blij alleenstaande moeder
Beeld: 123RF

De hele wereld vindt het knap/sneu/moedig dat Joan een single moeder is, maar zelf vindt ze het een eitje. “Kan ik lekker mijn eigen opvoedmethodes bedenken.”

“Wat knap van je”, zegt iedereen bewonderend en meewarig als ik vertel dat ik een bewust alleenstaande moeder ben. Ik snap dat niet. Zonder te willen opscheppen of een partij mooi weer te spelen, maar ik heb het nog geen dag zwaar gevonden. Niets zo fijn als alles zelf mogen beslissen en dat al zeven jaar lang.
 

'Ik wist dat het een eenmansactie zou worden'

Nou moet ik daar wel meteen bij zeggen dat het ook echt mijn eigen keuze was. Ik ben nooit de zwangerschap ingegaan met de droom van een Bona-gezin. Ik ben niet verlaten door mijn grote liefde toen ik zwanger was, ik wist alle negen maanden dat het een eenmansactie zou worden. Daarbij ben ik gezegend met een makkelijk en gezond kind, niet onbelangrijk. Dit zou niet zo’n jubelverhaal worden als ik te maken zou hebben met ziekenhuizen en andere ellende.

Tel daarbij veel lieve vrienden die me bijstaan en toegewijde ouders die mijn zoon Callum al vanaf acht weken elke vrijdag te logeren hebben en ook twee weken vakantie op zich nemen. It takes a village to raise a child, nietwaar. Zo’n uitgebreid dorp raad ik elke vrouw aan die het alleenstaand moederschap overweegt. Het scheelt enorm qua me-time. Ik denk zelfs dat je nog wel meer tijd voor jezelf hebt dan in een ‘normaal gezin’, want iedereen vindt je knap/zielig/sterk, dus je hoeft maar een kik te geven en je krijgt oppas
 

'Waarom uitgaan van het negatieve?'

En toch: ook als ik eerlijk vertel over mijn netwerk en makkelijke kind, blijf ik meewarige blikken krijgen. Het consultatiebureau trok steevast een halfuur voor me uit om het naast het aantal gegroeide centimeters te hebben over alle moeilijkheden waar ik tegenaan zou lopen als single mom. Soms stuurden ze me vooraf nog een vragenlijst, waarin ik alle pijnpunten in de opvoeding kon aangeven. Ik vond het absurd en was na vijf minuten klaar. Ja, het gaat prima met ons. En nee, geen behoefte aan een gesprek met een professional. Hartstikke fijn dat ze dit aanbieden als je het nodig hebt, maar waarom altijd uitgaan van het negatieve?
 

'Natuurlijk zijn er nadelen te bedenken'

Natuurlijk zijn er legio nadelen te bedenken. Ziek zijn is bijvoorbeeld niet leuk. Er moet gewoon gevoed en verzorgd worden, ook als ik veertig graden koorts heb. En als mijn kind ziek is, kan ik de zorg nooit afwisselen en haal ik nachten door op mijn tandvlees. Hoewel, ook dan is er altijd een lieve opa of vriendin die even als stand-in wil dienen.

Zelf zie ik vooral de voordelen. Oké, ik moest er altijd ’s nachts uit voor de voedingen, maar dat scheelt ook weer ruziën over wiens beurt het is. Er is niemand om te porren, dus als de baby huilt, sta ik automatisch naast mijn bed. En als de baby dan heerlijk met fles en al naast je ligt – want genoeg ruimte, want geen partner – is dat alleen maar een extra pluspunt.
 

Extensief babyknuffelen

Sowieso heb ik dat eerste jaar extensief aan babyknuffelen gedaan. Uren lag ik met mijn kind op mijn buik te genieten van dat warme lijfje, terwijl ik ondertussen fijn het slaapgebrek inhaalde. Er was immers geen partner die verlangde dat ik gezellig aangekleed naast hem op de bank kwam zitten. Ik hoefde me op niet-werkdagen überhaupt niet aan te kleden.

Dat betekende overigens niet dat ik dat eerste jaar verslonsde of helemaal geen sex had. Op mijn vrijdagavonden transformeerde ik weer in mijn oude zelf en vermaakte ik me prima in de kroeg of met mijn minnaar van destijds. Op alle andere avonden lag ik gestrekt op de bank met mijn slapende baby, zonder dat iemand vond dat Callum in zijn eigen bed moest slapen.
 

Alles zelf beslissen

Als alleenstaande moeder beslis je gewoon alles zelf. Alles. Het begint al bij de naam. Dat was in vijf minuten besloten: Callum Jan. Callum vind ik stoer en Amerikaans, Jan is de naam van mijn vader. Ook heeft mijn baby tot zijn eerste verjaardag louter wit en zachtblauw gedragen omdat ik dat zo schattig vond.

Mijn ouders volgden keurig mijn regels. Regels die ik soms ter plekke verzon en waarvan ik net zo hard weer afweek als me dat beter uitkwam. Niemand bemoeide zich immers met mijn grote inconsequentheid (“Ja hoor, je mag best drie toetjes na twee happen spinazie”). Niemand die zei dat je de baby gewoon moet laten huilen, terwijl ik hem bij de eerste kik wilde troosten. En niemand die het belachelijk vond dat mijn zoon een grotere kledingcollectie had dan C&A. Ook bij de keuze voor de school kon ik afgaan op mijn gevoel. Dat werd dus niet de oude dorpsschool van mijn man, zoals mijn vriendin Iris overkwam. Ook hoefde mijn zoon niet de nieuwe Messi te worden en kon ik Callum gerust drie jaar lang op judo doen, omdat mij dat zo’n leuke sport leek.
 

Voorzichtig wennen aan een man

Hoe ik gewend was geraakt aan mijn wil is wet merkte ik toen ik na vier jaar een vriend kreeg. Zelf vader van twee dochters van toen dertien en elf. We lieten Callum voorzichtig wennen aan een man in mama’s leven, met behulp van verstoppartijtjes. “O ben jij er alweer?” vroeg Callum verbaasd als hij hem ’s ochtends bij het ontbijt zag. Dat m’n vriend de hele nacht was gebleven hadden we middels een klucht weten te verbergen. Als Callum mijn slaapkamerdeur opende, verdween Dennis in de kast. Om vervolgens aangekleed de huiskamer in te glippen als ik Callum liet douchen. Na een paar maanden was Callum eraan gewend dat mama een vriend had die soms bleef slapen en die behalve een Xbox en schietspelletjes ook nog eens twee leuke stiefzussen meebracht. Maar óók zijn idee over opvoeding.
 

Jouw Kind, Mijn Kind

Vooraf hadden we keurig bedacht dat het bij ons Jouw Kind, Mijn Kind was. We zeiden niks over elkaars opvoeding en grepen pas in bij brand en andere hoge nood. Als ik op de wc was en Callum dacht dat het een goed idee was van de elfde traptree naar beneden te springen, dan graag ingrijpen. Idem als Dennis brood smeerde en zijn jongste dochter zo op haar stoel zat te wippen dat ik een dwarslaesie vreesde als ze omkieperde. Maar anders niet. En als het toch gebeurde, dan elkaar in het bijzijn van de kinderen nóóit afvallen, maar steunen en later verhaal halen.

Dat moment kwam helaas vrij snel. Ineens hoorde ik Dennis roepen: “Niet op de bank springen Callum!“ Zowel Callum als ik keken verbaasd op. Hoezo niet? Hij was toch geen natte hond? Mijn bank is al jaren oud en verkeert in zo’n staat dat de kringloopwinkel er zijn neus voor zou ophalen. Beetje springen kon geen kwaad. Maar ja, ik moest Dennis bijvallen, zo was de afspraak. Dus echode ik hetzelfde en voegde ik eraan toe: “Want je maakt zulke hoge salto’s, straks val je nog.”

Bankspringen bleek een dingetje te zijn voor Dennis. Hij was allergisch voor kinderen die een bank gebruiken als trampoline. Ik zag er totaal geen kwaad in, maar het werd een nieuwe opvoedregel. Ook opperde hij dat ik Callum meer moest loslaten. Ik hield mijn kind het liefst veilig tot zijn achttiende binnen de veilige omheining van de tuin, hij vond het beter voor Callums ontwikkeling dat hij ook in de speeltuin voor mijn huis speelde.
 

Lees ook
Mama is zus, papa is zo: deze ouders zijn heel verschillend >

 

Prima plan vindt hij, veel te gevaarlijk vindt zij

We zijn nu drie jaar verder en ik doe echt mijn best, maar ik blijf het lastig vinden, dat overleggen over de opvoeding van mijn kind. Ik snap nu ook waarom mijn vriendin en haar man zo vaak tegen elkaar worden uitgespeeld. Zij verschillen aanzienlijk over de onderwerpen die kinderen aanpakken als machtsmiddel: voeding (wel of niet bord leegeten), slapen (uit bed laten komen of gewoon negeren) en schermtijden (wel zo rustig vindt zij, niet te lang vindt hij). Maar ook als het om vrijheden gaat, staan ze recht tegenover elkaar. Als achtjarige naar het discozwemmen? Prima plan vindt hij, veel te gevaarlijk vindt zij.
 

Sparringpartner

Die strijd heb je dus niet als je in je up een kind opvoedt. Jij hebt het eindveto op alles. Dat maakt het tegelijkertijd ook best lastig. Je mist een sparringpartner, je kunt niet even overleggen over de juiste strategie. Maar heb je eenmaal iets ingevoerd, hoe ridicuul ook (je mag opblijven tot Ajax heeft gescoord, als je deze olijven proeft krijg je een pakje Pokémonkaartjes), dan hoef je daar verder ook geen verantwoording over af te leggen.

Totdat je dus als bewust alleenstaande moeder iemand treft die langer blijft dan een nacht. Die van jou en je kind gaat houden en op de dagen dat jullie samen zijn automatisch ook iets gaat zeggen over de manier waarop het kind wordt opgevoed. Dan is het hard op je lip bijten, een stukje van de dictatuur opheffen en het democratisch proces starten.
 

Dit artikel staat in Kek Mama 03-2018.


 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

blaren kinderen
Beeld: Pixabay

En dan ineens zit er zo’n gemene blaar op de hiel of teen van je kind. Zo pak je dit euvel aan.

Zo ontstaan blaren bij kinderen

Iedereen heeft weleens last van een blaar op z’n voet. Blaren ontstaan als er te veel druk of wrijving op de voet komt (meestal op de hiel of onder de voet). Vaak is een slechtzittende schoen de boosdoener: bijvoorbeeld een nieuwe schoen die nog moet worden ingelopen en in het begin nog knelt. Maar ook te grote schoenen kunnen voor problemen zorgen: doordat de voet steeds schuift in de schoen, ontstaat er wrijving en dus een risico op blaren.

 

Hoe voorkom je blaren?

Blaren voorkom je door te zorgen voor goed passende schoenen. Zoals gezegd: niet te klein en niet te groot. Koop schoenen dus niet ‘op de groei’. Laat je kind nieuwe schoenen rustig inlopen. Eerst een paar uur, dan pas de hele dag.

 

Lees ook
Dit moet je weten over een zonnesteek bij kinderen >

 

Doorprikken of niet?

In principe hoeven blaren niet behandeld te worden. Laat de blaar dus gewoon zitten als je kind er geen last van heeft. Maak ‘m wel goed schoon met water en zeep, spoel dat af en maak alles goed droog met een tissue. Plak er een grote pleister op die de hele blaar bedekt. Er zijn ook speciale blaarpleisters te koop. Deze verzachten de pijn en hebben een vocht absorberende werking.

Heeft je kind wel last van de blaar? Dan kun de blaar doorprikken. Dat doe je zo:

  • Was je handen grondig
     
  • Maak de blaar en de huid eromheen schoon met een huidreinigingsmiddel (bijvoorbeeld jodium)
     
  • Pak een steriele naald en prik de blaar op twee plekken open: in de boven- en onderkant. Duw met een schoon watje of gaasje het vocht uit de blaar. Laat in verband met infectiegevaar de rest van de huid zitten.
     
  • Desinfecteer opnieuw de huid.
     
  • Dek de plek af met een pleister om te voorkomen dat er vuil of bacteriën bij komen.

 

Blaren op vakantie

Door de warmte, het dragen van knellende waterschoentjes en meer/langer lopen dan normaal, kunnen zeker op vakantie ook blaren ontstaan. Handel zoals bovenstaand, en raadpleeg een arts als je het in verband met infectiegevaar niet vertrouwt.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

jaloerse peuter
Beeld: Unsplash

Ja, ook peuters kunnen last hebben van het groene monster. Dit zijn de oorzaken van hun jaloezie en zo ga je daarmee om.

Waarom jaloers?

Niets menselijks is onze peuters vreemd. Dus logischerwijs kunnen ze soms flink jaloers worden. Het is een normale menselijke emotie, net als blijdschap of verdriet. Bovendien zijn peuters nog erg op zichzelf gericht. Empathie ontwikkelt zich meestal pas later, peuters kunnen zich nog moeilijk in een ander verplaatsen en gunnen een ander nog niet echt iets. En dus pakken sommige peuters rustig een nieuwe Barbie af van een vriendinnetje, simpelweg omdat ze die mooi vinden en ook willen hebben. Maar jaloezie bij peuters richt zich vooral op de aandacht van ouders. Of eigenlijk: als die aandacht naar een ander kind gaat, bijvoorbeeld als er een nieuw broertje of zusje wordt geboren. Dan kan er een ware concurrentiestrijd losbarsten.

 

Lees ook
KIND: Zo beleeft een peuter verstoppertje >

 

Zo herken je het

Een peuter die geplaagd wordt door jaloezie om jouw aandacht of liefde zal dat soms letterlijk zeggen: ‘Mijn mama! Afblijven!’ Of ze duwen hun concurrenten weg. Maar er zijn ook kinderen die dit minder duidelijk uiten. Sommige peuters gaan zich ineens lastiger gedragen: ze maken iets stuk, huilen om niets of gooien ineens hun theeserviesje door de kamer. Allemaal tekenen aan de wand die erop kunnen wijzen dat er sprake is van het groene monster.

 

Omgaan met jaloezie

Vermoed je jaloezie bij jouw peuter? Ga het gesprek aan en neem deze gevoelens serieus. Want ook jij bent soms een tikkie jaloers op je buurvrouw die voor de vierde keer dit jaar op vakantie gaat, of op die collega die een week na haar bevalling weer maat 36 had. Benoem het gedrag van je peuter: ‘Ik zie dat je het niet leuk vindt dat een ander met jouw speelgoed speelt/ik jouw zusje de fles geef.’ Dan voelt jouw kind zich al gezien en gehoord. Probeer als het enigszins kan je aandacht goed te verdelen en iets leuks in het vooruitzicht te stellen: ‘Straks maak ik een puzzel met jou.’ En realiseer je dat jaloezie een nuttige emotie is. Zo leert jouw peuter rekening te houden met een ander en dingen te delen. Wijze levenslessen, kortom.

 

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >