Jan Heemskerk

Kek Mama columnist en vader Jan Heemskerk spaart ons niet, en zichzelf nog minder. Hij legt het ons nog één keer uit. Deze maand: hoogbegaafd.

 

Het is je waarschijnlijk wel eerder opgevallen, en ik zeg het heus niet om op te scheppen, maar ik ben nogal intelligent. Altijd al geweest, ook als kind.

Dezer dagen zouden ze mij waarschijnlijk ‘hoogbegaafd’ noemen, maar vroeger was je gewoon ‘goed op school’. Wat zoveel wilde zeggen als: ik begreep alles snel, sneller dan gemiddelde kinderen. Ik hoefde me niet al te zeer in te spannen om bij te blijven en kreeg dus bij elk rapport te horen dat ik minder moest dromen en harder moest werken.

Handen uit de mouwen

Anyway. Ik ben op een waakvlammetje door de basis- en middelbare school gesukkeld. En dat was achteraf jammer. Ik had namelijk iets heel belangrijks niet geleerd: dat je soms in het leven een echte inspanning moet leveren om iets te bereiken. Ik was er onbewust van uitgegaan dat de rest van mijn leven net zo rimpel- en moeiteloos zou verlopen als de tijd op school. Niets bleek natuurlijk minder waar. Ooit breekt onvermijdelijk het moment aan dat je tegen de grenzen van de vrijblijvendheid aanwandelt en echt je handen uit de mouwen zult moeten steken om gedaan te krijgen wat van je wordt gevraagd; bijvoorbeeld op je werk.

Intensieve therapie

Ik wilde daar niet aan en voelde me hevig te pakken genomen; niemand had me ooit uitgelegd dat de dingen weleens moeilijk, tijdrovend en vermoeiend zouden kunnen zijn. Wat ik ook probeerde: ik kon me maar niet door die teleurstelling heen vechten. Uiteindelijk kwam er – geloof het of niet – zelfs intensieve therapie aan te pas en heb ik min of meer geleerd te aanvaarden dat leven ook werken is, en ik denk dat ik tot de dag van vandaag slecht scoor op dingen als discipline en doorzettingsvermogen.

Ik verwijt mijn lieve ouders niets, maar mocht ik mijn jeugd overdoen, had ik graag gezien dat zij wat eerder een paar flinke drempels voor me hadden opgeworpen en me wat harder achter de vodden hadden gezeten. Dat ze me hadden leren inzien dat een acht leuker is dan een zes, dat je best doen een beter resultaat kan opleveren en vooral: dat inspannen normaal is, leuk kan zijn en je achteraf een bevredigend gevoel kan geven.

Geen luie slapjanus

Het heeft me inmiddels, als bekeerlingbeginneling in de wereld van het harde werken, al behoorlijk wat moeite gekost mijn twee oudste zoons een beetje arbeidsethos bij te brengen en ik ben vastbesloten nummer drie al veel eerder aan te pakken. Die arme jongen zal zich de poten uit het lijf moeten lopen, straf krijgen voor ieder cijfer onder de zes, en een baantje moeten nemen om te leren voor zijn pleziertjes te betalen. Want dat is misschien wel even vervelend voor dat kind, maar niet zo vervelend als een luie slapjanus zijn. Met een IQ van 176, dat dan weer wel. Als hij tenminste naar zijn vader aardt.

Jan Heemskerk (53) is radiopresentator en tv-maker, theaterkneus en boekenschrijver, maar eerst en vooral vader van drie prachtzoons bij twee vrouwen. Je mag hem natuurlijk altijd mailen: jan@kekmama.nl

blaren kinderen
Beeld: Pixabay

En dan ineens zit er zo’n gemene blaar op de hiel of teen van je kind. Zo pak je dit euvel aan.

Zo ontstaan blaren bij kinderen

Iedereen heeft weleens last van een blaar op z’n voet. Blaren ontstaan als er te veel druk of wrijving op de voet komt (meestal op de hiel of onder de voet). Vaak is een slechtzittende schoen de boosdoener: bijvoorbeeld een nieuwe schoen die nog moet worden ingelopen en in het begin nog knelt. Maar ook te grote schoenen kunnen voor problemen zorgen: doordat de voet steeds schuift in de schoen, ontstaat er wrijving en dus een risico op blaren.

 

Hoe voorkom je blaren?

Blaren voorkom je door te zorgen voor goed passende schoenen. Zoals gezegd: niet te klein en niet te groot. Koop schoenen dus niet ‘op de groei’. Laat je kind nieuwe schoenen rustig inlopen. Eerst een paar uur, dan pas de hele dag.

 

Lees ook
Dit moet je weten over een zonnesteek bij kinderen >

 

Doorprikken of niet?

In principe hoeven blaren niet behandeld te worden. Laat de blaar dus gewoon zitten als je kind er geen last van heeft. Maak ‘m wel goed schoon met water en zeep, spoel dat af en maak alles goed droog met een tissue. Plak er een grote pleister op die de hele blaar bedekt. Er zijn ook speciale blaarpleisters te koop. Deze verzachten de pijn en hebben een vocht absorberende werking.

Heeft je kind wel last van de blaar? Dan kun de blaar doorprikken. Dat doe je zo:

  • Was je handen grondig
     
  • Maak de blaar en de huid eromheen schoon met een huidreinigingsmiddel (bijvoorbeeld jodium)
     
  • Pak een steriele naald en prik de blaar op twee plekken open: in de boven- en onderkant. Duw met een schoon watje of gaasje het vocht uit de blaar. Laat in verband met infectiegevaar de rest van de huid zitten.
     
  • Desinfecteer opnieuw de huid.
     
  • Dek de plek af met een pleister om te voorkomen dat er vuil of bacteriën bij komen.

 

Blaren op vakantie

Door de warmte, het dragen van knellende waterschoentjes en meer/langer lopen dan normaal, kunnen zeker op vakantie ook blaren ontstaan. Handel zoals bovenstaand, en raadpleeg een arts als je het in verband met infectiegevaar niet vertrouwt.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

jaloerse peuter
Beeld: Unsplash

Ja, ook peuters kunnen last hebben van het groene monster. Dit zijn de oorzaken van hun jaloezie en zo ga je daarmee om.

Waarom jaloers?

Niets menselijks is onze peuters vreemd. Dus logischerwijs kunnen ze soms flink jaloers worden. Het is een normale menselijke emotie, net als blijdschap of verdriet. Bovendien zijn peuters nog erg op zichzelf gericht. Empathie ontwikkelt zich meestal pas later, peuters kunnen zich nog moeilijk in een ander verplaatsen en gunnen een ander nog niet echt iets. En dus pakken sommige peuters rustig een nieuwe Barbie af van een vriendinnetje, simpelweg omdat ze die mooi vinden en ook willen hebben. Maar jaloezie bij peuters richt zich vooral op de aandacht van ouders. Of eigenlijk: als die aandacht naar een ander kind gaat, bijvoorbeeld als er een nieuw broertje of zusje wordt geboren. Dan kan er een ware concurrentiestrijd losbarsten.

 

Lees ook
KIND: Zo beleeft een peuter verstoppertje >

 

Zo herken je het

Een peuter die geplaagd wordt door jaloezie om jouw aandacht of liefde zal dat soms letterlijk zeggen: ‘Mijn mama! Afblijven!’ Of ze duwen hun concurrenten weg. Maar er zijn ook kinderen die dit minder duidelijk uiten. Sommige peuters gaan zich ineens lastiger gedragen: ze maken iets stuk, huilen om niets of gooien ineens hun theeserviesje door de kamer. Allemaal tekenen aan de wand die erop kunnen wijzen dat er sprake is van het groene monster.

 

Omgaan met jaloezie

Vermoed je jaloezie bij jouw peuter? Ga het gesprek aan en neem deze gevoelens serieus. Want ook jij bent soms een tikkie jaloers op je buurvrouw die voor de vierde keer dit jaar op vakantie gaat, of op die collega die een week na haar bevalling weer maat 36 had. Benoem het gedrag van je peuter: ‘Ik zie dat je het niet leuk vindt dat een ander met jouw speelgoed speelt/ik jouw zusje de fles geef.’ Dan voelt jouw kind zich al gezien en gehoord. Probeer als het enigszins kan je aandacht goed te verdelen en iets leuks in het vooruitzicht te stellen: ‘Straks maak ik een puzzel met jou.’ En realiseer je dat jaloezie een nuttige emotie is. Zo leert jouw peuter rekening te houden met een ander en dingen te delen. Wijze levenslessen, kortom.

 

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >