontjies Kleuterskool, hoe zoet wil je het hebben? Of Vrolike Voetjies, waar de peuters blij ronddartelend in de pauze hun peuselhappies (snacks) eten.
In kleine dorpjes kom je pareltjes tegen als Fraaie Viooltjies, Die Lawaaipaleis of Blinkogies. En ja, er zijn ook religieuze varianten, zoals Jesus se Lammetjies of Kleuterkerkie, namen die even oprecht als aandoenlijk zijn. Je hoeft geen brochure te lezen om te weten wat ze daar belangrijk vinden.
Wat me telkens treft, is hoe anders het hier voelt dan in Nederland. Daar proberen kinderdagverblijven vaak iets uit te stralen: groei, ambitie, creativiteit, zelfexpressie (ik noem ‘little einsteins’ of ‘VIP kids’). Alsof peuters in hun vrije tijd aan hun portfolio en sociaal economische status werken. Hier in Zuid-Afrika is het gewoon wat het is. Ze spelen, ze lachen, ze groeien. Klaar.
Misschien is dat ook wel het ontwapenende geheim van het Afrikaans: het houdt het simpel. Geen franje, geen grootse beloften. Gewoon woorden die doen wat ze zeggen. En dat werkt. Of het nu om pindakaas gaat of om peuters. Dus geef mij maar Babbel & Bekkie en Vrolijke voetjies. Daar hoeft het leven niet perfect te zijn, als het maar écht is.
Meer avonturen van Laurie in Zuid-Afrika lees je hier.